RESULTATEN

De belangrijkste en opvallendste resultaten uit het onderzoek:

Samenstelling populatie

Er woonden in 1999 in Nederland circa 43.000 joden. Zeventig procent van hen zijn zogeheten halachische joden – zij hebben een joodse moeder of zijn toegetreden bij een orthodox rabbinaat (0,8 procent). De overigen zijn uitgekomen bij een liberaal rabbinaat (0,7 procent) of hebben een joodse vader; deze `vaderjoden' worden op grond van de joodse geloofsregels niet als jood erkend. Orthodoxen erkennen geen joden die via een liberaal rabbinaat zijn toegetreden.

Ongeveer één op de drie joden in Nederland heeft een buitenlandse achtergrond. Israëliërs en Russen vormen de grootste groep. Er zijn ongeveer 5.000 Israëliërs en circa 900 Russen in Nederland.

Sinds de Tweede Wereldoorlog is een groot aantal joden geëmigreerd. Populairste bestemmingen waren Israël (circa 15.000 emigranten), gevolgd door Amerika (ten minste 4.000 emigranten). Vanuit Israël is 55 procent van de emigranten teruggekeerd.

Tussen nu en 2020 krimpt de joodse bevolkingsgroep in Nederland met ongeveer 5 procent.

Vooral in Amsterdam

De joodse bevolking is geconcentreerd op een aantal plekken in Nederland. De grootste groep (44 procent) woont in de regio (Groot-)Amsterdam; 22 procent woont buiten de Randstad.

Langer alleen

Van de joodse bevolkingsgroep jonger dan 35 jaar woont 44 procent alleen. Onder de rest van de bevolking ligt dat gemiddelde op 23 procent.

Van de joden die ouder zijn dan 35 jaar heeft 50 procent een huishouden met partner en kinderen. Het gemiddelde in Nederland ligt op 61 procent. Het verschil wordt deels verklaard door het feit dat joden eerder en vaker scheiden.

Na de oorlog geboren joodse vrouwen krijgen hun eerste kind gemiddeld op 35-jarige leeftijd, terwijl het gemiddelde in Nederland op 28 jaar ligt. Dat verschil valt weg als alleen vergeleken wordt tussen groepen hoogopgeleide vrouwen. Ongeveer een derde van de na 1955 geboren joodse vrouwen is op veertigjarige leeftijd nog kinderloos. Gemiddeld krijgen joodse vrouwen (geboren na WO II) 1,5 kind, tegen een Nederlands gemiddelde van 1,9.

Hoogopgeleid

Van de joodse populatie heeft 53 procent een universitaire of hbo-opleiding afgerond. Dat is 2,5 keer zoveel als het Nederlandse gemiddelde.

Van de joodse vrouwen werkt 64 procent; het gemiddelde in Nederland ligt op 47 procent. Ook werken joodse vrouwen in het algemeen meer uren.

Joden in Nederland komen veel vaker terecht in wetenschappelijke beroepen dan vergelijkbare bevolkingsgroepen: 24 procent versus 9 procent. Er is een oververtegenwoordiging in medische, juridische en economisch-wetenschappelijke beroepen, kunstzinnige en culturele beroepen en de commerciële sector.

Het gemiddeld besteedbaar inkomen in joodse huishoudens is ruim 56.000 gulden. Dat ligt 6.000 gulden boven het Nederlandse gemiddelde.

Politiek links

De joodse bevolkingsgroep is links georiënteerd, al trekt de VVD met 35 procent wel de meeste stemmen: 32 procent stemt PvdA, 26 procent GroenLinks en 12 procent D66. Twee procent stemt CDA.

Een kwart religieus

Van de ondervraagde joden doet 57 procent niets aan de joodse religie, terwijl 17 procent zichzelf niet-religieus noemt, maar wel bepaalde feesten of gebruiken instandhoudt. Twaalf procent is liberaal-religieus, 9 procent is traditioneel en 6 procent is orthodox. Lid van een kerkgenootschap is 28 procent.