Overheidsfalen

Het ontspoorde dienstbetoon van de Nederlandse Spoorwegen – in de vorm van vertragingen, onvoldoende capaciteit, toegenomen onveiligheid op de stations – wordt nogal eens toegeschreven aan het streven deze onderneming stapsgewijs te privatiseren. De problemen bij het openbaar vervoer staan echter niet op zichzelf. De kwaliteit van tal van door de overheid georganiseerde en gefinancierde voorzieningen is de afgelopen jaren danig verslechterd. Bovendien is het op ministeries, provincie- en gemeentehuizen uitgedokterde beleid vaak onvoldoende doordacht of regelrecht wereldvreemd. De bedenkers van fraaie plannen en blauwdrukken raken steeds verder los van de harde realiteit waarmee de werkers in het veld – politieagenten, trambestuurders, baliemedewerkers en verpleegkundigen – het te stellen hebben.

Dat de overheidsmachinerie sputtert, valt te illustreren met voorbeelden uit het verleden, het heden en de nabije toekomst. De recente studie van Oostindië geeft een tamelijk ontluisterend beeld van de overhaaste operatie die in 1975 leidde tot de onafhankelijkheid van Suriname. Een kwart eeuw onderwijsbeleid heeft het voortgezet onderwijs hoofdzakelijk rampspoed gebracht. Leerkrachten en leerlingen zijn geslachtofferd door de experimenteerdrift van zelfbenoemde onderwijsdeskundigen. In het voetspoor van de Onderwijsraad lijkt het kabinet nu afscheid te nemen van de basisvorming, het streven naar een gezamenlijk lesprogramma van vijftien vakken voor alle 12-15 jarigen. Het laat zich voorspellen dat het net ingevoerde studiehuis, het streven om leerlingen in de hoogste klassen zelfstandig en in kleine groepjes te laten werken, op een vergelijkbaar fiasco uitloopt. Ik verwijs naar het bittere stuk van ervaringsdeskundige bij uitstek Ton van Haperen in deze krant van afgelopen zaterdag. Een laatste voorbeeld van een majeure beleidsblunder was het besluit tot aanleg van de Betuwelijn. De kosten van deze miljardeninvestering zullen er nooit uitkomen.

Wie voorbeelden zoekt van actueel overheidsfalen hoeft zich evenmin in te spannen. Twee voorbeelden dicht bij huis zijn de openbare orde en de volkshuisvesting. Blijkens een bericht in de Volkskrant van 20 oktober vindt ruim eenvijfde van de kiezers bestrijding van criminaliteit en grotere veiligheid op straat nu de belangrijkste taak voor de overheid. Die uitslag is niet onbegrijpelijk. Iedereen ziet dat agenten en stadswachten bij de handhaving van de openbare orde terrein verliezen. Het kabinet slaat zich op de borst omdat het politieapparaat de laatste jaren met enkele duizenden dienders is uitgebreid, maar ondanks wat meer blauw op straat loopt het ophelderingspercentage terug. De landelijk opererende georganiseerde criminaliteit is voor de regionale korpsen moeilijk grijpbaar. Mede hierdoor is de exportwaarde van in ons land vervaardigde xtc-pillen nu waarschijnlijk groter dan die van naar elders uitgevoerde bloembollen. Het aantal opgeleverde nieuwbouwwoningen komt volgend jaar uit op vijftigduizend, een naoorlogs dieptepunt. Op dit beleidsterrein weet het kabinet slechts de helft van zijn doelstelling te realiseren. De achterblijvende bouwvolumes worden voor een belangrijk deel toegeschreven aan complexe gemeentelijke procedures en een tekort aan vakbekwame ambtenaren die de ruimte moeten ordenen en vereiste vergunningen dienen af te geven.

In de nabije toekomst zijn schandalen bij de uitvoering van de sociale zekerheid troef. Bij steeds meer sociale diensten openen onderzoekteams een beerput van onvolledige bijstandsdossiers. De herziening van de WAO schiet niet op. De lopende omzetting van de vijf uitvoeringsinstellingen voor de werknemersverzekeringen (zoals het GAK), die eerst zouden worden geprivatiseerd, tot een monolithisch overheidsorgaan – het UWV – is een bureaucratische nachtmerrie. Een nachtmerrie die kan uitdraaien op een financieel debacle, omdat wordt geprobeerd verschillende automatiseringssystemen te integreren. Daarnaast dreigt het immigratiebeleid financieel uit de hand te lopen. Vorige week berekenden twee onderzoekers van het Centraal Planbureau, Harry ter Rele en Hans Roodenburg, in het blad Economisch Statistische Berichten dat arbeidsmigranten uit niet-westerse landen in vrijwel alle gevallen een blijvende verliespost voor de collectieve sector vormen. Een gezin met ouders van 25 jaar en twee jonge kinderen kost de schatkist – rekening houdend met het beroep op voorzieningen en afgedragen belastingen en premies – per saldo zeven ton. Bij deze berekening zijn de uitgaven voor het asielbeleid, nu 2,5 miljard gulden per jaar, nog buiten beschouwing gelaten. Immigratie maakt het land voller en de schatkist leger. Politici gaan evenwichtige besluitvorming over dit dossier angstvallig uit de weg.

Het toenemende overheidsfalen laat zich verklaren uit een combinatie van ideologische motieven (dekolonisatie, onderwijs, immigratie), normvervaging (openbare orde), verkeerd gerichte financiële prikkels, onvoldoende economische analyse (infrastructuur) en een gebrek aan moed bij politici om duidelijke keuzen te maken. In hun kortgeleden gepubliceerde ontwerpverkiezingsprogramma's beloven de regeringspartijen vanaf volgend jaar te gaan werken aan een doelmatiger en effectiever werkende overheid. De afgelopen acht jaar is de paarse coalitie daar overduidelijk onvoldoende aan toegekomen. Door het functioneren van de overheid tot thema bij de komende verkiezingen te maken nemen VVD, PvdA en D66 een aanzienlijk electoraal risico. Nogal wat kiezers zijn moe van mooie beloften. In zo'n klimaat gedijen politieke groeperingen die zich tot tolk maken van onbehagen over een beleidsonmachtige politieke cultuur. Zo ontstaat het levensgrote gevaar dat de Kamerverkiezingen volgend jaar uitsluitend verliezers opleveren.