Nigeria wankelt, maar de president zwijgt

Nigeria schudt op zijn grondvesten door etnisch-religieus geweld. Het leger onttrekt zich aan de politiek. En de president doet niets.

Geen maand gaat tegenwoordig voorbij of Olusugun Obasanjo, president van Afrika's volksrijkste natie, ziet zich geconfronteerd met gigantische bloedbaden waarbij het aantal slachtoffers in de honderden loopt. De balans van de afgelopen maand: eerst vielen bij strijd tussen moslims en christenen in Jos meer dan 500 doden. Toen volgden soortgelijke rellen in Kano waarbij vermoedelijk tientallen doden vielen. Het stof van deze gevechten was nauwelijks opgetrokken of er braken etnische ongeregeldheden uit in de centrale regio de Middle Belt met meer dan 200 doden.

De Middle Belt, het gebied tussen het islamitische noorden en christelijke zuiden, is een van de meest complexe en bij tijden politiek meest explosieve regio's van Nigeria. De stammentwisten tussen de Tivs en Jukun en de daarop volgende wraakacties van het leger zetten de regering en de strijdkrachten opnieuw onder grote druk. De vroegere burgerpresident Shehu Shagari deed deze week een oproep voor meer tolerantie: ,,We moeten leren onze problemen door dialoog op te lossen.'' Het tegenovergestelde gebeurt.

Regeringssoldaten hebben het heft in eigen handen genomen bij het conflict tussen de Tiv en Jukun, ze executeren burgers en branden dorpen af. Drie jaar nadat de Nigeriaanse soldaten naar hun kazernes terugmarcheerden, heeft de politiek kennelijk nog een sterke militaristische dynamiek. Politici en ambtenaren in de getroffen deelstaat Benue blijken geen enkele invloed op de militairen te hebben. De regering van de deelstaat deed een oproep aan Obasanjo om het leger tot de orde te roepen.

Obasanjo heeft tot nu toe gezwegen. Die tactiek paste hij ook toe gedurende de religieuze rellen in het islamitische noorden de afgelopen drie jaar. De president meent dat een uitbarsting van etnische en religieuze conflicten onvermijdelijk was nadat de militairen jarenlang de druk op de ketel hadden gehouden. Misschien is die analyse juist, maar hij wekt de indruk dat hij niet in staat is ze op te lossen. Iedere keer wanneer de natie op zijn grondvesten trilt en zijn regime wordt uitgedaagd, doet hij er het zwijgen toe en verlaat de ring. Steeds meer Nigerianen vragen zich af of ze zijn opgezadeld met een zwak regeerder.

Na de provocaties van de afgelopen jaren door noordelijke deelstaten die eenzijdig het islamitische strafrecht, de sharia, invoerden, wordt Obasanjo's regering nu ook bedreigd door gebeurtenissen in de Middle Belt. De Middle Belt was vóór de koloniale tijd een omvangrijk reservoir van slaven voor het islamitische sultanaat van Sokoto. Na de Britse komst lieten de meeste bewoners van het gebied zich daarom bekeren tot het christendom, hoewel nog steeds een groot deel van de bevolking moslim is.

De Tivs vormden de grootste groep. Ze kwamen rond 1500 uit wat nu Congo heet, de Jukuns emigreerden rond dezelfde tijd vanuit het bekken van het Tsjaadmeer. De Britten delegeerden aanvankelijk het bestuur van de Middle Belt aan noordelijke ambtenaren waarmee ze zich gelieerd hadden. Ze creëerden echter ook een gebied, in wat nu Benue heet, exclusief voor de Tivs en een kleinere streek voor de Jukuns. In het politieke machtsspel tussen beide groepen na de onafhankelijkheid zochten de Tivs allianties met zuidelijke politieke partijen en de Jukuns met de noordelijke groepen. Er vonden eerder hevige tribale oorlogen plaats in 1959, 1964, 1976 en begin jaren negentig.

Onder de Tivs bestaat grote argwaan dat het leger op de hand is van de Jukuns. De minister van Defensie, generaal Theophilus Danjuma, is een Jukun en daarom zou hij zijn soldaten opdracht hebben gegeven wraak te nemen op de Tivs. Bij deze acties werd het huis geplunderd van Victor Malu, een Tiv die tot voorkort de nationale strijdkrachten aanvoerde.