JOODSE WOORDEN

Veel joodse woorden zijn in de Nederlandse taal opgenomen. Maar er zijn ook veel begrippen die alleen door joden onderling worden gebruikt. Een kleine selectie van beide.

Alija Immigratie naar Israël; oproep om uit de Tora te lezen.

Brit Mila De besnijdenis; joodse jongetjes worden meestal besneden als ze acht dagen oud zijn.

Gotspe Of chotspe. Betekent brutaliteit.

Halacha De joodse regels en voorschriften die in de loop der tijd (door verschillende rabbijnen) direct of indirect zijn afgeleid uit de Tora.

Ivriet Modern Hebreeuws, de taal die nu in Israël wordt gesproken.

Kabbala Dat wat ontvangen is. Joodse mystieke traditie.

Kasjroet De spijswetten. De kasjroetlijst is een jaarlijks gepubliceerde lijst met producten die door het rabbinaat als kosjer zijn benoemd.

Keppel Of kippa. Hoofdbedekking, die mannen in elk geval in de synagoge dragen.

Kosjer Rein volgens de joodse spijswetten

Manna De spijs die tijdens de veertig jaar in de woestijn uit de hemel kwam vallen, als voedsel voor de joden.

Mitswa Meervoud mitswot. Gebod, goddelijke opdracht, de Tora bevat 613 ge- en verboden.

Sjo'a Catastrofe, vernietiging van de joden in de Tweede Wereldoorlog.

Sjoel Synagoge.

Talmoed Verzameling commentaren op de mondelinge traditie (Misjna) en het commentaar daarop (Gemara).

Tora De vijf boeken van Mozes: Bereesjiet, Sjemot, Wajikra, Bemidbar en Dewariem.