JIDDISCH MOET BEHOUDEN BLIJVEN

Naam: Jan Waas (55)

Beroep: docent Engels

Woonplaats: Diemen

,,Ik ben niet religieus. Mijn ouders waren ook niet religieus en hebben mij dus ook niet zo opgevoed. Ik werd als mager Amsterdams stadskindje naar de Achterhoek gestuurd. Daar zag ik een Jiddische dansgroep optreden, ik vond het schitterend. Ik dacht toen `dit gaat verloren' en dat wilde ik niet.

,,Mijn vader was een handelsreiziger, elke week stuurde hij mij een ansichtkaartje met daarop de klederdracht uit de streek die hij had bezocht. Ik hield toen al van folklore. Later, toen ik weer terug was in Amsterdam, sloot ik me aan bij de Joodse Jeugdvereniging. De begeleidster zong Jiddische liederen. Ik schreef de liederen op. Daar begon mijn verzameling Jiddische muziek eigenlijk, via de muziek leerde ik de taal. Op school hoorde ik een leraar een Jiddisch lied verkeerd spelen, ik sprak hem daarop aan. Hij zei `Jan, jij moet de planken op'. En zo geschiedde. Op een gegeven moment had ik optredens door het hele land.

,,In 1987 kreeg ik mijn hartinfarct. Ik lag in het ziekenhuis en dacht `ik heb nou wel die hele verzameling, maar als ik er wat mee wil doen, dan moet ik het nu doen'. Vanuit mijn ziekbed heb ik een radioprogramma voor de ziekenomroep samengesteld. Ook hoorde ik dat het Joods Historisch Museum een mediatheek had met platen. Ik had veel meer materiaal dan zij, dus heb ik een basiscollectie Jiddische muziek voor ze op cassette gezet.

,,De Jiddische taal is met de joden meegetrokken en vertelt veel over de geschiedenis van het volk. Toen ik eens in Praag was, vroeg ik, in het Engels, aan een man of ik bij de goede bushalte stond. Hij verstond geen Engels. En ik weet niet of het mijn neus was die me verraadde, maar hij begon Jiddisch tegen me te praten en wees me de weg. Het was zo gezellig, hij nodigde me zelfs thuis uit. Jiddisch is in feite een wereldtaal, die nieuw leven moet krijgen.''