IK MOCHT ER NIET ZIJN

Naam: Aatje Huyser-Frijda (64)

Beroep: VUT, voormalig preventiewerker bij het RIAGG

Woonplaats: Utrecht

,,Ik durf nu te zeggen dat ik joods ben, maar dat heeft een hele tijd geduurd. Volgens de Halacha, de traditionele joodse leefregels, was mijn moeder niet joods. En daardoor ben ik officieel ook niet joods. Tijdens de oorlog mocht ik er niet zijn omdat ik volgens de Duitsers joods was. Dus moest ik onderduiken. Na de oorlog mocht ik mij niet joods noemen, omdat alleen mijn vader joods was. Dat voelt heel ambivalent.

,,Na de oorlog heb ik mij samen met mijn broer bij de

Liberaal Joodse Gemeente in Amsterdam aangemeld. Maar ze wilden niet eens een gesprek met mij aangaan. Omdat mijn moeder niet joods was en ik met een niet-jood getrouwd ben. Weer mocht ik er niet zijn.

Mijn broer namen ze wel aan. Ik vind het heel onrechtvaardig dat de regeltjes boven het individu gaan.

,,Toen ik in 1969 voor het eerst naar Israël ging, had ik het gevoel alsof ik daar niet mocht wezen, ik was immers niet joods. Pas 25 jaar later durfde ik hardop te zeggen dat ik wel joods ben. Die jaren zijn moeilijk geweest. Uiteindelijk ontdekte ik dat er ook een plekje voor mij was, maar ik moest die plek wel eerst zelf maken. Nu ik dat besef voel ik me steviger, ik voel me veiliger.

,,Ik accepteer nu waar ik vandaan kom. Ik merk dat ik de joodse tradities heel belangrijk vind. Ik zie het maken van een gerecht op een joodse feestdag bijvoorbeeld als een mitswe, een opdracht. Mijn religie zit niet in mijn hoofd, maar in mijn daden.

,,Ik wil graag een stem geven aan de vaderjoden. Ik wil ze een hart onder de riem steken. Daarom heb ik een onderzoek naar vaderjoden gedaan. Het is net uitgebracht onder de passende titel `Ik, joods?!' Ik herken veel van mezelf in de verhalen van de andere vaderjoden, ze hebben mij geroerd. Soms droomde ik er zelfs van, maar ik had het gevoel dat ik dat onderzoek moest doen.''