Harde ingreep

Koninklijke PTT Nederland (KPN) grijpt hard in. Het telecombedrijf, dat de laatste tijd veel te verduren heeft gehad en onder zijn schuldenlast bijna bezwijkt, zal op korte termijn 4.800 werknemers ontslaan. Samen met andere reorganisaties, natuurlijk verloop en verbetering van de efficiency, moet deze personeelsreductie een besparing opleveren van 700 miljoen euro per jaar. De tijd dringt voor KPN; de banken hebben het nu voor het zeggen en eisen terugbetaling van schuld plus rente. Schuldsanering en gezondmaking gaan dan ook voor alles. Massaontslag past naadloos in dit patroon. KPN kan niet anders, hoe zuur het ook is voor de getroffen werknemers. Het is nog onduidelijk wat het sociaal plan, waarover nu met de vakbonden wordt overlegd, precies voorstelt. Waarschijnlijk niet veel. Geld is er immers nauwelijks.

Het kan snel gaan. Nog geen twee jaar geleden was KPN de lieveling van beurs en publiek. De groei kon niet op, leek het wel, en in die euforische dagen van de `nieuwe economie' werd met geleend geld de ene na de andere aankoop gedaan. De luchtbel barstte toen het vertrouwen van de beurs wegviel en KPN, met veel andere telecom- en internetbedrijven, niet meer bleek te zijn dan een met schulden belaste onderneming die moest vechten voor haar bestaan. Dat is wat KPN nu doet: overleven. Er is geen garantie dat dit lukt, hoe verankerd het bedrijf ook is in de Nederlandse samenleving. De huidige sanering gebeurt onder grote druk en draagt het risico van ontwrichting in zich. De gezondmaking kan als mond-op-mondbeademing worden beschouwd, die nodig is tot het moment dat kopers zijn gevonden voor de diverse gereorganiseerde onderdelen. Mocht het mislopen omdat de markt niet meewerkt, dan is altijd nog de beproefde sterfhuisconstructie mogelijk.

KPN's opkomst en voorlopige neergang zijn niet zonder precedent. Vergelijkingen gaan meestal mank, maar de rij voorgangers is indrukwekkend. Enka, OGEM, het Rijn-Schelde-Verolmeconcern, DAF, Jamin, Fokker – het zijn namen uit het bedrijfsverleden die te denken geven. Veel van deze ondernemingen zijn verdwenen of bestaan niet meer in hun oorspronkelijke vorm. Hun werknemers werden getroffen door de ontslagrondes van begin jaren tachtig, de tijd van de laatste grote recessie. Het heeft er alle schijn van dat een vergelijkbare periode is aangebroken. KPN zal dan ook, gelet op de economische signalen, niet de enige zijn die werknemers massaal op straat zet. De krappe arbeidsmarkt biedt soelaas, maar voor hoe lang?

De factor arbeid heeft het, historisch gezien, bijna altijd afgelegd tegen de factor kapitaal. Het zij zo; er zitten trouwens ook positieve kanten aan. De ontslagen en reorganisaties bij KPN zijn goed nieuws voor de aandeelhouders en de beurs: de koers kan eindelijk weer eens omhoog. Ook voor de staat, die grootaandeelhouder is, zou dat een opsteker zijn. Voorlopig rest KPN niets anders dan doorgaan op de ingeslagen weg: saneren, onderdelen verkopen, mensen ontslaan en schulden aflossen. Hand ophouden bij de overheid zal slechts tot meewarige reacties leiden. Iedereen weet dat de ontwikkeling bij KPN de consequentie is van wat de zo geprezen `markt' vermag. Daarmee is de schuldvraag niet beantwoord. Voor degenen die straks worden ontslagen, onder hen voormalige PTT'ers in dienst van een oud-staatsbedrijf, moet dat onbevredigend zijn. Hun wereld staat op z'n kop. Zij zijn de eerste verliezers.