Groene fundi's in debat

De Groenen in het Europees Parlement worstelen met de vraag wat zijn moeten vinden van de oorlog in Afghanistan. Op z'n minst willen zij vragen stellen.

Heide Rühle, leider van de Duitse Groenen in het Europees Parlement, is met een ,,opdracht'' van haar Duitse partijraad naar Straatsburg gekomen. ,,Wij willen dat er in geen geval mededelingen naar de pers gaan met de strekking: de Europese Groenen vragen om het stoppen van de bombardementen op Afghanistan.'' Dat doel, geeft ze toe, is deze week maar moeilijk waar te maken gebleken. Het aantal `stoppers' en `twijfelaars' onder de Groenen in Europa neemt toe.

Deze week bereikte de 45-koppige Groene fractie in het Europees Parlement, overigens evenals de andere fracties samengesteld uit een serie uiteenlopende nationale partijen, die niet allemaal verklaard groen zijn, een compromis waarmee de Duitse Groenen even uit de voeten kunnen. Net als GroenLinks in Nederland pleiten de Europese Groenen voor een pauze in de Amerikaanse bombardementen om humanitaire hulp mogelijk te maken.

Overigens voelen de grotere fracties in het parlement daar niets voor, zodat dit standpunt niet zal doorklinken in het enige wat het Europees Parlement kan doen: een tot niets verplichtende resolutie aannemen. Dat maakte het ook makkelijker, zo erkennen Europarlementariërs als GroenLinkser Joost Lagendijk of de Franse Groene Daniël Cohn Bendit. ,,Dit is een marktplaats: iedereen kan roepen'', zegt Lagendijk.

Ondertussen geeft de gedachte aan een pauze in de bombardementen lucht aan de worsteling die zowel binnen als tussen groene partijen in Europa toeneemt naarmate het Amerikaanse offensief in Afghanistan aanhoudt: wat moeten we met de oorlog?

Sommige Groene Europarlementariërs, en hun partijen, zien de pauze als eerste stap naar een einde aan militaire actie. ,,Oog om oog'', zegt de Zweedse Inger Schörling, representant van deze stroming, ,,maakt de wereld blind''. Aan haar zijde vindt Schörling Groenen uit andere niet-NAVO-landen, zoals Ierland en Finland, maar ook bijvoorbeeld een deel van de Franse Groenen en de radicaal-linkse `fundi's' in Duitsland en Oostenrijk.

Tegenover hen staan de uitgesproken voorstanders van militaire acties, in Europa aangevoerd door Rühle en de Franse delegatieleider Cohn-Bendit beiden geestverwanten van de Duitse minister van Buitenlandse Zaken Joschka Fischer. Cohn-Bendit noemt het ,,niet storend'' om te vragen om een pauze, vindt het ,,de goede vraag'' óf het helpt om humanitaire bijstand mogelijk te maken, maar vermijdt het ,,een goed idee'' te noemen.

Volgens Lagendijk, GroenLinks, zijn de `stoppers' onder de Europese Groenen niet in de meerderheid. De Nederlandse Groenen rekent hij tot de `twijfelaars': ,,We twijfelen aan de efficiëntie van de bombardementen, en de doelstellingen zijn langzaam verschoven. We hebben kennis nodig, een evaluatie. Daarom zijn wij voor een pauze.''

Veiligheid is een traditionele splijtzwam tussen de Europese groene partijen, die de radicaal georiënteerde en `realpolitieke' stromingen van Golfoorlog tot Kosovo steeds parten speelde. Maar op de achtergrond speelt een debat over het veranderende karakter van wat inmiddels de vierde politieke stroming van Europa is. Cohn Bendit, die zich zondag op de Franse tv opwierp als Europese Groene lijsttrekker bij de volgende verkiezingen van het Europees Parlement, vindt dat de Groenen nu ,,een partij zijn van het geweten, van het stellen van vragen. Het gaat niet om voor of tegen''. Voor GroenLinkser Lagendijk hangt het kritisch volgen samen met de wens verantwoordelijkheid te nemen. ,,Wij stellen ons gouvernementeel op'', vindt hij.

Cohn-Bendit is daar voorzichtiger over. Hij ziet een overeenkomst tussen GroenLinks, dat vanuit de oppositie naar regeringsdeelname lonkt, en de Franse Groenen, wel in de regering, maar zonder veel invloed. Beide partijen profiteren voor hun kritische rol volgens hem van ,,de luxe niets te vertellen te hebben''. De Franse Groenen kunnen het zich zelfs permitteren tégen militaire actie in Afghanistan te zijn.

Volgens Didier Rod, eveneens Frans Europarlementariër, zijn de relatief grote Duitse, Nederlandse en Vlaamse groene partijen liberaler, minder militant dan de Franse, maar ook de Engelse, Scandinavische en Zuid-Europese groenen. De Zweedse Inger Schörling, wier partij in Zweden niet aan de regering deelneemt, wijst erop dat vragen stellen, zoals Daniël Cohn Bendit oppert, niet genoeg is.