Geneesmiddelen speerpunt bij chemiebedrijven

Beleggers hebben een broertje dood aan cyclische activiteiten. Daardoor worden chemiebedrijven als Akzo Nobel en DSM beloond voor hun strategie om zich steeds sterker te richten op medicijnen.

Het chemiebedrijf DSM begint steeds meer op Akzo Nobel te lijken wat betreft de samenstelling van zijn activiteiten. Beide bedrijven hebben hun farma-tak de afgelopen jaren versterkt. Bij DSM maakt het cluster life science products (ingrediënten voor genees- en levensmiddelen) inmiddels ruim 40 procent uit van het totale bedrijfsresultaat, dat in het derde kwartaal van dit jaar uitkwam op 101 miljoen euro. De farma-tak van Akzo Nobel neemt 50 procent van het bedrijfsresultaat in beslag, dat over het derde kwartaal 417 miljoen euro bedroeg.

Zowel DSM als Akzo Nobel hebben daarmee hun activiteiten minder cyclisch gemaakt, en dat stellen de aandeelhouders op prijs. Die geven namelijk de voorkeur aan een gestage en stabiele winstgroei, in plaats van het schokkerige winstpatroon – diepe dalen, maar ook hoge pieken – dat kenmerkend is voor bedrijven als Dow, DuPont en Basf, die veel meer leunen op puur chemische activiteiten.

Vreemd genoeg beschouwen analisten de mix van activiteiten bij Akzo Nobel als iets ongewenst, terwijl het bij DSM juist als een aanwinst wordt gezien. Akzo Nobel zou zijn farma-tak moeten afsplitsen en hem op zichzelf laten verder groeien. ,,Farma groeit twee keer zo hard als de andere onderdelen van Akzo. Beleggers zouden het waarderen als farma wordt afgesplitst'', zegt een analist van SNS Securities. Het verschil met DSM is volgens hem is onder meer de grootte van de farma-activiteiten. De farma-tak van Akzo is vier keer zo groot als die van DSM. ,,En grootte heb je als farmaceutisch bedrijf nodig om op te vallen in het beursgeweld.'' De cluster van DSM heeft weliswaar een omzet van honderden miljoenen euro's, maar dat is te klein om het te redden in de farmaceutische haaienvijver.

Bovendien maakt DSM geen eindproducten. Het produceert ingrediënten voor bijvoorbeeld antibiotica en cholesterolverlagende medicijnen, die farmaceutische bedrijven zoals GlaxoSmithkline, Roche en Pfizer vervolgens onder hun eigen merk op de markt brengen. DSM kan zich dus niet onderscheiden met eigen producten, het is slechts toeleverancier. Akzo Nobel daarentegen maakt zelf medicijnen – met name anticonceptiemiddelen en antidepressiva. Toch is het maar de vraag of ook de farma-tak van Akzo zich zou kunnen onderscheiden. ,,Het zou waarschijnlijk een midkap-fonds worden'', geeft de analist van SNS Securities toe. ,,De vraag is of grote beleggers daarin geïnteresseerd zijn.''

Nog een reden voor DSM om zijn farma-tak nu niet af te scheiden is het feit dat het met een andere, ingrijpende reorganisatie bezig is. Het bedrijf gaat eerst zijn petrochemische activiteiten afstoten, die ruim een derde van de totale omzet van 8 miljard euro uitmaken. De verkoop van de petrochemie moet in ieder geval vóór 2005 voltooid zijn. Analisten verwachten dat het chemiebedrijf eerst de petrochemie afstoot, om vervolgens zijn cluster life science products verder uit te breiden. Op het gebied van de farma is DSM de laatste jaren al sterk gegroeid. Het bedrijf heeft aangegeven dat het nu met name op het gebied van de voedingsmiddelen wil uitbreiden. Wereldwijd groeit met name de vraag naar health food – voeding die goed is voor de gezondheid – en vleesvervangers hard. In dat laatste segment gaat DSM zich binnenkort begeven. Het bedrijf gaat een vegetarische burger op de markt brengen. Het product is gemaakt van een eiwit uit een schimmel, net zoals de producten van concurrent Quorn. Blijft over de gezondheidsvoeding. Daarin heeft het bedrijf ook al activiteiten, maar die zouden verder kunnen groeien.

En wat gebeurt er nadat de petrochemie is afgescheiden, en de cluster life science products is uitgebreid? Gaan analisten dan roepen om een afscheiding van de farma-tak? ,,Nee'', zegt de analist van SNS Securities. ,,Ik denk het niet. Zoals gezegd, daarvoor is DSM nog te klein.''