Gekweld in Berlijn, verward in Parijs

In vier van de vijftien landen in de Europese Unie zitten de Groenen in het kabinet. Hoe schipperen zij tussen pacifistische traditie en coalitietrouw?

De regeringsleiders van de landen van Europese Unie staan vierkant achter de bombardementen op Afghanistan, zo bevestigden zij vorige week nog eens op hun top in Gent. In vier EU-landen – België, Duitsland, Finland en Frankrijk – zitten vertegenwoordigers van groene partijen in de regering.

Voor de Groenen in Duitsland is het militaire antwoord op de aanslagen van 11 september een kwelling. De voormalige protestpartij zit als junior partner met drie ministers in een kabinet met de SPD die de aanval op het Talibaanbewind steunt en vrijwel dagelijks laat weten dat ook de inzet van Duitse militairen tot de mogelijkheden behoort. Bondskanselier Schröder is al sinds 11 september ,,onvoorwaardelijk solidair'' met de Verenigde Staten. Hij bereidt Duitsland systematisch voor op de inzet van Duitse troepen.

De Groenen schipperen daarom voortdurend tussen pacifistische traditie en coalitieplicht. De belangrijkste en met afstand meest populaire politicus van de partij is minister van Buitenlandse Zaken, Joschka Fischer. Voor hem is het geen onderwerp van discussie dat terrorisme ook met militaire middelen bestreden moet worden. Aan de basis van de partij is de onvrede met de koers van Schröder en Fischer groot. Daartussen zit een partijorganisatie die in een permanente staat van debat verkeert.

Voor het Duitse kabinet is de aanval op Afghanistan daarom een voortdurende bron van onrust. Steeds opnieuw brengen Groene politici de coalitie uit balans, steeds opnieuw moet de SPD met dreigementen en machtswoorden de vrede herstellen. Vooralsnog heeft de lijn-Fischer in de partij de overhand. Vraag is of dat ook zo blijft als de bombardementen aanhouden, het aantal civiele slachtoffers stijgt. De ultieme test komt als de VS daadwerkelijk om Duitse troepen vragen.

Inmiddels probeert de ex-communistische PDS te profiteren van het dilemma van de Groenen. De PDS wijst aanvallen op Afghanistan categorisch af en besloot onlangs zich in de toekomst als enig betrouwbare vredespartij te profileren.

In Frankrijk heeft Dominique Voynet, leidster van de Franse Groenen, op 11 september zonder omwegen haar ,,afschuw'' en ,,verontwaardiging'' uitgesproken over de aanslagen in Amerika. ,,Deze omvangrijke en ernstige daden getuigen van een uitbreiding van een geperfectioneerd soort terrorisme naar het hart van de ontwikkelde landen, die neerkomt op een oorlogshandeling en een mondialisering van conflicten.''

Maar precies een week later bracht de partij, die één ministerspost bekleed in de regering-Jospin, een communiqué uit met de titel `Straffeloosheid noch wraak: rechtspraak!' De notie `oorlogshandeling' was niet langer aan de orde. De partij pleitte – en is dat sindsdien blijven doen – voor inschakeling van de Veiligheidsraad van de Verenigde Naties. Benadrukkend dat zij ook nu nog pacifistisch gestemd zijn, vinden de Franse Groenen weliswaar dat de aanstichters van de terreurdaden vervolgd en bestraft moeten worden, maar dat dient te geschieden door aanwending van alle rechtsmiddelen.

De Groenen hebben ook gehamerd op de noodzaak van een `echt' debat, met sanctionering van eventuele acties door middel van stemming. Het echte debat lijkt nu echter, anders dan tijdens de Golfoorlog en de Kosovo-crisis, ook niet bij de Groenen zelf gevoerd te worden. De aanslagen en het begin van de Amerikaanse bombardementen kwamen dan ook op een moment, waarop de Groenen orde op zaken in eigen huis moesten stellen en de ene presidentskandidaat (Alain Lipietz) door de andere (Noël Mamère) vervingen.

Het kan aan deze algemeen als lachwekkend beschouwde soap-opera binnen de eigen gelederen liggen dat de partij volgens een peiling van begin oktober drie procentspunten daalde in de publieke waardering. De waardering voor de Communistische Partij (PCF) bleef gelijk. Bij monde van leider Robert Hue keerden de communisten zich veel sterker dan de Groenen tegen de `oorlogsverklaringen' van Bush en de bombardementen op Afghanistan.

,,De hevige verklaringen van Tony Blair smaakten mij bitter. Het was overacting.'' Welke politicus in België deed deze uitspraak? Nee, niet een van de Vlaamse of Waalse groene partij. Het was minister van Buitenlandse Zaken Louis Michel, een Franstalige liberaal. De Belgische regering (nu ook fungerend EU-voorzitter) heeft haar steun aan de Amerikaans-Britse oorlogsinspanningen tegen het terrorisme en het Afghaanse Taliban-regime steeds in voorzichtige bewoordingen verpakt – doelgerichtheid en vermijden van burgerslachtoffers staan voorop.

Het verklaart tegelijkertijd waarom van de beide groene coalitiepartijen - het Vlaamse Agalev en het Franstalige Ecolo - geen enkele substantiele kritiek op de regering valt te vernemen. Beide partijen hebben een tamelijk pragmatische traditie. Ze zijn ook niet het politieke tehuis van pacifistische of communistische voorlopers geweest. Agalev-leider Jos Geysels zei onlangs nog alle ,,vertrouwen'' in minister Michel te hebben. En Agalev-minister Magda Aelvoet (Milieu en Gezondheid) prees Michel om z'n ,,zeer goed werk met zijn reis door een aantal moslim-landen''.

Nergens in Europa zijn de groenen sterker dan in Wallonie: Ecolo heeft er bijna twintig procent van het electoraat. Het paars-groene kabinet moet daar dan ook ter dege rekening mee houden. De regering-Verhofstadt had vorige maand dan ook even tijd nodig voor een besluit over militaire bijstand in NAVO-verband. Maar over `Afghanistan' zijn er binnen paars-groen geen principiële verschillen, al klinkt, nu de bombardementen langer duren, wat voorzichtig `groen' gemor. Een meerderheid van de Belgen neemt blijkens peilingen een positief-kritische houding in ten aanzien van het VS-beleid.

Met medewerking van Hans Buddingh' (Brussel), Michel Kerres (Berlijn) en Pieter Kottman (Parijs).