Frankrijk aarzelt: vriend of bondgenoot

De onduidelijkheid over Franse deelname aan de Amerikaanse oorlog tegen het terrorisme werpt in elk geval voor president Chirac electoraal vruchten af.

Het is niet ondanks, maar dank zij de onduidelijkheid over de Franse bijdrage aan de Amerikaanse oorlog tegen het terrorisme, dat het overgrote deel van de Franse bevolking het beleid terzake van president Jacques Chirac en premier Lionel Jospin goedkeurt. Die bijdrage varieert al naar gelang de gesprekspartner die men treft. Frank de Grave, de Nederlandse minister van Defensie, die van de week Parijs aandeed, kon tijdens een dineetje op de Nederlandse ambassade aan de ene tafel beweren, dat Frankrijk zich ,,in hetzelfde schuitje'' als Nederland en Duitsland bevindt en weliswaar hulp heeft aangeboden maar er nog niet om is gevraagd, aan een belendende tafel beweerde vice-admiraal Alain Coldefy, directeur Internationale Betrekkingen van het Franse ministerie van Defensie precies het omgekeerde. Anders dan de Nederlanders en de Duitsers doen de Fransen al volop mee, maar geven ze daar geen ruchtbaarheid aan met het oog op het grote aantal moslims (5 miljoen) binnen de eigen grenzen.

Wie te geloven? Feit is dat de bereidheid tot een bijdrage bestáát en dat Chirac keer op keer gewezen heeft op de Franse solidariteit met Amerika. Vlak na de aanslagen als eerste buitenlandse leider eenmaal op bezoek in Washington, nam hij zelfs het tot dan toe zorgvuldig gemeden woord `oorlog' in de mond. Feit is voorts dat Jospin, ook al geheel en al solidair, gewezen heeft op het gevaar ,,meegesleept te worden'' in de Amerikaanse acties. Feit is ook dat Frankrijk, in het openbaar zinspeelt op een ,,nabij moment'', waarop daden bij de woorden worden gevoegd, maar berichten als zouden de speciaal voor moeilijke missies getrainde COS-eenheden al actief zijn in Afghanistan werden niet bevestigd.

Gezien de stijgende waardering, sinds de aanslagen, van de Fransen voor hun staatshoofd, werpt de onduidelijkheid in elk geval electoraal vruchten af. Chirac heeft de ziel van zijn landgenoten weer eens goed gepeild, nog vóór de bekendmaking van de uitslagen van de eerste opinie-peilingen. Daaruit komt hij te voorschijn als winnaar als er nu presidentsverkiezingen gehouden zouden worden. Mogelijke conclusie: het Franse volk lijdt aan dezelfde ambivalentie als de top van de Republiek. Het wordt daarin zeker gesterkt door de cowboy-taal van Bush (`dead or alive') en door zijn uitspraken over `gematigde Talibaan'. ,,Hij begrijpt er niets van: die bestaan helemaal niet'', analyseerde een Franse vriendin verontwaardigd.

Gevraagd naar een reactie op de bombardementen, keurt niettemin 69 procent van haar landgenoten die goed (Ifop/Le Figaro, 13 oktober). De benadering van president Chirac wordt door 65 procent goedgekeurd. Maar slechts 55 procent is vóór een grotere Franse inspanning aan de zijde van de Amerikanen en de Britten. En van die 55 procent zegt bovendien slechts 18 procent daar `helemaal' voor te zijn tegenover 37 procent die gematigd voorstander is. Uitbreiding van de acties tegen andere staten dan Afghanistan die terroristen herbergen, is voor een meerderheid van 59 procent uit den boze. In een andere peiling wijt 42 procent de aanslagen aan de buitenlandse politiek van de Amerikanen in het algemeen en 42 procent aan die ten aanzien van de Arabische landen in het bijzonder.

Hun antwoorden zijn de Fransen op een schrobbering komen te staan van de opdrachtgever van de eerste peiling, het rechtse dagblad Le Figaro. Volgens de krant weigeren de Fransen, ondanks hun ,,realistische analyse van de dreiging [...] de logische consequentie van deze diagnose'' onder ogen te zien. ,,Als gezworen vrienden van de Verenigde Staten aarzelen ze onvoorwaardelijke bondgenoten te worden.''

Dagblad Le Monde, toch altijd in de frontlinie waar het opinies betreft, heeft zich tot op heden opmerkelijk afzijdig gehouden. Afgezien van een eerste hoofdartikel direct na de aanslagen – voor de gelegenheid beginnend op pagina één – met als teneur on est tous des Américains en later nog één, waarin gewaarschuwd werd tegen afbraak van de burgerrechten in de strijd tegen het terrorisme, heeft de krant gezwegen. Wel profiteren zeer Franse tegenstanders van de mondialisering van de gelegenheid om hun stokpaardjes nog eens te berijden en verder trekt een stoet islamologen voorbij.

Bijna koddig, in het licht van de internationale context, waren de bijdragen van vijf leden van de beroemde Académie (17 oktober) over `de plaats van Frankrijk in de wereld'. ,,Men moet de moed hebben te onderkennen [...] dat het Europese geweten huist in het verlichte deel van Europa [...] dat de rest moet aanvoeren'', vond er één. Een andere vroeg zich af: ,,Zal het Frans zich op een dag in dezelfde situatie bevinden als de indiaanse talen van Amerika waarvan Chateaubriand zei dat alleen de papegaaien [...] zich die herinneren?'' Voorwaar een kwestie.