Een topstuk aan het Rapenburg

De boekenverzameling van Johannes Thys (1622-1653) was de enige bibliotheek in de Republiek die een eigen gebouw kreeg. Pand en collectie aan het Leidse Rapenburg zijn in oude glorie hersteld en toegankelijk voor het publiek.

Je kunt je er als 21ste-eeuwer weinig bij voorstellen: een jonge dertiger met een verzameling van 2.500 boeken. Net zomin overigens als bij een zesjarige die voor zijn verjaardag van zijn oom een koek krijgt en hem als bedankje schrijft: `Beste oom, bedankt voor de koek, volgend jaar graag een boek.' Of dat laatste echt gebeurd is, is niet helemaal zeker, maar dat de Leidse letteren- en rechtenstudent Johannes Thys (1622-1653) in het Latijn Thysius reeds op jonge leeftijd een omvangrijke bibliotheek bezat, staat vast.

Nu was het in de 17de eeuw niet ongewoon dat rijke studenten Thysius studeerde vanaf zijn veertiende jaar onder meer Latijn, Grieks en Hebreeuws een bibliotheek aanlegden. Wel uniek is het feit dat de Bibliotheca Thysiana de enige in de Republiek is die werd gesticht met een eigen gebouw. Zowel de collectie als het pand, aan het Rapenburg in Leiden, zijn de afgelopen jaren gerestaureerd en op 27 oktober wordt de Bibliotheca Thysiana heropend, waarna zij wordt opengesteld voor publiek. Daarmee is het Rapenburg een juweel rijker,zowel qua gebouw als verzameling.

Oneerbiedig gesteld verzamelde Thysius zo'n beetje alles wat los en vast zat, al ligt het zwaartepunt op geschiedenis en alles wat daar bij hoorde, van staatkunde tot reizen. Ook de oudheid en de moderne literatuur van de 17de eeuw zijn goed vertegenwoordigd. Zijn vele prenten en pamfletten met 15.000 exemplaren is alleen de verzameling van de Koninklijke Bibliotheek groter zijn ondergebracht bij het prentenkabinet en de UB. Thysius, die zijn boeken vaak met tientallen tegelijk kocht op veilingen, had een zwak voor `mooie' boeken: met platen. Flora, astronomieboeken met beweegbare illustraties van hemellichamen, timmermanshandboeken, architectuurboeken, prentenboeken met beroemdheden uit de 17de eeuw, maar ook destijds al antiquarische exemplaren, het is allemaal te vinden in de bibliotheek, die tegenwoordig zo'n zesduizend banden omvat.

Thysius zelf, telg uit een rijk, Vlaams koopmansgeslacht dat naar het noorden uitweek na de val van Antwerpen, heeft zijn mooie, sobere bibliotheek niet meer kunnen aanschouwen: hij overleed in 1653 op 31-jarige leeftijd. In het testament dat hij enkele dagen voor zijn dood liet opstellen, bepaalde hij ,,dat mijn biblioteeq door mijn neeff joncher Marcus du Tour sal werden geemployeert tot publycke dienst der studie''. Thysius liet 20.000 gulden na voor de bouw van een bibliotheek en driehonderd gulden per jaar om de collectie aan te vullen. ,,Dat waren enorme bedragen voor die tijd'', aldus Pieter Obbema, oud-conservator van de Leidse universiteitsbibliotheek en secretaris van de Stichting tot Behoud van de Bibliotheca Thysiana. ,,Ter vergelijking: een hoogleraar verdiende toen zo'n zeshonderd gulden per jaar.''

Thysius' laatste wens werd vlot uitgevoerd: in 1655 verrees op de hoek van de Groenhazengracht de Bibliotheca Thysiana, een ontwerp van stadsarchitect Arent van 's-Gravensande, die ook de Lakenhal (het huidige stedelijk museum) ontwierp: op de begane grond bevond zich onder meer de woning voor de beheerder, op de verdieping was de boekenzaal gehuisvest, in een grote, open zaal van 7 x 14 meter. De inrichting geschiedde destijds volgens de nieuwste bibliotheekmode: in het midden een leestafel waar men de boeken kon inzien en langs de wanden, achter balustrades, de boekenkasten waaruit de zaalbediende de boeken aanreikte aan de leners. Ook de universiteitsbibliotheek was in 1653 op die manier ingericht.

,,Het stichten van een eigen bibliotheek lijkt in de Nederlanden nogal uitzonderlijk, maar het moet waarschijnlijk in hetzelfde licht worden gezien als de talloze hofjes in de steden'', vertelt Obbema. ,,De rijken vereeuwigden zichzelf op die manier.'' In de ontvangstkamer hangt een bescheiden portret van de jonge grondlegger, het familiewapen is aangebracht en de gevel vermeldt zijn naam.

Dat Thysius zijn collectie niet aan de universiteitsbibliotheek schonk, waar nota bene een familielid de scepter zwaaide, kon wel eens te maken hebben met Thysius' angst dat de niet al te groot behuisde UB een deel van zijn verzameling zou weigeren en de collectie uiteen zou vallen, aldus Obbema.

Tot omstreeks 1700 werd de bibliotheek uitgebreid, onder andere met de kostbare, veertiendelige Atlas van Blaeu, die destijds, inclusief bijpassend kastje, vijfhonderd gulden kostte. Daarna raakte de verzameling in verval. Veel boeken, zoals de talrijke juridische handboeken, verloren hun betekenis. Tegenwoordig wordt de verzameling alleen nog uitgebreid met schenkingen die in de collectie passen.

De bemoeienis van Van 's-Gravensande en het fraaie staaltje Hollands Classicisme dat hij neerzette, waren voor Vereniging Hendrik de Keyser, die al veel monumentale panden van de ondergang redde, reden om in 1996 het eigendom van het gebouw over te nemen en de restauratie te bekostigen. Alle oorspronkelijke verfkleuren werden weer aangebracht en de vele ramen in de bibliotheekzaal (destijds had men alleen daglicht) werden voorzien van een UV-filter zodat leer en perkament niet langer te lijden hebben van het licht. De regentenkamer, compleet met hangschouw en bedstee, is geschikt gemaakt voor ontvangsten en doet nu dienst als vergaderruimte. En daarmee is een van de topstukken van monumentaal Nederland weer toegankelijk geworden.