Ecomuren

Gebroken stoeptegels, lege wijnflessen, dakpannen en metselsteen zijn ideale materialen voor de `doorleefde' ecomuur. Netjes afwerken is verboden.

Dat mode snel verandert wist ik al, maar dat tuinmode in eenzelfde razend tempo verandert als kleding- en schoenenmode, heeft me verrast. Pompoenen, wilgentenen reigers en blauwgeverfde klapstoelen zijn hopeloos passé. Steenslag en waterelementen in de vorm van een menhir ijlen nog wat na, maar ook die hebben hun langste tijd gehad.

De hit van de nieuwe eeuw is de gebroken stoeptegel. Zoals tuinachitecte Mien Ruys als Bielzen-Mien bekend stond overigens zeer tegen haar zin zo zal Wiert Nieuman als Stoeptegel-Wiert de geschiedenis ingaan. Of Nieuman nu werkelijk de eerste is geweest die van oude, stukgeslagen stoeptegels de prachtigste rotsformaties heeft gebouwd doet er niet toe, maar een feit is dat zijn bouwsels op Fort Hoofddijk, onderdeel van de Botanische Tuin van de Universiteit van Utrecht, aan de huidige stoeptegelrage ten grondslag liggen. Vooral zijn bolvormige, met rotsplanten begroeide constructies spreken tot de verbeelding.

Wie in een Vinex-wijk rondkijkt, ziet hoe snel de gerecyclede stoeptegel school maakt. Zitkuilen, keer- en stapelmuurtjes worden van grijze en rode stoeptegels gebouwd, waarbij het opvalt dat de onbeschadigde tegel taboe is; die moet gebroken zijn en met het breukvlak in het zicht worden gestapeld. De grappige omstandigheid doet zich voor dat de dikke betonnen stoeptegel nogal stevig is, zodat er heel wat breekwerk aan het bouwen van een muurtje te pas komt. Ook is er een tekort aan oude stoeptegels ontstaan, zodat tegenwoordig ook ongebruikte tegels met grof geweld doormidden worden geslagen. En ook het beschadigen van nieuwe zaken is afgekeken van de kledingmode, getuige rafels en gaten bij gloednieuwe spijkerbroeken.

Niet alleen de stoeptegel kan in de tuin worden verwerkt; in principe kan alles wat van klei of beton is gemaakt, worden vermetseld of gestapeld. De doordrinker kan zijn lege wijnfessen in zijn tuin verwerken. Muurtjes van dakpannen zijn decoratief, maar in dit geval is het mooier om de dakpan niet doormidden te slaan. Ook metselsteen is van zichzelf al ruw genoeg en het is dan ook niet nodig het artisanale aspect van de steen te accentueren door hem te breken.

De bakstenen muur is klassiek, en oude klinkers en metselstenen zijn zo gewild dat ze duurder zijn dan nieuwe. En baksteen heeft nog een voordeel: het geeft een doorleefde sfeer aan een nieuwe tuin. Een bemoste nep-ruïne van kloostermoppen geeft elke nieuwe tuin instant-geschiedenis.

Wat vroeger gewoon een muurtje heette, draagt nu vaak een modieus etiket `eco-muur', `vlindermuur' of `biomuur'. Dat betekent niets, maar geeft wel aan dat de eigenaar met zijn geknutsel niet alleen een afscheiding wil maken, maar tegelijk een goed tehuis wil bouwen voor planten en dieren. Spinnen, mieren, pissebedden, duizendpoten, metselbijen en allerlei andere kruipende en wriemelende schepselen leven in en op een verweerde muur. Luxe muren, met een ambitieuze spouw, worden zelfs bewoond door wezels, winterkoninkjes en vleermuizen. En door veldmuizen en ratten, want wezels leven niet van de lucht. Planten met toepasselijke namen als muurbloem, muurleeuwebek, muurpeper en steenbreek groeien in de voegen. En hoe gammeler, ruwer en verweerder de muur, hoe meer leven. Dat maakt de eco-muur niet bepaald geschikt als manshoge afscheiding tussen uw tuin en die van de buren, want veel buren zullen zo'n muur als een bouwval beschouwen, ook doordat het geheim van een goede eco-muur schuilt in metselen met slechte specie en slordig voegen. Bovendien is een voorwaarde voor een rijk planten- en dierenleven dat de muur nooit uitdroogt. Een echte eco-muur zal dus bijna altijd een keermuur zijn die permanent vochtig gehouden wordt door achterliggende grond. Tot ongeveer een halve meter hoogte kan een muurtje worden gestapeld; daarna wordt de druk van de achterliggende grond zo groot dat metselen noodzakelijk is. Bij stapelen is het voor de stabiliteit van uw muurtje ook van belang dat het licht achterover leunt. Stapelmuurtjes raken snel begroeid en desgewenst kunt u dat proces nog versnellen door af en toe een plantje in kieren en spleten te duwen. In een vochtig muurtje zaaien varens zich vanzelf, omdat de lucht in de zomer vol is met hun microscopisch fijne sporen. Maar of de duvel ermee speelt het zijn altijd de ongewenste planten die zich in uw bouwwerk zaaien: brandnetels, kweekgras en erger nog bomen als essen en esdoorns. Bij het uittrekken van een zaailing van esdoorn loopt u grote kans dat de halve muur meekomt. Daarom is het beter om te metselen, waarbij u de fundering niet moet vergeten. Meng leem, tuinaarde of turfmolm door de metselspecie; dat komt de stevigheid niet ten goede, maar de muurbegroeiing wel. Binnen drie jaar kan een gemetseld keermuurtje eruit zien alsof het er honderd jaar staat.

Wat er op uw muur kan groeien, wordt bepaald door de richting en de helling. Op een achterovend hellend muurtje groeien planten als muurbloem en muurpeper; veel varens, zoals de muurvaren, de blaasvaren, de steenbreekvaren, maar ook de gele helmbloem gedijen beter op een verticaal aspect. Zuidmuren drogen snel uit en worden zo warm dat er maar weinig planten op willen groeien. Maar warmteminnaars als Mexicaanse fijnstraal en Centranthus doen het er goed. En vlinders warmen zich 's morgens vroeg aan de stenen voordat ze wegfladderen. Muurleeuwebek en huislook groeien overal. Westmuren komen, wat begroeiing betreft, enigszins overeen met zuidmuren, en oostmuren met noordmuren. Voor de plantenliefhebber zijn noord- en noordoostmuren ideaal. Daarop groeien wel twintig verschillende varens en zeldzame alpenplanten als Ramonda uit de Pyreneeën en Lewisia uit het hooggebergte van de VS. Op het noorden maakt het eigenlijk niet uit, of uw muur nu in dure metselsteen is uitgevoerd, of in goedkope betonklinkers of gebroken stoeptegels, omdat het bouwwerk binnen de kortste keren geheel onder vegetatie schuilgaat.