Duivelsnest en doodstrompet

Het verhaal gaat dat Fransen die een ommetje door de velden maken altijd wel wat meenemen voor de avondmaaltijd. Na een dagje wandelen in het herfstige Bourgondië kon ik me dat wel voorstellen. Tamme kastanjes, walnoten en eetbare paddestoelen waren er in overvloed. 's Avonds zag ik deze natuurproducten terug op de eettafels van lokale restaurants. Maar ook het opgediende vlees, het wild, de kazen en natuurlijk de wijn riepen herinneringen op aan onze wandeling langs akkers en wijngaarden. Van de witte Charolaisrunderen met hun roze-omrande ogen wordt de befaamde `boeuf bourguignon' gemaakt. De koppels patrijzen die her en der met een alarmkreet uit het graan opvlogen lagen later als kleine gebraden kippetjes op de borden. Koeien, schapen en geiten zijn de leveranciers van vele soorten sterk geurende kaasjes. Je loopt als het ware door een eetbaar landschap.

Een prachtig verbouwd landhuisje, aan de zuidkant van de Morvan, vormde het vertrekpunt van onze verkenningen. Het lag alleen erg afgelegen, grenzend aan bossen en een diep dal. Toen we er aankwamen, na het volgen van steeds kleinere B-weggetjes door donkere, vochtige bossen, was de stemming bedrukt. Mijn zoon (13) vond het de perfecte plek voor een bloedige slachtpartij. Hij eiste ook dat het schilderij met een lachende clown subiet werd omgedraaid (in moderne horrorfilms is de clown of een pathologische seriemoordenaar of de vermomming van een hellemonster).

Een paar uur later werd ik ruw uit mijn slaap gewekt. Mijn vrouw en dochter stonden paniekerig naast mijn bed, beiden getooid met een rieten hoed. Studeerden ze een liedje van Maurice Chevalier in? Nee, ze waren bang dat de vleermuis die de rust in mijn dochters slaapkamer had verstoord zich in hun haren zou verstrikken. Ze eisten dat ik het ongedierte uit dit spookhuis zou verwijderen.

Eerst had Wienke, die in bed lag te lezen, achter een balk een grappig zwart bolletje te voorschijn zien komen. Een muisje, meende ze, tot het muisje plotseling ging vliegen. Prompt was ze onder de dekens weggedoken. Even later zag haar loerende oog hoe het diertje zich met zijn klauwtjes over het tapijt voorttrok. Dat was het geschikte moment om de kamer uit te vluchten.

Wat ik, toen ik slaapdronken de kamer betrad om het beddengoed naar veiliger oorden weg te brengen, hoorde was een licht gekrabbel in de bovenhoek. Zwarte Vleer had zich weer in zijn hol teruggetrokken.

De volgende morgen verdreef het zonlicht de fantomen van de nacht. Rond het huis bloeiden lavendel en monnikskap. De clown kon weer worden omgedraaid.

Overdag wandelden wij langs akkers en velden waarvan de randen met bosschages waren afgezoomd. Leem en kalksteen plakten in een dikke laag aan de voetzolen vast. Boven de wijnstokken, waarvan het blad naar rood en oranje verkleurde, reden hoog op de wielen staande trekkers als reuzeninsecten heen en weer. Dat is het aardige van wandelen: je loopt meteen de vrijheid tegemoet en wordt opgenomen in het landschap.

In de bomen hingen overal groene bollen maretak, die bij ons alleen in Zuid-Limburg te vinden zijn. Ik voelde mij soms met één been in een album van Asterix staan, waar de oude Panoramix met zijn gouden snoeimes het magische groeisel van de takken haalt. Over de maretak bestaat een uitgebreide folklore. Vroeger dacht men: dat deugt natuurlijk niet, een plant die in alle jaargetijden groen blijft. Daar zitten kwaaie krachten achter; vandaar de bijnaam duivelsnest.

In een naburig dorp vonden wij een restaurant waar de ware Bourgondische keuken werd geserveerd. In historische werken wordt graag een beeld geschetst van de smulpaperij aan het middeleeuwse Bourgondische hof. Toen koks, keukenmeesters, voorsnijders, soepmeesters, gebraadmeesters en wijnschenkers een ware show in de eetzaal opvoerden.

Maar ook zonder show werd op onze tafel de regionale keuken alle eer bewezen. Wij kregen wijngaardslak, Charolaiskalf, cantharel `doodstrompet', zoals Fransen de hoorn van overvloed noemen en kastanjepuree voorgezet. Mijn zoon bedankte voor de slak, ik voor het dessert. Want de Époisses, een uit koemelk bereide kaas, verspreidde een ronduit stuitende lucht, terwijl de crottin de Chavignon (keutel van Chavignon), een geitenkaas, inderdaad naar het geitenhok riekte. Niet alles wat Bourgondisch heet is een feest voor de tong.