De hemelse Netelenbos

Op de Mookerheide hadden we willen dwalen, door de herfstbladeren stappen, de schansen zien waar Hendrik en Lodewijk van Nassau voor het vaderland zijn gevallen en misschien hadden we het soldijkistje wel teruggevonden dat al eeuwen zoek is. Maar we staan in de file, viereneenhalf uur lang. Hoe dichter we ons einddoel naderen, hoe veelvuldiger de opbrekingen, hoe rigoureuzer de omleidingen en hoe langer en hardnekkiger de files. Zou iedereen op weg zijn naar Jachtslot de Mookerheide om het wildseizoen te vieren? Slechts de gedachte dat daar de Christoffelkamer voor ons is gereserveerd houdt het moreel hoog. Niet voor niets is Christoffel de schutspatroon van de reizigers. In een geactualiseerde geloofsbeleving gaat hij vast niet meer alleen over doorwaadbare plaatsen, maar ook over files, als een hemelse Netelenbos.

Na het vallen van de avond komen we op het jachtslot aan. Van de omgeving is weinig meer te zien, des te meer treft de weldadige sfeer van het droomhuis dat Jan Jacob Luden aan het begin van de vorige eeuw liet bouwen. Dat is pas gewild wonen. De hal is overweldigend met lambriseringen, omlopen, trapleuningen in rijk houtsnijwerk. Stralend middelpunt is een groot gebrandschilderd raam dat de legende van Hubertus voorstelt. Aanvankelijk was hij een woest man, die huishield in de bossen en op de heide. Na zijn bekering deed hij aan wat tegenwoordig verantwoord faunabeheer heet en zo werd hij de schutspatroon van de jagers. Die vieren zijn feest op 3 november.

Het thuisbrengen van alle stijlen en invloeden die in het jachtslot zijn aan te treffen zou een mooie opgave vormen voor een examen kunstgeschiedenis. Op onze speurtocht door het weelderig gedecoreerde en liefdevol onderhouden huis zien we veel Jugendstil, wat art deco, Amsterdamse school, mozaïek in de stijl van Gaudí en hier en daar een vleugje Steiner. De Dominicanessen van Bethanië, de vorige bewoonsters van het huis, hebben voor enige onvervalste neo-gotiek gezorgd bij de verbouwing van de machinekamer tot kapel.

We hebben een gastronomisch arrangement een overnachting met diner geboekt voor bijna 250 gulden per persoon. ,,Wat is het menu?'' vragen we als de wijnkaart wordt gebracht. ,,Daar willen we u eigenlijk mee verrassen'', is het antwoord. We laten het menu toch verklappen. En dat blijkt alsnog een verrassing. Er zit geen enkel wildgerecht bij. Natuurlijk, het hele jaar door is er wild te krijgen, maar toch vinden we de herfst het wildseizoen bij uitstek. We vragen of er wat aan te doen is. En inderdaad, daar valt wat aan te doen.

De kok huldigt de principes van de klassieke kookkunst, voor de liefhebbers van een avontuurlijke keuken is dit het verkeerde adres. Gastronomische nieuwlichterij zou ook niet passen in deze stijlvolle salon met buffetten en sierlijke voorwerpen in Jugendstil. Het gaat er hier klassiek aan toe. De tafels zijn gerokt en menig gerecht arriveert onder een cloche. De bediening is in jeugdige, soms een tikje onervaren, maar veelal goede handen.

Het menu start in stijl met een gevogelteparfait en een garnituur van uitjes en cumberlandsaus, daarbij gaat een Tokay Pinot Gris van Joseph Cattin uit het wijnarrangement. Daarna komt een houtduifbouillon met royale stukken gebakken houtduif. De in kleine blokjes gesneden groenten hebben nog een beetje beet en doen wat ze moeten doen. Ze zorgen voor een frisse toets.

De op de huid gebakken doradefilet heeft warempel iets modieus. Hij is verwerkt in een stapelconstructie met een romige risotto die een beetje beet node mist, spinazie, een krokant spekje en een even krokant koolblad. De combinatie met een milde schaaldierensaus overtuigt niet helemaal, er is te weinig onderscheid in hoofd- en bijsmaken. Er wordt een frisse Mâcon-Prissé bij geserveerd. Een prettige wijn om zo te drinken, die niet helemaal op zijn plaats is bij de romige saus.

Na al deze romigheid is de spoom van appelsorbetijs een welkome verfrissing, en afwisseling, want daarna komt nog meer romigs. Een cognacroomsaus begeleidt de hertenhaas `Is er ook hazenhert?' vraagt mijn tafelgenoot op aardappelpuree en rode kool met spruitjes. De Chénas, een stevige Beaujolais, biedt voldoende tegenspel.

Bij de tarte tatin met vanilleroomijs en frambozencoulis krijgen we een `muscat d'asti uit Frankrijk'. Daar kijken we van op. De kelner moet onze verbazing hebben opgemerkt. Even later komt hij een vergissing melden, de wijn komt uit Italië. Wat hem een stuk minder bijzonder maakt.

Later op de avond komen we alsnog in Franse sferen. De Christoffelkamer heeft iets wufts, met zijn warmrode tinten, vele kussens, een dekbed met grote rode rozen en goed geboende oude meubels, zoals twee nachtkastjes met een marmeren blad. De kamer heeft een open badhoek. Voor het slapen onderga ik het bubbelbad. Twee tegenover elkaar geplaatste spiegels geven de indruk van een oneindig lang bad en tussen het schuim zie ik eruit als een gigantische merengue.

's Nachts heerst er volkomen rust. De volgende ochtend worden we verrast door een prachtig uitzicht op een landschap in prille herfsttinten. We klimmen naar de torenkamer die net boven de boomtoppen uitsteekt en een weids uitzicht biedt over drie provincies.

Tevreden, maar met angst en vrees aanvaarden we na het ontbijt de terugreis, maar in nog geen anderhalf uur zijn we weer thuis. Dat moet de voorspraak zijn van Sint Christoffel.