Blote navels in de kroeg

In Nieuw Zeeland ligt het platteland verder van de stad dan in Nederland, maar het blijft wel bereikbaar, zelfs per mountainbike. In de jaren dat ik in het door bergruggen omzoomde Wellington woonde, was een mountainbiketocht over de Rimutakaheuvels ten noorden van de Nieuw-Zeelandse hoofdstad onze favoriete weekendtrip: een hoofdzakelijk lieflijke rit met één spectaculaire afdaling en een paar spannende donkere tunnels. De rit van veertig kilometer eindigde steevast in The Royal Tavern in het plaatsje Featherston. Deze dorpskroeg was heimelijk het ware doel van onze fietstocht en vaak het hoogtepunt. Dat kwam doordat het café steeds opnieuw meer dan een halve, verfrissende wereld verwijderd bleek van het yuppiegedoe in Wellington.

Op zo'n zaterdagmiddag wandelen we met onze bemodderde fietsbroeken ons reisdoel binnen. ,,Come over the Incline, have ya?'' vraagt de waard, terwijl de halfvolle dorpskroeg zich vroeg op de middag aan ons vergaapt. Er gaat in het weekend slechts één trein terug naar Wellington, om 16.34 uur. Daarom is voor de heenreis per fiets een stevige zekerheidsmarge nodig voor lekke banden en verbogen wielen. Drie uur fietsen en dan twee uur drinken in een café dat door een tijdsmachine een paar decennia lijkt teruggeworpen.

De fietstocht voerde over de oude Rimutaka Incline, de in 1955 door een nieuwe tunnel vervangen spoorverbinding tussen Wellington en het schapengebied van Wairarapa. In de negentiende eeuw ontbrak de kunde en het kapitaal in Nieuw Zeeland voor een lange en diepe tunnel. De trein slingerde daarom langs riviertjes door de Rimutaka's, met hier en daar een korte tunnel. Die oude baan, 46 jaar geleden overbodig geworden voor het spoorverkeer, wordt nu beheerd door de provinciale overheid van Wellington en is geschikt gemaakt voor mountainbikes.

Zwaar is de trip niet en behalve ons einddoel zijn er een paar aardige hoogtepunten. De 600 meter lange Siberiatunnel bijvoorbeeld is een reis door het bijna aardedonker, met aanvankelijk slechts een heel klein lichtpuntje aan het eind als richtpunt. Honderden meters tast je letterlijk in het duister om niet tegen de tunnelmuur te botsen of elkaar te raken.

De regio Wellington staat bekend om haar stormachtig karakter. Nergens beter wordt dat geïllustreerd dan bij de oude spoorbrug over de Siberiarivier, waar in de laat negentiende eeuw een complete trein van de rails werd geblazen. Het waait hier bijna altijd hard. Bij een koude zuidelijke wind, waarvan het gevoel zegt dat die rechtstreeks van Antarctica komt, lijkt het water rechtstreeks de steile berghellingen op te worden geblazen.

Vanaf de rivier wordt het pad een stuk steiler. Over de bochtige voormalige spoorbaan, die hier met gras is begroeid, gaat het fietsen zo hard, dat je de afgrond rechts naast je met steeds meer angst beziet. Wanneer je de kortere tunnels in dit gebied binnenkoerst, voel je je even als de machinist van een TGV. Die heeft hier echter nooit gereden. De Wairarapa Express moest hier met één remwagon per drie rijtuigen de reis naar beneden maken. Omgekeerd was een extra tandradrail nodig om over het steile spoor een trein naar boven te kunnen trekken. In beide richtingen was de snelheid slechts acht kilometer per uur.

In het café lopen we onze eigen afdaling nog eens langs. De overige gasten tonen geen enkele belangstelling voor ons. Aan het kroegraam zit een tandenloze zwijger met zeemanspet. Een paar boerenknechten drinkt hevig en wedt ter plekke op de paardenraces die op een enorm scherm worden uitgezonden. Veel geluk hebben ze niet. De gezichten staan de hele middag op zorgelijk. Een even groot scherm aan de andere kant van het café laat de ene rugbywedstrijd na de andere zien. In de hoek een paar Maori's, die Nieuw Zeelands favoriete sport slechts meewarig volgen. Ons vooroordeel zegt dat ze zich met regelmaat te goed doen aan de marihuana die hier weelderig groeit, de voor Nederlandse begrippen onbegrijpelijk intensieve politie-inspanningen ten spijt.

Het bier vloeit intussen rijkelijk in jugs, literkannen van plastic, een oud Nieuw-Zeelands gebruik om de schade bij het eens onvermijdelijk geachte smijtwerk tegen te gaan. De stemming is nu echter verre van agressief. Per kan wordt het veel te zoet smakende Kiwibier verkocht tegen dezelfde prijs als waarvoor je in een bar in Wellington een flesje Heineken krijgt.

Dan komt er uit een bus een groep jonge vrouwen, een tikje aangeschoten, de kroeg binnen. Ze hebben een wijntrip achter de rug naar Martinborough, een plaatsje twintig kilometer naar het oosten. Mogelijk gemaakt door een gunstig microklimaat is daar de mentale verstedelijking wel in volle gang, want de ene na de andere schapenboerderij wordt er tot wijngaard met durehapjesrestaurant omgebouwd. Wellingtonians met geld slepen de productie er elk weekend met dozen tegelijk vandaan.

De wijnproefmeiden zijn schaars, maar middels de hipste nieuwe labels, gekleed. Hun ranke middels zijn bloot, de navels zichtbaar. In de kroeg wordt het stil. We hebben inmiddels zoveel bier op, dat we ons nu wel met de locals verbonden voelen. Blikken van verstandhouding worden uitgewisseld.

Een half uurtje later vertrekt het gezelschap, nog luidruchtiger dan het binnenkwam. ,,Oh, dank je wel Wellington, bedankt voor het laten zien van jullie mooie navels'', galmt een boer met rubberlaarzen en bakkebaarden ter grootte van schoenpoetsborstels door de kroeg als de bus van de parkeerplaats afrijdt.

De kroeg schaterlacht. Dan kijken we verschrikt op de klok. Nog vijf minuten voor de enige trein die vandaag nog vertrekt. Op onze mountainbikes jakkeren we enigszins onevenwichtig door het dorp naar het station. De conducteur kennen we nog van eerdere tochtjes. Met deze ene spoorlijn is het hier altijd al een `rondje om de kerk'. Via de acht kilometer lange, nieuwe tunnel spoedt de trein zich terug naar de flair, dure drankjes en mooie mensen van de Nieuw-Zeelandse hoofdstad.

Meer informatie over mountainbiken in Nieuw Zeeland: www.mountainbike.co.nz

Met dank aan Mark Leggett