Alleen fysiek geweld zal terroristen stoppen

Wil de bestrijding van Bin Laden cum suis effectief zijn, dan moeten twee dingen gebeuren. De terroristen moeten geëlimineerd worden en de politieke onvrede die zij zeggen te vertolken, moet worden weggenomen, meent Thomas von der Dunk.

Bin Laden is geen Saddam Hussein, die de islam slechts als dekmantel hanteert en er verder zelf niet in gelooft. Het is daarom verstandig om hem als moslim serieus te nemen. Wie dat dezer dagen stelt, krijgt direct te horen, dat hij voor de islam even weinig representatief is als het echtpaar Goeree voor het christendom. Dat is erg waar, en ook erg prettig, maar tegelijk niet erg relevant. Waar het om gaat, is dat hij zichzelf als een goede moslim beschouwt, en zich op de koran meent te kunnen beroepen, gelijk ook de Goerees voor hun onappetijtelijke antisemitisme in de bijbel altijd aanknopingspunten vinden.

Waar wij derhalve mee geconfronteerd worden, is de rauwe oerkern van het geloof. Christendom, jodendom en islam zijn in een ver, primitief verleden ontstaan, en hun heilige teksten dragen daar onvermijdelijk de sporen van. Dat willen de vele gematigde gelovigen van vandaag vaak liever niet weten, omdat bij hen als gevolg van een langdurig beschavingsproces inmiddels de scherpste kantjes van het geloof zijn afgesleten, en de ooit absolute interpretatie ervan vergaand is geciviliseerd. Wie evenwel letterlijk op die oude teksten teruggrijpt en zich deze oervorm eigen maakt, inhaleert daarmee vrijwel automatisch het atavisme van indertijd. Niet voor niets onderscheidt de islam zich in het hete woestzijnzand van Saoedi-Arabië ook nu nog door haar rigiditeit van die in de stedelijke samenlevingen van Egypte of Libanon, waar zij bij haar komst vergaand door een eeuwenoude cultuur werd beïnvloed.

Martiaal revanchisme maakt van die godsdienstige oerkern evenzeer deel uit als naastenliefde, of beter: de naastenliefde die het nieuwe geloof indertijd verkondigde, beoogde veelal de oudere martiale instincten te temmen, maar deze hadden – door hun toenmalige alomtegenwoordigheid – onvermijdelijk hun weerslag op de heilige teksten. Resultaat was dat in de praktijk de naastenliefde voor de eigen gelovigen, de bruutheid voor de omgang met de nog niet bekeerde buitenstaanders werd gereserveerd. De tribalistische oorsprong van de islam, die deze met het jodendom gemeen heeft, kan zich daardoor in geval van alledaags fundamentalisme ook gemakkelijker vertalen in dierlijk roedelgedrag – zoals vrouwenroof – dat Talibaanstrijders ten toon schijnen te spreiden. Ook het Oude Testament staat in dit opzicht bol van de wreedheden en moordpartijen. Menig ander volk dat het uitverkoren volk op zijn weg tegenkomt gaat naar de Filistijnen, en Jahweh gedraagt zich met name in de eerste bijbelboeken als een uiterst rancuneuze, elke weerspannigheid hardhandig afstraffende God.

Bij het christendom ligt dat iets anders, omdat het niet heeft wortel geschoten onder een nomadisch woestijnvolk, maar in een geürbaniseerde provincie van het Romeinse Rijk: de meest geslaagde multiculturele samenleving uit de Oudheid. Daarbinnen waren de omgangsvormen tussen volkeren derhalve reeds veel vrediger, terwijl polygamie – uitvloeisel van het roedelvormende principe van de meervoudige vrouwenroof – niet meer bestond. Christelijk fundamentalisme zal zich zo bij gebrek aan relevante evangelietekst ook iets minder snel in uitbundig seksueel pluriform gedrag uiten, zoals de voorgeschreven habitus in orthodox-protestantse kring illustreert.

Juist de kruisdood, die aan het evangelie zijn betekenis moet verlenen, maakt echter tegelijk duidelijk dat een hoog ontwikkelde samenleving als de Romeinse niet automatisch ook hedendaagse humaniteit impliceert.

Waar het de gruwelijkheid van het strafrecht betreft, doen eigenlijk alle grote beschavingen, of het nu de antieke, de chinese, de islamitische of de christelijke betreft, van oorsprong nauwelijks voor elkaar onder. Het was ook in Europa pas de Verlichting, dus in zekere zin de overwinning óp het eigen eeuwenoude geloof, die ervoor zorgde dat lijfstraffen tot het verleden gingen behoren.

Wie dus terugvalt op de letterlijke tekst uit de oertijd, neemt daarvan snel de denkpatronen over, en in dit licht moeten wij Bin Laden zien. Deze doet niet zozeer aan Hitler denken, als wel aan een profeet uit het Oude Testament. In gedragen volzinnen, vergeleken waarbij Bush op het literaire niveau van Karl May blijft steken, belooft hij ons heil en verderf tegelijk: heil voor de ware gelovigen, en verderf voor het goddeloze heidendom. Niet voor niets sprak de jongste verwoesting van de beide torens op Manhattan – behalve afgodstempel van Mammon dankzij zijn blasfemische bioscopen tevens oorden van duivels vermaak – ook enkele oververhitte tv-dominees als Gods straf voor 's lands bandeloosheid zo geweldig aan. Het decadente Amerika zal geen rust hebben, van het noorden tot het zuiden, van het westen tot het oosten, haar vrouwen en kinderen zullen dag en nacht voor de komende verschrikkingen beven, aldus de heer Laden, zolang dat eveneens voor de Palestijnen geldt.

Dergelijke orakeltaal was al in oudtestamentische tijden in de nabijheid van heilige plaatsen goed gebruik. Ook toen gingen een charismatische uitstraling en een zachtaardig gemoed – om van tenten en spelonken als stemmig achtergronddecor te zwijgen – samen met terroristische dreigementen aan het adres van hen die het Woord Gods niet wilden horen en dus de hand Gods maar moesten voelen. Het is dat men drieduizend jaar geleden niet over vliegtuigen of miltvuur beschikte, maar met de Zeven Plagen van Egypte kwamen de grootste enthousiastelingen toen al een heel eind. Een dergelijke godsdienstige stoornis, om desnoods de hele wereld aan het ware geloof op te offeren, stelt ons voor een groot probleem. In de omgang met profeten uit het Oude Testament is in Washington en Westminster nog betrekkelijk weinig bestuurlijke ervaring opgedaan.

In beginsel bestaan er drie mogelijkheden. Men kan Bin Laden negeren, maar dat lijkt sinds 11 september niet echt een reële keus. Men kan toegeven aan zijn eisen, de oprichting van een Palestijnse staat alsmede het vertrek van de Amerikanen uit de regio. Of men kan hem elimineren, en dat is makkelijker gezegd dan gedaan. Het enige wat volstrekt zinloos is, is om te proberen dergelijke terroristen, als zij zich eenmaal in hun religieuze gelijk hebben opgesloten, met praten te overtuigen. Met rationele argumenten zijn zij dan niet meer te bereiken, omdat Gods vermeende opdracht door hen volledig is verabsoluteerd.

Probleem is, dat zowel de tweede als derde mogelijke aanpak de fundamentalisten in hun gelijk bevestigt. Westers toegeven wordt als een zwaktebod gezien, als een nieuwe getuigenis van westerse minderwaardigheid: Allah bewijst door de zege aan de leden van Al-Qaeda te gunnen, hun goddelijke gelijk. Zij zullen dan ook niet met een Palestijnse staat genoegen nemen, maar aan hun gewelddadige succes juist de aansporing ontlenen door te gaan. Militant messianisme houdt meestal niet bij de poorten van Jeruzalem halt. Westers toeslaan zal hen echter evenmin afschrikken, want het martelaarschap dat zij daaraan ontlenen opent juist voor hen de hemelpoort. Een martelaarschap dat, zolang de grond voor Arabische onvrede niet is weggenomen, steeds nieuwe ontevredenen zal verleiden de drempel van het fundamentalisme te overschrijden.

Dat maakt een effectieve bestrijding zeer moeilijk. Het verstandigste lijkt om beide te doen, hoe zwaar dat in de praktijk ook valt: om de terroristen zelf te elimineren en tegelijk de politieke onvrede weg te nemen. Op korte termijn zal dat laatste uiteraard door de sympathisanten van Bin Laden als een westerse capitulatie worden beschouwd, en hen zo in hun gewelddadig gelijk bevestigen, maar op de langere termijn kan alleen hiermee de kweek van nieuwe terroristen mogelijk worden gestopt. De terroristen van nu zal dat evenwel niet van nieuwe aanslagen weerhouden. Dat lukt, zoals de Amerikaanse regering terecht heeft geconcludeerd, namelijk slechts met behulp van fysiek geweld. Alleen valt te betwijfelen of de huidige bombardementen in dat opzicht doel zullen treffen, en niet de haat jegens het Westen zullen vermeerderen zonder Bin Laden metterdaad te retourneren naar de hel.

Thomas von der Dunk is cultuurhistoricus.