Zomaar ontslagen

Een werknemer ontslaan is in Nederland moeilijk. Als enigen in Europa moeten Nederlandse werkgevers eerst toestemming van de overheid of van de rechter krijgen. Maar die wordt vrijwel nooit geweigerd. Een ontslagen vrouw: ,,Ik begrijp nog steeds niet hoe dit kon gebeuren.''

Kantonrechter: ,,Wat heeft mevrouw B. nu eigenlijk verkeerd gedaan?''

Medewerkster Personeelszaken van het bedrijf Tetterode: ,,Zij communiceerde niet.''

Kantonrechter: ,,Wat bedoelt u daar precies mee?''

Medewerkster Personeelszaken: ,,Ze praatte haast niet met haar collega's op de afdeling.''

Een willekeurige ontslagzaak voor het kantongerecht in Amsterdam. Grafisch bedrijf Tetterode wilde af van mevrouw B., administratief medewerkster sinds 1996. Na de reorganisatie bij het bedrijf, tweeëneenhalf jaar geleden, was de sfeer op haar afdeling slecht. Maar met collega's van andere afdelingen kon ze goed opschieten en haar werk deed ze goed. `Bedankt voor je inzet', stond nog op een van haar jaarlijkse beoordelingen.

Mevrouw B. was bij haar bedrijf een sociaal middelpunt. Als er verjaardagen waren, ging ze met de pet rond. Voor de mannen van de technische dienst die veel op pad zijn, was ze een praatpaal. Maar op haar eigen afdeling was ze stil gevallen. Haar teamleidster kon de druk niet aan en stond onder invloed van twee dames die niet goed met mevrouw B. konden opschieten. Er werd veel geroddeld. Mevrouw B. kroop steeds verder in haar schulp.

De eindverantwoordelijke voor de afdeling wilde zich niet met de problemen bemoeien. Toen mevrouw B. bij hem aan de bel trok, zei hij dat alles besproken zou worden tijdens de `teambuildingscursus' die het bedrijf had geboekt. Maar dat gebeurde niet. Voor ze het wist, was mevrouw B. ontboden bij Personeelszaken om te praten over háár functioneren. Stomverbaasd was ze toen ze kort daarna te horen kreeg dat ze weg moest.

Wat mevrouw B. verkeerd heeft gedaan? Tijdens de teambuildingscursus, zegt mevrouw B., zei de chef dat hij een hekel heeft aan domme mensen. Intuïtieve mensen, verduidelijkte hij. ,,Ik wist meteen dat hij mij bedoelde.''

Mevrouw B. gaat op haar gevoel af – zegt ze zelf. ,,En mijn chef kon daar niet tegen.''

Ze wilde niet weg, ze had het, ondanks de problemen, naar haar zin bij Tetterode. Maar ze ging toch. Die middag bij de kantonrechter kwamen haar advocaat en die van haar werkgever overeen dat ze na haar ontslag acht bruto-maandsalarissen zou meekrijgen, inclusief acht procent vakantietoeslag. Enkele tienduizenden guldens rijker stond mevrouw B. twee uur later op straat. Met stomheid geslagen dat het kon: zomaar ontslagen worden. Blij dat de kantonrechter aan haar kant had gestaan en op de hoge vergoeding had aangestuurd, maar toch, ,,gevoelsmatig helemaal neergehaald''. Haar fout was dat ze was wie ze was; dat strookte niet met hoe haar chef in elkaar zat.

Niemand kan in Nederland zomaar ontslagen worden. Tenzij er betaald wordt. ,,Grof gezegd is iemand ontslaan een kwestie van geld'', zegt advocaat van Nauta Dutilh Gijs Scholtens, die zich al 31 jaar bezighoudt met arbeidsrecht. ,,Een ontslag moet redelijk zijn, anders kan het niet. Maar in de praktijk blijkt dat een rechter meestal niks oplost als hij een ontslag weigert. Een paar maanden later verschijnen de partijen dan opnieuw. In de meeste gevallen wordt een verzoek om ontbinding daarom ingewilligd.'' In de praktijk werkt ontslag net zo als echtscheiding: als de wil er niet meer is, heeft de wederpartij dat maar te accepteren. De enige vraag is tegen welke prijs.

Toch is Nederland het enige land in Europa waar werkgevers om toestemming moeten vragen om iemand te mogen ontslaan. Buitenlandse werkgevers met werknemers hier staan er vaak van te kijken. In het zogeheten `duale ontslagstelsel' kan ontslaan alleen als de overheid een `ontslagvergunning' verstrekt of de kantonrechter de arbeidsovereenkomst ontbindt. De ontslagvergunning stamt nog uit de tijd dat de Duitse bezetter in Nederland arbeiders op hun plaatsen wilde houden. De Nederlandse regering nam het systeem na de oorlog over om greep op de arbeidsmarkt te houden. De vergunning krijgen via de overheidsdienst Arbeidsvoorziening duurt lang: drie maanden voor de behandeling en daarna geldt nog de wettelijke opzegtermijn. Omdat Arbeidsvoorziening niet gaat over het betalen van een ontslagvergoeding, kan de werknemer die dat wil, vervolgens nog een gerechtelijke procedure beginnen.

Bij de kantonrechter gaat het sneller: de ontbindingsprocedure is binnen zes weken rond, er geldt geen opzegtermijn en er is meteen een uitspraak over de vergoeding.

Arbeidsrechtspecialist Max Rood, voorzitter van de Commissie Duaal Ontslagrecht die het kabinet adviseert over wijziging van het ontslagstelsel, vindt het ouderwets dat toestemming nodig is voor ontslag. ,,In een maatschappij waar de vrijheid van het individu centraal staat, moet ook de vrijheid bestaan om te zeggen: `het is mooi geweest'. Een overheid die bepaalt of een baas iemand mag ontslaan, doet mij te veel denken aan de Sovjet-Unie.''

Rood vindt de preventieve toets voor ontslag bovendien een wassen neus. In de praktijk bepaalt de werkgever immers toch zelf wie hij ontslaat. Het komt zelden voor dat Arbeidsvoorziening een vergunning weigert of dat een kantonrechter niet ontbindt. Waarom dan een stelsel dat iets anders voorspiegelt?

Rood ziet het liever zo: de werkgever zegt ontslag aan. Tijdens een hoorzitting komen de argumenten van werkgever en werknemer op tafel en met een verslag van die sessie kan de werknemer eventueel naar de rechter voor een vergoeding. Nee, zegt Rood, de wettelijke bescherming van werknemers neemt daardoor niet af. ,,De preventieve toets biedt schijnzekerheid. In de praktijk wordt de bescherming allang afgekocht met geld.''

Rood wijst erop dat wat hij voorstelt eigenlijk niets nieuws is. Bij ambtenaren werkt het al jaren zo: het ontslag wordt eenzijdig aangezegd en als er bezwaren zijn, gaat de ambtenaar naar de rechter.

Dat het maken van een financiële `deal' in het ontslagrecht de plaats van de wettelijke bescherming tegen ontslag de facto al heeft ingenomen, blijkt ook uit de stijgende populariteit van procedures bij de kantonrechter, die behalve over de ontbinding ook uitspraak doet over de hoogte van een vergoeding. Sinds 1991 is het aantal ontbindingsprocedures bij de rechter meer dan verdubbeld – van 13.903 tot 34.434 – terwijl het aantal ontslagvergunningen bij Arbeidsvoorziening bijna is gehalveerd – van 75.997 naar 44.159.

De kantonrechter doet de uitspraken in zijn eentje en tegen zijn uitspraken is geen beroep mogelijk. Met de zogeheten `kantonrechtersformule', sinds 1996 formeel in gebruik, is gepoogd in de uitspraken structuur aan te brengen. De formule vermenigvuldigt het aantal dienstjaren met het bruto maandsalaris. Dat bedrag wordt vermenigvuldigd met de zogeheten `factor C', waarin de schuld aan het ontslag van werknemer of werkgever tot uitdrukking komt. Als de factor meer dan 1 is, heeft de werkgever steken laten vallen, bij minder dan 1 treft de werknemer zelf blaam. Bij mevrouw B. was factor C bijna twee: de werkgever moest daarmee toegeven dat het ontslag niet helemaal rechtvaardig was.

Maar het is de vraag in hoeverre de kantonrechtersformule een landelijke standaard biedt. Arbeidsrechtadvocaat F. van Gelderen uit Maarssenbroek wordt soms wanhopig van de grote verschillen in de uitspraken van kantonrechters. ,,De formule klinkt objectief. Maar in wezen draait alles om factor C. En die kleurt iedere kantonrechter anders in.'' Kantonrechters buiten de Randstad komen volgens Van Gelderen meestal uit op een lager bedrag. ,,Zij hebben vaak een mentaliteit van: hup, schouders eronder en een nieuwe baan zoeken.''

Onlangs nog verdedigde Van Gelderen een ontslagen werknemer uit een boerendorp. ,,De kantonrechter zei: `we moeten opschieten want ik moet nog naar twee boeren die ruzie hebben om een koe'. Nou, dan weet je het wel.'' Ook advocaat Scholtens van Nauta Dutilh merkt verschillen in de vergoedingen. Maar, zegt hij, vergeleken met de `wild-west-situatie' van vóór de invoering van de kantonrechtersformule is het een hele verbetering. Kantonrechters maken factor C zelden hoger dan 2, zegt Scholtens. ,,De verschillen bewegen zich tussen aanvaardbare marges.''

Nog dit najaar moet de Stichting van de Arbeid, het overlegorgaan van werkgevers en werknemers, het kabinet adviseren over het advies van de commissie-Rood om de formele toestemming voorafgaand aan ontslag af te schaffen. Rood betwijfelt of het advies positief zal zijn. ,,Al is het in de praktijk dan een dode letter, afschaffing van de preventieve ontslagtoets stuit op bezwaren van de vakbond en ligt electoraal gevoelig.''

Mevrouw B. illustreert ondertussen hoe een stelsel, dat werknemers formeel tegen ontslag beschermt maar die bescherming in de praktijk laat afkopen, verwarring zaait. ,,Ik begrijp nog steeds niet hoe dit kon gebeuren. Ik dacht altijd dat je in Nederland niet zomaar ontslagen kon worden.''