RDM ziet klanten voor onderzeeboten wegvallen

RDM-topman Joep van den Nieuwenhuyzen zei ooit dat onderzeeërs ,,niet als warme broodjes'' werden verkocht. Die uitspraak lijkt meer waar te zijn dan ooit.

De kans dat het Rotterdamse RDM Submarines ooit nog onderzeeërs naar het buitenland exporteert lijkt steeds kleiner te worden. De Maleisische minister van Defensie, Datuk Seri Najib, heeft het Maleisische Huis van Afgevaardigden laten weten dat de marine van zijn land is geïnteresseerd in de aanschaf van twee gebruikte en twee nieuw te bouwen onderzeeboten, maar dat de boten van RDM Submarines daarvoor in ieder geval niet in aanmerking komen. Gegadigden zijn nu nog onderzeebootwerven uit Frankrijk, Rusland, Duitsland en Turkije. ,,Wij zijn ook met deze uitspraken geconfronteerd'', zegt een woordvoerder van RDM Submarines. ,,En dat baart ons natuurlijk grote zorgen.''

De Maleisische afwijzing is des te wranger voor RDM Submarines omdat de onderneming halverwege vorig jaar alvast twee tweedehands onderzeeboten, de Zwaardvis en de Tijgerhaai, naar de Maleisische marinebasis Lumut heeft overgevaren. De boten hadden zes jaar bij de Rotterdamse werf op de helling gelegen. Ze hebben een uitgebreide opknapbeurt nodig voor ze operationeel dienst kunnen doen. De Maleisische onderneming Penang Shipbuilding and Construction-Naval Dockyard zou de boten daar een zogeheten refit geven.

Maleisië zou in eerste instantie vorig jaar een leasecontract tekenen voor het gebruik van de tweedehands boten. Op een later tijdstip zouden daar dan, voor een prijs van naar schatting een half miljard gulden per stuk, twee nieuwe Moray-onderzeeërs aan worden toegevoegd.

Volgens een bron probeert RDM-topman Joep van den Nieuwenhuyzen in Maleisië nog steeds ,,op hoog niveau'' een overeenkomst te sluiten. Maleisië heeft al jarenlang onderzeeboten op de verlanglijst staan, onder andere om claims op de betwiste Spratly-eilanden in de Zuid-Chinese Zee kracht bij te zetten.

Slecht nieuws voor RDM Submarines kwam kortgeleden ook van de andere kant van de wereld. Taiwan heeft vorige week bekendgemaakt dat de acht dieselelektrisch aangedreven onderzeeboten die de Verenigde Staten in het kader van een militair hulpprogram hadden beloofd in de VS zullen worden gebouwd. De Amerikaanse toezegging stuitte aanvankelijk op problemen doordat de VS zelf al tientallen jaren geen dieselelektrische onderzeeboten meer bouwen. De VS gingen ervan uit dat Nederland of Duitsland wel wilden meewerken. Beide landen lieten echter onmiddellijk aan de Amerikanen weten de handelsrelaties met China niet op het spel te willen zetten.

Industriële bronnen melden nu dat Amerikaanse werven zouden kunnen uitgaan van de blauwdrukken van de Zeedraak-onderzeeërs die de Nederlandse onderzeebootbouwer begin jaren tachtig aan Taiwan heeft overhandigd. Het slechte nieuws voor RDM Submarines bestaat eruit dat de VS dan ook dit type onderzeeër kunnen aanbieden aan de Egyptische marine. Dit land is al jaren in complexe onderhandelingen gewikkeld met de RDM, de Amerikaanse defensiereuzen Lockheed-Martin dat de bijhorende elektronica moet leveren, de werf Litton-Ingalls die de boten moet gaan bouwen, en de Amerikaanse overheid die de aanschaf van twee nieuwe onderzeeërs moet financieren. Indien de Amerikanen zélf weer de expertise verkrijgen om dieselelektrische onderzeeërs te produceren, lijkt de kans zeer klein dat RDM Submarines nog nieuwe onderzeeboten van de Moray-klasse met Amerikaanse elektronica aan de Egyptische zeestrijdkrachten kwijt kan.

De transacties met Maleisië en Egypte zouden voor RDM Submarines niks te vroeg komen. De werf leverde aan het begin van de jaren negentig de laatste onderzeeër af aan de Koninklijke Marine. De laatste onderzeeboten die de werf voor de export produceerde waren de twee boten voor Taiwan. Op de vraag of de werf nog potentiële transacties in het vooruitzicht heeft, moet de woordvoerder het antwoord schuldig blijven. RDM-topman Joep van den Nieuwenhuyzen zei al een paar jaar terug dat zijn onderzeeboten niet bepaald ,,als warme broodjes'' over de toonbank gingen. Die uitspraak lijkt meer waar te zijn dan ooit. De woordvoerder: ,,Het verkopen van onderzeeërs is inderdaad nogal een moeilijke business.''