Opel Speedster

Stel, u bent directeur van een gerenommeerde autofabriek en u ontdekt tot uw ontzetting dat uw bedrijf binnen niet al te lange tijd de respectabele leeftijd van honderd jaar zal bereiken. Dat moet natuurlijk worden gevierd, maar in godsnaam: hoe? U en uw medebestuurders vergaderen menigmaal tot aan zonsopgang. Het enigszins duffe maar oerdegelijke imago van uw voertuigen met namen als Astra en Corsa moet zo snel mogelijk aangepast worden aan de moderne tijd, waarin vormgeving en imago de voornaamste redenen voor de consument zijn geworden om een auto aan te schaffen.

Vijfenzeventig jaar geleden raasde de dappere eigenaar van de fabriek met een raketauto over de AVUS-baan in Berlijn, de naam van de fabriek in grote letters op de sigaarvormige romp geschilderd. Of dat nu nog een goede publiciteitsstunt zou zijn? Afgekeurd. Een nieuw en opvallend model misschien, uitgebracht in het jubileumjaar? Goed idee, aangenomen. Maar de tijd llijkt te kort om zoiets uit te voeren. Leentjebuur spelen dan maar, een geliefd spelletje in de autoindustrie. Aan de overzijde van het Kanaal is een kleine maar innovatieve ontwerper die u misschien uit de brand kan helpen: bellen voor een afspraak en wel meteen.

Het resultaat van al die inspanningen staat nu voor me en wat is dit nu eigenlijk? Een met de strijkbout bewerkte Lotus Elise? Want even lang, hoog en breed, met een middenmotor en alleen toegankelijk wanneer bestuurder en bijrijder nog geen artritis hebben. Het forse logo op de neus is dat van Opel, constructiemethoden, vorm, afmetingen en onderstel zijn ontegenzeggelijk uit de pen van de constructeurs van Lotus gevloeid. Het is een Lotus, maar met de afwerkingskwaliteit van een Opel.

Het uiterlijk doet me denken aan de Lola en Ford GT 40 uit de jaren zestig. De brede banden achter en de smalle voor aan de Ruska-buggy's waarmee de hoofdstedelijke penoze en immer gebruinde sportschoolhouders zich ooit met veel geraas naar het Zandvoortse strand verplaatsten. De allerlaatste technieken uit vliegtuigindustrie en Formule 1 zijn toegepast en dat met maar één doel: met behulp van geperforeerd aluminium, glasvezel en een paar tubes tweecomponentenlijm een zo licht en sterk mogelijke auto bouwen. Weinig massa en een sterke motor garanderen een pittige versnelling, een formule die Sir Isaac Newton al weer ruim driehonderd jaar geleden voor het eerst in het snotje had.

Eerst maar eens oefenen met het in- en uitstappen, afgaan voor een vol terras of onder de stormvaste luifel van een benzinestation moet voorkomen worden. Het valt niet mee en dan druk ik me nog mild uit. Jaques Brel zong het al: wij blanken zullen nooit zo elegant en soepel als negers worden.

Over negers en Frankrijk gesproken, ik zag eens lang geleden – en bijna alles is intussen lang geleden – een minstens twee meter lange Parijse neger instappen via het opgerolde dakje van een Fiat 500. Het overvolle terras keek met verbazing en een lichte vorm van jaloezie toe.

Na wat strek- en buigoefeningen zit ik dan eindelijk in de lederen bestuurdersstoel, druk op de midscheeps geplaatste startknop en verbaas me over het ontbreken van het uitlaatgereutel. De toenemende restricties op geluid- en uitlaatemissies hebben ook hier toegeslagen. De carrosserie maakt tijdens het accelereren piep-, knor- en knargeluiden en pas bij honderdentwintig zijn de onderdelen van de carrosserie geneigd wat meer samen te werken. Wordt het een razendsnelle en scherp sturende auto met een formidabele wegligging die zich pas dan ontdoet van de allereerste indruk als zou het een kitcar zijn? Hij zou best wat meer vermogen mogen hebben en mist het sonore geluid van een zescilinder node.

Zonder canvas dakpaneel rijden is geen pleziertje, het tocht dan behoorlijk in de cabine en dat bezorgt me een stijve nek. Het dak er dus op en het wordt meteen gezellig binnen. Bij zijwind klappert het zaakje luidruchtig boven mijn hoofd, er druppelt wel eens wat regen naar binnen, schoenen, sokken en voeten worden constant opgewarmd, het uitzicht achterwaarts is nihil, dit is een onvervalste Engelse sportwagen.

Autojournalistiek is van elkaar overschrijven en allemaal vonden ze de Speedster dus keihard geveerd en oncomfortabel. Nou heren, ik ben het in het geheel niet met U eens, de stoelen zitten prima, de vering is inderdaad wat stug maar de rijgeluiden zijn dragelijk, het is tenslotte geen gezinswagen.

Voor wie is deze auto nu bestemd? Het typeplaatje EcoTec op de motor brengt me op een idee: dit is een Paul Rosenmöller-auto! De man die sneller praat dan zijn constant opborrelende ideeën: de eenzamen en ongelukkigen onder ons brengen het meeste geluid voort. Soepel en lenig en gestoken in zijn onafscheidelijke Armani-outfit zal hij waarschijnlijk geen enkele moeite hebben om het interieur van de Speedster te bereiken.