Op naar het mythische land achter de wolken

Zoet en zwaar is Magonia, het speelfilmdebuut van Ineke Smits (1960). De film is een sprookje, maar heeft geen gelukkig einde, behalve als je het einde van Het meisje met de zwavelstokjes een gelukkig einde vindt. In Magonia moet een kind, een jongetje van een jaar of twaalf, zich verzoenen met de voorgenomen verdwijning van zijn vader. Die gaat niet naar de hemel, maar naar Magonia, een mythisch land achter de wolken. Elke zondag werken de vader en de zoon aan een vlieger in de vorm van een boot die de vader daar zal moeten brengen. Ondertussen vertelt de vader de zoon verhalen over mensen die hem naar Magonia zijn voorgegaan.

Het scenario van Magonia werd geschreven door Smits en de schrijver Arthur Japin, bekend van zijn roman De zwarte met het witte hart, op wiens bundel Magonische Verhalen de film voor een deel gebaseerd is. Ter gelegenheid van het uitkomen van de film verschijnt deze bundel samen met het scenario nog eens als boek. De drie verhalen in Magonia spelen zich af in een oosters stadje, een Afrikaanse woestijn en een dorp aan de Noordzee. Zoals het in een sprookje hoort, worden de locaties nooit preciezer dan dat. De overgangen van het waddeneiland naar de verhalen zitten prachtig in elkaar. De vader begint bijvoorbeeld op het strand te vertellen en een koppel duiven dat overvliegt wordt door de camera gevolgd en zwenkt opeens langs een minaret. Terwijl de camera naar beneden kijkt en we de stem van de vader nog horen, neemt een van de mensen uit het stadje het verhaal over. Langzaam maakt beschouwing plaats voor actie.

Het eerste verhaal gaat over een oude moëddzin die met zijn krassende oproepen tot gebed meer mensen afschrikt dan naar de moskee lokt. Het tweede over twee westerse toeristen die stranden in een woestijn en door een oude man en zijn zoon geholpen worden. Het derde verhaal gaat over een vrouw die in een café aan de haven werkt en vergeefs wacht op een zeeman die ooit haar hunkering naar liefde beantwoordde.

Alle verhalen zijn liedjes van verlangen. Het knappe van het scenario van Smits en Japin is dat nooit duidelijk wordt wie er de hoofdpersoon van is. Smits en Japin strekken hun mededogen over iedereen uit, over zij die naar Magonia vertrekken en over de achterblijvers. In het derde verhaal spelen bijvoorbeeld de waard van het café, zijn zoon en een kunstenaar die ook op de vrouw verliefd net zo'n belangrijke rol als de verlangende vrouw zelf. Alleen het object van haar liefde is een bijrol.

Smits is er in geslaagd alle plekken waar Magonia zich afspeelt even sprookjesachtig te maken. Niet alleen het oosterse stadje en de woestijn (beiden gefilmd in Georgië), maar ook het waddeneiland (Schiermonnikoog) en de kustplaats (Varengeville-sur-mer in Frankrijk) ogen exotisch. Er is in haar blik geen verschil tussen noord en zuid, bekend en onbekend.

Een bezwaar van Magonia, dat al op een aantal buitenlandse festivals met succes is vertoond, is dat de film, meer dan de verhalen van Japin, af en toe wat te nadrukkelijk poëtisch is. Dit bijvoeglijk naamwoord, waar in de persmap mee geschermd wordt, verraadt een wat benepen opvatting van poëzie. 't Is allemaal wel heel verheven in Magonia.

Magonia. Regie: Ineke Smits. Met: Ramsey Nasr, Linda van Dyck, Jack Wouterse, Dirk Roofthooft, Antje de Boeck, Willem Voogd. In: 8 theaters.