Kruisen, klei en visgeesten

Kunstenaars en spiritualiteit, het lijkt een geheid recept voor modieuze zweverigheid en onnavolgbare navelstaarderij. Het getuigt dan ook van lef dat het Afrika Museum een tentoonstelling aan het onderwerp waagt te wijden. Gastconservator Wouter Welling was zich bewust van de valkuilen en vermeed in de catalogus de voor de hand liggende zwaarwichtige woorden. Hoewel hij de tentoonstellingstitel Ad Fontes! (Naar de bronnen!) ontleende aan de humanisten, die pleitten voor een terugkeer naar originele bijbelteksten, is het hem allerminst te doen om een herinterpretatie van religieuze tradities. Het gaat Welling om het individuele verhaal, de persoonlijke bronnen van de tien kunstenaars wier werk hij selecteerde.

Toch schemert religie onvermijdelijk door in de individuele uitingen van de kunstenaars. Zo maakt Nilton Moreira da Silva zetels voor de orixa, van oorsprong West-Afrikaanse Yoruba-goden die met de slaven hun intrede deden in Brazilië. En in de broeierige druksels van Belkis Ayón zijn naast gemaskerde demonen en visachtige geesten uit de Afrikaanse Abakua-cultus, christelijke elementen herkenbaar zoals een gekruisigde Jezus.

Minder makkelijk religieus vast te pinnen is het werk van de Nederlandse Alexandra Engelfriet. Zij temde in haar eerdere land-art projecten in de Waddenzee enorme massa's klei door er slingerende geulen in te graven. Voor Ad Fontes! boetseerde ze met aarde uitwaaierende golven op de muur. Haar vingerafdrukken zijn duidelijk in het materiaal te zien. Voor Engelfriet is klei geen medium waarin een spiritueel onderwerp kan worden uitgebeeld, maar veeleer een belichaming van een kracht die door oneindig kneden zichtbaar kan worden gemaakt.

Dat samenvallen van materie en geest komt terug bij meer kunstenaars. De animistische Aboudramane uit Ivoorkust bouwt miniatuurhuisjes van leem, hout en riet en refereert daarmee direct aan de verbondenheid tussen mens en natuur. Maar de `heilige huisjes' zijn meer dan altaartjes voor natuurkrachten, wat ook wel blijkt uit Aboudramane's eigen aanduiding van zijn werk als `sculptures-mémoires'. Het witte huisje met de titel Alléluia staat op een zwart geblakerde boomstam. Het kruis op de gevel staat scheef en er prikt een kronkelige tak door het dak. De christelijke kerk is hier verbeeld als leunend op en ondermijnd door de Afrikaanse natuurgodsdienstige wortels. Het is een herinnering opgebouwd uit archetypen en vormgegeven als maquette.

Het werk van Engelfriet en Aboudramane ontleent zijn kracht aan zijn directheid en tastbaarheid. Esma Yigitoglu's half lege schilderijen daarentegen zijn te abstract om iets van persoonlijke bronnen in te herkennen. Van Pjotr Müllers zandstenen blokkendoosgebouwtjes vraag je je af waar de spiritualiteit in schuilt. De uitleg dat Müller zich concentreert op de binnenruimte waar de hedendaagse spiritualiteit thuishoort, klinkt geforceerd.

Maar op deze paar uitzonderingen na is Ad Fontes! een frisse en integere tentoonstelling. Zelfs de alles relativerende postmoderne ironie die bij dit soort onderwerpen op de loer ligt, werd vermeden.

Dat spiritualiteit daarmee niet meteen een humorloos onderwerp hoeft te zijn, bewijst Hans Lemmen. Zijn cartooneske, titelloze werk toont twee mannenbenen die onder een berg uitsteken waarop een blauw huisje staat. Laaft de man zich aan de kracht van de berg of onderzoekt hij het geheim van het kluizenaarshuisje van binnenuit? Zoals hij daar levenloos ligt kan hij net zo goed het slachtoffer zijn van verpletterende religie.

Tentoonstelling: Ad Fontes! Een interculturele zoektocht naar verborgen bronnen. T/m 1 februari 2002 in Afrika Museum, Postweg 6, Berg en Dal. Publicatie: ƒ65,-.