IRA kiest onder zware druk voor vrede

Pressie en concessies hebben de IRA – anderhalf jaar te laat – er eindelijk toe gebracht wapens in te leveren. De stap redt het Noord-Ierse zelfbestuur.

De `historische beslissing' van het verboden Ierse Republikeinse Leger (IRA) om een begin te maken met ontwapening is allereerst historisch in enge zin: ze komt op zijn minst anderhalf jaar te laat. Want volgens het Goede Vrijdag-akkoord, de blauwdruk uit 1998 voor een protestants-katholieke machtsdeling in Noord-Ierland, hadden paramilitaire groepen hun ontwapening al in mei 2000 voltooid moeten hebben. Toch kan het belang van het IRA-besluit moeilijk worden overschat. Niet alleen redt het zo goed als zeker het Noord-Ierse gemengde zelfbestuur, dat na twee hele en drie halve schorsingen deze week definitief ten onder leek te gaan. Het toont ook dat republikeinen meer toekomst beginnen te zien in democratisch worstelen dan in de gewapende strijd.

Hoeveel van zijn honderden geweren, granaatwerpers en drie ton springstoffen de IRA gisteren `permanent buiten gebruik' heeft gesteld, is onbekend. Maar voor een vereniging die tot gisteren weigerde `één kogel of gram semtex' te zullen opgeven – want dat zou neerkomen op capitulatie aan de Britse bezetter – is elk doorgezaagde geweerloop of volgestorte munitieopslag van het hoogste symbolisch gewicht.

De IRA lijkt ertoe gebracht door pressie en concessies. Sinn Féin, de politieke spreekbuis van de IRA en republikeinse regeringspartner in het zelfbestuur, stond onder zware druk uit Londen, Dublin en Washington om zijn vreedzame bedoelingen te bewijzen. Na de arrestatie deze zomer van drie IRA-leden in Colombia dreigde de regering-Bush de cruciale fondsenwerving onder Ierse Amerikanen onmogelijk te maken. De aanslagen van 11 september en de oorlogsverklaring aan het internationale terrorisme voerden de druk op de republikeinen verder op om hun imago ingrijpend bij te werken.

De bal lag al sinds juli aan hun kant, nadat Noord-Ierse protestanten onder aanvoering van David Trimble het zelfbestuur verlieten. Ze hadden duidelijk gemaakt dat ze na anderhalf jaar afwachten dit keer alleen met `daden, geen woorden' genoegen zouden nemen om terug te keren. Zonder meetbaar resultaat zou de regering-Blair donderdag geen andere keuze hebben dan het zelfbestuur en de assemblee te ontbinden. Londen zou dan hetzij nieuwe verkiezingen moeten uitschrijven, hetzij het hele experiment uitroepen tot een mislukking en Ulster opnieuw rechtstreeks besturen.

Noord-Ierland zou dan terug zijn bij af, met kans op een nieuwe burgeroorlog. Sinn Féin was niet bereid dat risico te nemen. Daarvoor staat teveel op het spel. Niet alleen in Noord-Ierland, waar de republikeinen dankzij het vredesproces een ongekende invloed hebben gewonnen, maar ook ten zuiden van de grens. Want bij de verkiezingen in de Ierse republiek, vóór de zomer van 2002, heeft Sinn Féin een kans een sleutelrol te spelen bij de vorming van een nieuwe regering. Dan hebben Gerry Adams en Martin McGuinness, de ex-IRA-mannen die Sinn Féin leiden, een nieuwe mijlpaal gezet door hun partij in heel Ierland een politieke machtspositie te bezorgen. Zij kunnen zich niet permitteren dat een paar roestige geweren hun ambities voor die lange termijn in de weg staan.

De Britse regering was bovendien bereid de pil met nieuwe concessies te vergulden. In ruil voor de ontwapening zal Londen troepen uit Ulster terugtrekken en een aantal legerbases en uitkijktorens in het republikeinse bolwerk South-Armagh afbreken. Ook wordt de hervorming van de hoofdzakelijk protestantse Royal Ulster Constibulary (RUC) tot een neutralere politiemacht doorgezet.

Niettemin zijn er nog zeker drie vragen open. Ten eerste: zullen dissidente republikeinen hun protesten tegen de `uitverkoop aan de bezetter' met geweld kracht bijzetten? De bom in Omagh in augustus 1998 heeft aangetoond dat ze het durven en kunnen. ,,Om dat te voorkomen moeten de veiligheidsdiensten voortdurend geluk hebben'', heeft een voormalige dissident gezegd. ,,Wij hoeven maar één keer geluk te hebben.''

Ten tweede: zal David Trimble, de demissionaire premier, de IRA-stap kunnen verzilveren? Zaterdag moet hij zijn partij ervan overtuigen opnieuw met de republikeinen in zee te gaan, in de hoop dat er meer wapens volgen. Voor een deel van zijn partij is die gok nu al te groot. Trimble heeft er zijn toekomst aan verbonden. Hij heeft gezegd dat de ontwapening in februari voltooid moet zijn. Zo niet, dan rolt zo goed als zeker zijn hoofd.

En ten derde: wat doen de protestantse paramilitairen? Wapens inleveren ,,zit er niet in'', heeft één leider al gezegd. Maar hoe langer hun terreuraanvallen tegen katholieken in Noord-Belfast doorgaan, hoe langer de IRA zal wachten met een nieuw gebaar. Ook protestanten – haviken en duiven – zullen nu duidelijk moeten maken dat het hun ernst is met vrede. Zo niet, dan is het IRA-gebaar geen begin van het einde, maar kan het alsnog het einde van een begin worden.