Grieken krijgen `olympisch' kabinet

De Griekse premier Kostas Simitis heeft zijn kabinet aanzienlijk gewijzigd. Jannis Papanthuníou, die zeven jaar succesvol Economie heeft beheerd, gaat naar Defensie. De minister daarvan, Akis Tsochatzópoulos, krijgt Ontwikkeling, een lichte degradatie: hij ligt binnen de regerende PASOK nogal eens dwars. De meeste commentaren echter richten zich op het onverwachte feit, dat de explosieve en onberekenbare Theódoros Pángalos om dezelfde reden geen enkele ministerspost heeft ontvangen.

De minister van Justitie Michalis Ztathópoulos moet het veld ruimen, een concessie aan de Orthodoxe Kerk waarvan hij het ongenoegen had opgewekt met de kwestie van de identiteitsbewijzen zonder vermelding van religie. Daar staat tegenover dat de meest antiklerikale en door de Kerk meest gehate minister, Nikos Syphonákis, mag aanblijven op Aegeïsche zaken.

Nog zeven andere ministers behouden hun portefeuille, onder wie die van Buitenlandse Zaken, Jorgos Papandreou, van Onderwijs, Gezondheid, Cultuur en Openbare Orde, waar de geheime dienst aan wordt toegevoegd. Veertien figuren verlaten het kabinet en er komen 20 nieuwe.

Met 48 leden, een toename van zes, is het daarmee een van der omvangrijkste in Europa geworden. Vier vrouwen maken er deel van uit. Maar liefst zeven onderministers, tot die van Gezondheid toe, hebben opdrachten gekregen in verband met de Olympische Spelen van 2004, die vier maanden na het sluiten van de zittingstermijn van dit kabinet worden gehouden. De grootte ervan wordt ook gerechtvaardigd met het feit dat Griekenland de eerste helft van 2003 voorzitter is van de EU, in financieel opzicht reeds vanaf juli 2002 omdat Denemarken geen euroland is.