Duitse recessie

De grootste economie van Europa, die van Duitsland, staat op de rand van een recessie. Volgens zes wetenschappelijke instituten is op dit moment sprake van een feitelijke economische stagnatie. De instituten, die hun halfjaarlijkse gegevens gisteren bekendmaakten, voorzien dit jaar een stijging van de werkloosheid en pas weer een lichte economische groei volgend jaar, maar wel onder voorwaarden: geen terroristische aanslagen meer en een ongehinderde olietoevoer naar het Westen. Bondskanselier Schröder was er gisteren snel bij om het slechte nieuws te ontkrachten. Er is, zei hij, geen dreiging van een recessie in Duitsland en we moeten onszelf er ook geen aanpraten. Hier sprak de politicus die in het zicht van verkiezingen (volgend jaar) moeilijk anders kan dan de moed er in houden. Maar de cijfers geven hem ongelijk. De Duitse economie groeit al maanden nauwelijks. Het proces van stilstand en achteruitgang dateert van ruim voor de terreur in New York en Washington. Wel hebben de aanslagen, zoals overal, de gang van zaken ernstig verslechterd.

Gevaarlijk voor Duitsland is de stijgende werkloosheid. Die bedraagt nu 9,4 procent, maar is in de meeste voormalige Oost-Duitse deelstaten aanzienlijk hoger. Het is een publiek geheim dat de werkloosheid in het oosten op een aantal plaatsen is opgelopen tot meer dan 25 procent. De hiermee gepaard gaande uitzichtloosheid en wrok jegens het bewind in Berlijn zijn zorgwekkend. Twaalf jaar hereniging hebben de Duitse tweedeling niet ongedaan gemaakt – en bijna iedereen in Duitsland weet dat. Bij een neergaande economie zullen de verschillen nóg groter en beter zichtbaar worden. Behalve dit vraagstuk, dat al miljarden heeft gekost en in de toekomst nog veel zal vergen, moet de regering-Schröder een ander probleem zien op te lossen. De Duitse economie is niet flexibel genoeg. Werk- en rusttijden zijn heilig, de lonen behoren tot de hoogste in Europa en de machtige vakbonden zijn niet tot concessies geneigd. Het enige goede nieuws is dat de inflatie de laatste maand licht is afgenomen.

Een paar voor de hand liggende maatregelen zijn nu mogelijk. Duitsland kan zijn economie stimuleren door de belastingen te verlagen. Dat kan de consumptie en de investeringen aanjagen. Maar minister Eichel van Financiën heeft dit op voorhand afgewezen. Belastingverlaging brengt de moeizaam totstandgekomen begroting in gevaar. Niemand zit op stijgende overheidstekorten te wachten in een tijd dat ook Duitsland zich moet houden aan de richtlijnen die hiervoor in EU-verband zijn afgesproken. Eichel wacht dus voorlopig af, in de hoop dat de Europese centrale bank morgen of volgende week donderdag met een renteverlaging komt. Dat zou een welkome impuls voor de Duitse economie zijn.

Afnemende groei in Duitsland betekende vroeger dat Nederland zich schrap moest zetten, afhankelijk als het als exportland van zijn machtige oosterbuur was. Dat is nu nog zo, maar de omstandigheden in Duitsland worden mede bepaald door unieke factoren als de lasten van de hereniging en de nog niet erg ver gevorderde flexibilisering. Voor Nederland gelden die niet of nauwelijks. Het is overigens te beperkt om een recessie in Duitsland alleen als bedreigend voor Nederland te zien. De Duitse economie is van alle EU-landen de belangrijkste. Als die in het slop raakt, lijdt Europa.