Afghaanse beelden

Het miltvuurgevaar is nu reëel. Er vallen doden, het Congres is een paar dagen naar huis gestuurd en poststukken bestemd voor het Witte Huis staan onder verdenking. Brieven met het besmette poeder zijn gepubliceerd, de teksten suggereren een verband met de terreurdaden van 11 september. Daarmee is nog geen bewijs geleverd: iedere onruststoker verhoogt het effect van zijn daden met een dergelijke verwijzing. Maar de schrik zit er in bij het Amerikaanse publiek. Meer hebben de oorspronkelijke daders niet kunnen verwachten. Deze ronde is voor hen.

Veel gecompliceerder ligt het voor de Amerikaanse regering, die moet reageren. Afghanistan heeft zij daarvoor uitgekozen. Er zijn de dagelijkse bombardementen, er zijn commando-operaties op de grond en er zijn speculaties over het op gang komen van een offensief van de Afghaanse oppositie. Maar het verloop van de acties en de resultaten blijven in het vage, de beelden van burgerslachtoffers en van de colonnes vluchtelingen uitgezonderd. Voor een campagne die zo sterk afhankelijk is van externe factoren, is dat een slechte zaak. De Amerikanen hebben alles op alles gezet om zoveel mogelijk landen achter hun coalitie ter verdelging van het internationale terrorisme te krijgen. Tot op zekere hoogte zijn ze daarin geslaagd. Niet alleen een rijk geschakeerd gezelschap als de APEC-gangers in Shanghai, maar ook koninklijke hoofden in Den Haag veroordeelden het verschijnsel. Die steun heeft echter een prijs. Hoe gevarieerder de achterban, hoe fragieler de saamhorigheid. Het algemene incasseringsvermogen is meer dan gevoelig voor negatieve publiciteit.

De complicaties nemen toe als het gaat om het concrete doel van de onderneming. Van de uitschakeling van Osama bin Laden en zijn Al Qaeda valt nog wel een voorstelling te maken. Al veel moeilijker wordt het wanneer tegelijkertijd een oplossing voor Afghanistan moet worden gevonden. Het is één ding de diplomaten over een brede coalitie van zoveel mogelijk Afghaanse facties te laten praten, het is iets anders zo een coalitie ook werkelijk tot stand te brengen. De verschillende groepen zijn elkaars doodsvijanden, alle hebben een reputatie van niets en niemand sparende wraakzucht. In hun onderlinge naijver hebben zij tijdens de burgeroorlog van de jaren negentig de hoofdstad Kabul tot een puinhoop gemaakt. Hoogstens willen zij dat karwei verder afmaken.

Het gevolg is dat de luchtoorlog langer duurt dan militair gesproken noodzakelijk is. Strategische doelen zijn spaarzaam in een land dat zichzelf al naar de steentijd had teruggeschoten, zoals een wrange grap wil. Luchtsteun aan de oppositie heeft politieke consequenties. Wie Kabul verovert, zal weinig geneigd zijn de vruchten van de oorlog te delen. De steun moet, in afwachting van een politieke regeling, mondjesmaat worden gegeven. Voortzetting van de bombardementen zal intussen de `collateral damage' doen toenemen. Dat zal weer de saamhorigheid binnen de internationale coalitie op de proef stellen. Na ruim twee weken van operaties wordt de vicieuze cirkel al dreigend zichtbaar.