Willem, Ruud en Harry

Ik weet niet welke Willems u kent, maar de mijne zijn allemaal tamelijk gezet. Ongecompliceerde types. Bepaald geen geheelonthouders. Al mijn Willems zijn gelukkig getrouwd. Geen enkele loopt er bij een psychiater. Twee zijn het zelfs.

Al mijn Harry's zijn een beetje sukkelig. Dat hebben blijkbaar meer mensen ontdekt, want door deze eigenschap is de naam al tot een scheldwoord geworden.

De twee Hannen die ik ken zijn precies wat je je erbij voorstelt: goeiig, verstrooid, slaperig, wat naïef.

Niet minder dan vijf Ralphen ken ik bijzonder goed. Vier ervan zijn piloot. De vijfde is gek op race-auto's.

Op de adressenlijst in mijn computer blijken maar liefst veertien Ruuds te staan. Vrijwel allemaal slim, geslaagd in het leven, en sociaal bijzonder handig. Het grote aantal is in dit verband niet verwonderlijk: de lijst bestaat voor het overgrote deel uit mensen die in de reclame en de marketing werken.

Alle Henken die ik ken zijn brildragend, serieus, een beetje zwaar op de hand, niet bepaald het zonnetje in huis. Alle Robben die ik ken zijn eigenzinnig, en behoorlijk overtuigd van zichzelf.

Een paar jaar geleden kwam een man aan de deur, om te vragen of zijn motor bij mij in de schuur kon staan. Dat kon niet, want daar stond de mijne al. Hij had een snor, was lang en mager, wat nerveus, en bleek alleen te wonen.

,,Goof Berends'', sprak hij. ,,Aangenaam.''