Westen moet zuinig zijn op Al-Jazeera

Het censureren van de nieuwszender Al-Jazeera is schadelijk voor het Westen.

De modernisering in de Arabische wereld zou een ongewenste klap worden toegebracht, vindt Adriaan van der Staay.

President Bush en zijn staf hebben ongeïnformeerd gereageerd toen zij het idee opperden dat de onafhankelijke nieuwszender Al-Jazeera uit Qatar behulpzaam is bij propaganda, en toen zij lieten suggereren dat de uitgezonden opinies van Bin Laden en zijn omgeving gecodeerde boodschappen bevatten. Om beide redenen zouden de uitzendingen van dit station in het Westen moeten worden gecensureerd.

Dit is een verwerpelijk standpunt. Het zou juist wenselijk zijn als boodschappen van Bin Laden c.s. wekelijks worden uitgezonden om het Westerse publiek te informeren over een vijandige kijk op onze wereld die niet alleen door deze terroristen wordt aangehangen. Een zwartboek van uitingen van Al-Qaeda en verwante organisaties zou nuttig zijn om de Westerse publieke opinie tot eigen conclusies te laten komen. Als in de jaren dertig van de vorige eeuw Mein Kampf wat meer gelezen was in verlichte kringen, was men niet zo overvallen geweest door de daden van Hitler. Maar iedere eeuw maakt weer dezelfde fouten en gelooft niet wat haar onder ogen komt.

Al-Jazeera is niet gezien bij reactionaire regimes in het Nabije Oosten. In vele ondemocratische landen houden Orwelliaanse ministers van Voorlichting graag de vrijheid van meningsuiting onder de duim. Dat wil zeggen de eigen duim, want meestal hebben zij een monopolie op de televisie. Een curieuze samenloop van omstandigheden heeft dit monopolie ondergraven. Het model van CNN, dat in de Arabisch sprekende wereld niet bestond, kwam samen met de bereidheid van de heerser van Qatar om een Arabisch equivalent van CNN zijn gang te laten gaan en viel ook samen met het opmerkelijke feit dat bij de BBC en de Nederlandse Wereldomroep voldoende allochtone mediajournalisten getraind waren om zelfstandig een Arabische CNN-formule te introduceren, te dragen en te doen slagen.

Het succes was eclatant al direct nadat Al-Jazeera in 1996 begon uit te zenden. Voor het eerst beschikte de Arabisch sprekende wereld over een open berichtgeving. Inmiddels heeft Al-Jazeera een 25-tal bureaus, ook in Washington en Jeruzalem, en een bereik dat in luisterdichtheid alles overtreft wat naar de Arabische wereld wordt uitgezonden. De Britse premier Blair had een fijne neus toen hij dit kanaal gebruikte voor wat zijn tegenstanders wel als Westerse propaganda zullen afschilderen.

Maar Al-Jazeera bracht bovendien een andere nieuwigheid in de Arabische wereld, die alleen officiële standpunten kent: debat. Voor het eerst werd systematisch voor de ogen van het honderd-miljoenkoppige televisiepubliek gedebatteerd over heilige huisjes, over de positie van de vrouw, over Israël, over de het fundamentalisme enzovoorts. Dit sloeg ongeveer in zoals ten onzent in de jaren zestig uitzendingen van de VPRO.

Op zichzelf zou het ontstaan van een internationaal forum voor vrije discussie in de Arabische wereld al moeten worden toegejuicht, omdat het aansluit bij het principe van vrijheid van meningsuiting. Maar zo academisch ligt de zaak niet. Er staat meer op het spel, namelijk het welslagen op lange termijn van de modernisering van de Arabische wereld. Als deze modernisering niet slaagt, en bijvoorbeeld het fundamentalisme zou winnen in landen als Algerije, Egypte, Syrië, Pakistan of Indonesië, komt het Westen voor een probleem te staan. Het Westen zou komen te staan tegenover een vijand, die niet alleen beschikt over middelen van strategische betekenis, zoals oliebronnen en het bijbehorende geld, maar bovendien over atoomwapens en ander fraais.

Het is voor het Westen van levensbelang de modernisering van de Arabische wereld te bevorderen, zodat er een gemeenschappelijke cultuur ontstaat. Dit kan door het bevorderen van een wetenschappelijke denktrant, een vrije publieke opinie, en ja ook door democratie en sociale gerechtigheid.

De tragedie van het nabije Oosten is dat de keuze voor modernisering door intellectuelen en regeringen zelden wordt gemaakt. Het lijkt mij dat de Arabische wereld maar zelden geluk heeft gehad in haar keuzen. Zo koos men doorgaans na de Tweede Wereldoorlog als ontwikkelingsmodel voor het Russische voorbeeld, waarvan men nu de afloop in Rusland kent, en met voorspelbare gevolgen elders. Het hielp niet dat intellectuelen soms te maken hadden met oerconservatieve regeringen. Cultureel gezien heeft de situatie wel iets van Weimariaanse tragiek: niemand verdedigt in de Arabische wereld de enig begaanbare weg, die van de geleidelijke ontwikkeling van democratie en markt. Er hoeft weinig te gebeuren of bij een crisis grijpt de terreur zijn kans.

In deze situatie is Al-Jazeera eerder een objectieve bondgenoot dan een tegenstander van het Westen. Omdat het een ruimte van informatie schept voor de Arabisch sprekende wereld, maar in afgeleide zin ook voor het Westen. Deze zender wordt het meest beluisterd en bekeken en het meest vertrouwd. Door Al-Jazeera verdacht te maken, verliest het Westen een kapitale slag om de publieke opinie in de Arabische wereld, en brengt het de modernisering een klap toe.

Manipulatie van de Westerse publieke opinie door het onthouden van informatie speelt Bin Laden in de kaart. Deze bunkerbouwer moet zich verkneuteren over de zoveelste domme reactie van de VS. Laten wij hopen dat het Westen als geheel dit obscurantisme geen kans geeft.

Adriaan van der Staay was als bestuurslid van het Prins Claus Fonds betrokken bij het toekennen van de Principal Award aan Al-Jazeera in 1999.