Veelzijdig intellectueel

Wetenschapper, filosoof, politicus, voorzitter hier, rector daar, liefhebber van de schone kunsten én praktisch adviseur in bestuurszaken. Een man die de volle breedte van zijn intellectuele mogelijkheden wilde verkennen en zich nergens helemaal vastlegde, die in welk eerste gelid ook meestal slechts op doorreis was. Iemand die als student in de oorlog het nut van verzetswerk zei te betwijfelen, maar zelf wel aan gevaarlijk verzetswerk deed. Een man met behoefte aan warmte maar ook aan afstand, een levensgenieter die soms getroffen werd door depressies, waarover hij ongewoon open sprak. Iemand die zichzelf van een afstandje steeds goed in het oog hield.

Voor de gisteren op 81-jarige leeftijd overleden oud-staatssecretaris (1973-75) van Justitie Jan Glastra van Loon gold dat allemaal. In zijn biografie wisselen klinkende functies elkaar af, maar dat hij in één van die functies helemaal wilde opgaan is onwaarschijnlijk. Wat niet betekent dat hij in die functies geen opmerkelijke dingen deed. Als hoogleraar rechtsfilosofie in Leiden bijvoorbeeld wordt hij, in 1965 met een artikel waarin hij pleit voor invoering van de gekozen premier en een districtenstelsel, in feite een van de vaders van D66. Wanneer die partij ruim tien jaar later nagenoeg ter ziele is, organiseert hij als voorzitter samen met Jan Terlouw als lijsttrekker een succesvolle politieke reanimatie: in 1981 behaalt de partij 17 Tweede-Kamerzetels.

Twee jaar geleden antwoordde hij de Volkskrant op de vraag waarom hij toch nooit een keuze had gemaakt voor een glanzende carrière in de politiek of de wetenschap: ,,Tja, ik heb me die vraag op goed moment wel gesteld. Als ik me nou geheel aan de filosofie had gewijd, had ik veel meer kunnen bereiken. Ik was in staat geweest in de internationale discussie een rol te spelen. Maar ja, verrek, dat heb ik toch bewust niet gewild. Ik wilde niet eenzijdig, alleen maar een `hoofdmens' worden. Dus dan moet je niet ontevreden zijn omdat je op een bepaald terrein niet het maximum hebt bereikt.''

Glastra van Loon wordt in 1920 in het toenmalige Batavia, nu Jakarta, geboren als zoon van een arts en gaat na het gymnasium op veel plaatsen van veel schelven wetenschappelijk hooi proeven. Hij studeert tussen 1938 en 1955 drie jaar medicijnen in Londen en Groningen, daarnaast in Groningen ook filosofie, dan rechten in Amsterdam en Leiden, sociologie in Salzburg, filosofie in Göttingen en sociologie en filosofie aan Harvard. In 1965 promoveert hij op een juridisch proefschrift. Hij heeft er dan al twee jaar als assistent-griffier in de Tweede Kamer en zes jaar als bijzonder hoogleraar rechtsfilosofie in Leiden opzitten. In 1966 wordt hij rector van het Institute of Social Studies in Den Haag, in 1973 staatssecretaris in het kabinet-Den Uyl.

Van dat staatssecretariaat moet hij na twee jaar afscheid nemen, nadat hij in Vrij Nederland de taaie organisatie en hiërarchische structuur op Justitie zó afstandelijk-onbekommerd becommentarieert (onder meer door `ronduit' te zeggen dat de secretaris-generaal de machtigste man op het ministerie is) dat minister Van Agt het vertrouwen in hem opzegt.

Glastra van Loon zegt daarvoor alle begrip te hebben ,,na mijn ongelukkige interview'', de beide heren blijven vrienden. Zelf keert hij terug naar het hoogleraarschap, nu in Amsterdam. Hij gaat weer politiek in het tweede gelid bedrijven, namelijk als lid van de Eerste Kamer, en vindt daarnaast tijd voor het voorzitterschap van het Humanistisch Verbond en vele maatschappelijke nevenfuncties.