Tadzjieken nerveus over oorlog

De oorlog in en om Afghanistan vergroot in buurland Tadzjikistan – toch al een land met een identiteitscrisis – het gevoel van kwetsbaarheid.

,,Ik viel op haar omdat het zo'n Westers meisje was'', zegt journalist Mirali. ,,Kort haar, kort rokje.'' Zijn vrouw Nargiz, 42 jaar, kleedt zich nu echter traditioneel. In Tadzjikistan betekent dat een felgekleurde jurk met bijpassende slippers en een hoofddoek die in het ravenzwarte haar is geknoopt. Op straat verbergt zij haar gezicht achter een hoofddoek. ,,Dat doe ik voor Mirali. Als mannen mij complimentjes geven, beledigen ze hem.''

Niet dat Nargiz zich als de volmaakte moslimvrouw gedraagt. Nadat ze haar salades, pilav, gevulde bladerdeeg en mokkataart op een kleed in de huiskamer heeft uitgestald, trekt ze zich zedig terug in de keuken. Maar even later neemt haar nieuwsgierigheid toch de overhand en schuift ze aan. Vanaf dat moment heeft zij het woord, tot verlegenheid van Mirali. Nargiz vertelt over de eerste vrouw van haar vader die haar moeder, zijn tweede vrouw, vergiftigde met poeder van gedroogde salamanders. Na vijftien jaar koorts genas een oude mullah de moeder met koranverzen en heilig water. ,,Het kostte een hele koe. Dat soort gedoe krijg je nou met veelwijverij'', filosofeert Nargiz, wier godsgeloof matig gebruik van wodka niet uitsluit. ,,Vroeger geloofde ik niets, atheïsme werd ons op sovjetscholen opgelegd. Maar nu heb ik mijn geloof teruggevonden. Niet opeens, maar geleidelijk.''

De ex-sovjetrepubliek Tadzjikistan is zonder twijfel een religieuzer oord dan tien jaar geleden. Voor veel Tadzjieken is de islam een kwestie van nationale identiteit, zoals veel Russen na de val van de Sovjet-Unie ineens kaarsjes gingen branden in de orthodoxe basiliek. Bovendien is de schijn van traditioneel gedrag een veilige keuze in een land waar de oude communistische elite de macht nu deelt met fundamentalisten.

In Tadzjikistan, dat een 1.200 kilometer lange grens met Afghanistan deelt, heerst grote nervositeit over de Amerikaanse aanval op de Talibaan. De overheid doet geheimzinnig over haar rol in de `grote coalitie tegen het terrorisme', het volk hoopt dat de zaak snel overwaait. ,,Van oorlog komt niets goeds'', zegt een slager op de markt van Kolchozebad. ,,De tsaren strijden, het volk moet lijden.''

Tadzjikistan kan het weten: het land gloeit nog na van een burgeroorlog die tussen 1992 en 1997 ruim 60.000 levens eiste en 650.000 mensen op de vlucht joeg. Russische troepen bewaken de Afghaanse grens. Tachtig procent van de bevolking leeft onder de armoedegrens, na jaren van droogte is het land afhankelijk van voedselhulp. De overheid, de industrie en de infrastructuur liggen in scherven, veel kolchozen hebben dagelijks slechts twee uur stroom in een land dat rijk is aan waterkrachtcentrales. Heroïnesmokkel is de enige groeisector. [Vervolg TADZJIKISTAN: pagina 5]

TADZJIKISTAN

Tadzjieken voelen zich kwetsbaar

[Vervolg van pagina 1] Kwetsbaar voelt men zich. Professor Rachim Masov, historicus: ,,Wij zijn een sloepje Ariërs op een zee van Turken en Mongolen.'' Als Perzisch sprekende Indo-Europeanen werden de Tadzjieken vanaf de tiende eeuw door golven nomaden de bergen ingedrongen, hoewel het Perzisch de hoftaal bleef in de paleizen van de emirs die de oasesteden van Centraal-Azië bestuurden. Begin vorige eeuw bakenden de Russen en Britten hun invloedssferen af bij de grensrivier Pjanzj, waardoor het Tadzjiekse volk in tweeën werd gedeeld. Stalin voegde de steden Boechara en Samarkand in 1924 bij Oezbekistan. Als schrale troost kreeg Tadzjikistan een snippertje van de door Oezbeken gedomineerde Fergana-vallei, die nu als een blindedarm aan het land kronkelt. De soennitische Tadzjieken ontlenen hun identiteit aan het antieke Perzië, maar kunnen zich niet identificeren met het moderne Iran, dat shi'itisch is.

Een incompleet land in een identiteitscrisis. De droom van een wereldkalifaat dat alle gelovigen verenigt en grenzen overbodig maakt, lijkt dan een uitkomst. Maar in de praktijk denken Tadzjieken niet internationaal, maar intens lokaal. Masov: ,,Ons regionalisme volgt uit de geografie. Omdat we in bergdalen wonen en de passen in de winter zijn ondergesneeuwd, zijn we van elkaar vervreemd. Elk dal heeft zijn eigen identiteit. Er bestaat geen nationaal besef.'' Dat bleek tijdens de burgeroorlog, een machtsstrijd tussen regionale clans voor wie ideologie vooral een manier was om zich van de vijand te onderscheiden.

Sinds het vredesakkoord van 1997 delen de communistische en islamitische clans de macht. De fundamentalisten zijn verenigd in de Partij van Islamitische Wedergeboorte (IRP). Het kader van deze IRP bestaat uit leden van soefi-broederschappen en `ondergrondse mullahs', matig geletterde mannen die in de sovjettijd als tractorbestuurder of timmerman werkten en stiekem de tradities in leven hielden. De IRP heeft dertig procent van de regeringszetels. In ruil eist ze niet langer een islamitische staat, maar slechts een `waardige rol' voor de islam.

In de praktijk verloopt de samenwerking tussen communisten en islamisten stroef. Zo is de minister van Noodsituaties ene Mirzo Zijejev, een fanaticus met een pikzwarte baard die tot de heupen reikt. Zijejev veroverde in 1996 de Karategin-vallei en stichtte daar een islamitische staatje waar recht werd gesproken volgens de onbuigzame regels van de sharia. Nu zetelt hij als minister in Doesjanbe in een heel ander gebouw dan zijn onderminister, een gladgeschoren kloon van de communistische president Rachmonov. Elke partij waakt jaloers over haar stukje staatsapparaat.

,,Na vijf jaar vechten zit het wantrouwen diep. Overal in het land liggen in geheime depots wapens te wachten om weer opgepakt te worden'', waarschuwt professor Masov. Hij vreest dat een Talibaanse `vijfde colonne' het delicate evenwicht kan verstoren. Anderszijds is Tadzjikistan oorlogsmoe en bestaat er weinig liefde voor de Talibaan. Dat is een etnische kwestie: de Talibaan zijn in oorlog met het Tadzjiekse volksdeel binnen Afghanistan. Tijdens de burgeroorlog opereerden IRP-troepen vanuit het gebied van krijgsheer Ahmed Shah Massood, een geduchte vijand van de Talibaan. Toen Massood op 9 september werd opgeblazen, organiseerde IRP-minister Zijejev een rouwdienst en riep op hem met bloed te wreken. Bij de IRP hoeven de Talibaan dus niet aan te kloppen.

Meer dreiging gaat uit van de Islamitische Beweging van Oezbekistan, IMU, een door de Talibaan gesteunde verzetsgroep die in het noorden opereert maar het vooral op buurstaat Oezbekistan heeft gemunt. Ook is er de Hizb-ut-Tahrir, een beweging die droomt van een wereldkalifaat. De Hizb-ut-Tahrir was tot dusver vooral actief met pamfletten en wees gewapende strijd af. Maar vorige week doken vlugschriften op waarin Hizb-ut-Tahrir voor het eerst oproept tot massamoord op kafir, de ongelovigen.

De Tadzjiekse autoriteiten zijn nerveus. Woordvoerders zeggen met nadruk dat extra veiligheidsmaatregelen niet nodig zijn. ,,We hebben niets te vrezen van de Talibaan. Het enige gevaar Allah behoede ons is dat duizenden Afghaanse vluchtelingen door onze grens breken. We hebben niet genoeg eten om ons eigen volk te voeden'', zegt een hoge legerfunctionaris. Toch is de beveiliging van de stuwdammen opgevoerd. Gevreesd wordt vooral voor het Sarez-meer in het Pamirgebergte. Het ligt op vierduizend meter hoogte en bevat zeventien vierkante kilometer water. Mocht de natuurlijke dam het begeven, dan dreigt een apocalyptische vloedgolf vijf miljoen Tadzjieken, Oezbeken en Turkmenen weg te vagen. Tijdens de burgeroorlog werd meermalen gedreigd de dam op te blazen.

Een nachtelijke reis door het zuiden van Tadzjikistan leert dat de autoriteiten waakzaam zijn. ,,Ik mag u niet doorlaten'', zegt een eenzame veldwachter die onder een felle schijnwerper in het pikdonkere Fangor de motten van zich afslaat. Nerveus doet hij alsof hij onze documenten leest, een voorstelling die aan geloofwaardigheid inboet als blijkt dat hij ze ondersteboven houdt. Zijn chef laat ons door. Bij de volgende blokpost, tien kilometer verderop, moet alle bagage uit de achterbak. In Dangara, de geboortestad van president Rachmonov, dreigt arrestatie. ,,Hoe kan ik op dit uur nagaan of uw papieren kloppen?'', zegt een agent onder een metershoog portret van de president. Tien somoni, de plaatselijke munteenheid, nemen zijn bezwaren weg. En dat gaat zo door, dorp na dorp, bergpas na bergpas, tot we diep in de nacht in de hoofdstad Doesjanbe arriveren. Toch is het vooruitgang: twee jaar geleden was dezelfde weg zelfs overdag te gevaarlijk wegens rondschuimende bendes desperado's uit de burgeroorlog. ,,Ik voel dat het goed gaat'', zegt de legerfunctionaris. ,,Eerlijk. Ik hoop niet dat de Amerikaanse aanval de klok terugzet.''

De aanval op de Talibaan confronteert Tadzjikistan met de eigen kwetsbaarheid. Als de Talibaan niet dreigen, dan is het wel buurland Oezbekistan, de regionale bullebak. Geen wonder dat nationalisten dromen van `Groot-Tadzjikstan'. Ook professor Masov raakt zeer geanimeerd als dit onderwerp ter sprake komt. Op een landkaart schetst hij vlot de contouren van dit rijk: een schilfertje China, een hapje Kirgizië, Noord-Afghanistan met zijn 6,5 miljoen Tadzjieken, Boechara en Samarkand van Oezbekistan. Eeuwen van onrecht worden met een machtige zwaai van zijn aanwijsstokje ongedaan gemaakt. Helaas, voorlopig een hersenschim, erkent Masov. ,,Wij zijn arm, de Tadzjieken in Afghanistan straatarm. We kunnen elkaar niet helpen.'' Het liefst zou Masov zien dat de VN Afghanistan tien jaar besturen, de economie vlottrekken, wegen aanleggen, de drugshandel uitroeien. En dan mogen de volkeren van Afghanistan zelf kiezen bij wie ze willen horen. Masov: ,,Afghanistan bestaat niet, het is beter het op te heffen. Het is een samenraapsel van Pathanen, Tadzjieken, Hazara, Oezbeken. Waarom duurt de oorlog 23 jaar? Omdat niets het land samenbindt en iedereen vecht voor de hoogste bieder.''