Redding Swissair slecht voor Europese luchtvaart

Zwitserland houdt zijn nationale luchtvaartmaatschappij in de lucht, maar dat kost wel een aardige duit. De regering besteedt 1 miljard Zwitserse frank (1,5 miljard gulden) om het oude Swissair aan het vliegen te houden totdat een aantal van zijn routes kunnen wordt overgedragen aan dochtermaatschappij Crossair. En Crossair heeft bijna 3 miljard Zwitserse frank nodig om zijn transformatie tot nieuwe nationale luchtvaartmaatschappij te kunnen doorstaan. Alles bij elkaar zal de hele operatie meer dan twee keer de 1,5 miljard Zwitserse frank kosten die de Zwitserse zakenbanken UBS en Credit Suisse twee weken geleden nog in gedachten hadden. En dan was een bedrag van 600 miljoen Zwitserse frank voor de financiering van gedwongen ontslagen, dat de overheid nu voor zijn rekening neemt, nog niet eens meegeteld.

Waar komen die hogere kosten vandaan? Het antwoord is eenvoudig. De financiële voorzichtigheid is opzij geschoven ten faveure van sociale doelstellingen. De autoriteiten maakten zich de meeste zorgen over de toekomst van Zürich als `hub' (knooppunt in het netwerk van Europese vliegverbindingen). De angst bestaat dat Zürich zonder nationale luchtvaartmaatschappij een tweederangs vertrekpunt en eindbestemming wordt, net als Oslo of Wenen. Dat zou leiden tot een groot verlies aan banen. Om dat te voorkomen heeft de regering diep in haar beurs getast.

Dit alles is slecht nieuws voor de Europese luchtvaartindustrie. Het kleine Zwitserland heeft de hoogste vliegtuigdichtheid van Europa. Op iedere miljoen inwoners zijn er twintig vliegtuigen, bijna tweemaal zoveel als in Nederland, de tweede op de Europese ranglijst. Als Zwitserland niet wil afslanken, welk land dan wel? Tenslotte hebben andere nationale luchtvaartmaatschappijen ook allemaal hubs. Als Zürich gered kan worden, waarom de hunne dan niet?

Onder redactie van Hugo Dixon. Voor meer commentaar: zie www.breakingviews.com. Vertaling Menno Grootveld