Parijs viert feest van het boek

In Parijs vond dit weekend het dertiende `Lire en fête' plaats, een literair evenement met lezingen en discussies door de hele stad. Nederlandse vrouwelijke auteurs werden uitbundig geprezen: ,,Niemand kan meer om ze heen.''

Lire en fête, een feest rond het lezen en het boek dat vierde Parijs, van 19 tot 21 oktober, voor het dertiende achtereenvolgende jaar. Drie dagen lang was er geen schrijver die schreef, geen lezer die las en geen boekhandel die niet twee keer zoveel verkocht als normaal. De manifestatie vormt het hoogtepunt van de literaire rentrée in het najaar, wanneer in Frankrijk de meeste nieuwe boeken verschijnen, en wordt met het jaar groter.

Op tientallen plaatsen in Parijs vonden debatten, lezingen, ontmoetingen en interviews plaats: `Le magreb des Livres' in het stadhuis, `Les Mille et Une Nuits sur Seine' in het Institut du Monde Arabe en discussies over de debuutroman in Europa in de Bibliothèque Nationale de France. Drie speciale busroutes waren uitgezet, dwars door de stad. Ieder halfuur kon de lezer naar een volgende literaire pleisterplaats. Vooral non-fictie en essays over de Islam, het Midden-Oosten en de Talibaan deden het goed in de boekhandel. De verkoop van romans is in Frankrijk sinds 11 september drastisch gedaald.

Ook de Nederlandse literatuur feestte mee. Het Institut néerlandais presenteerde met name vrouwelijke auteurs bij monde van Dorian Cumps, docent aan de Sorbonne. ,,De generatie schrijfsters van rond de vijfenveertig is incontournable. Niemand kan meer om ze heen'', stelde hij vast. In een doorwrochte lezing prees hij Margriet de Moor, Nelleke Noordervliet, Charlotte Mutsaers en Anna Enquist, schrijfsters `die hebben moeten vechten om erkenning', maar die nu werkelijk behoren tot de literaire canon. Is Doeschka Meysing niet verwant aan Roland Topor? En waarom is Nelleke Noordervliet niet in het Frans vertaald, nu de Nederlandstalige literatuur doordringt op de Franse markt? Vertaalster Isabelle Rosselin liet horen hoe dat zou klinken, Het oog van de engel als L'oeil de l'ange.

Op de Cité Internationale Universitaire, waar duizenden studenten wonen, stelden achttien landen hun schrijvers voor. Op verzoek van het Collège néerlandais sprak Kader Abdolah over zijn metamorfose van Iraanse tot Nederlandstalige schrijver (`Ik bekijk de samenleving vanaf het dak van een moskee') en over zijn moeizame verhouding met de taal: ,,In Iran had ik 34 jaar lang met 150 gebaren met mijn doofstomme vader gesproken. Dan kon ik toch ook wel een boek schrijven met de 100.000 woorden uit de Van Dale!'' Voorlezen wilde Abdolah niet: ,,Ik ben een Pers, ik wil verhalen vertellen.'' Abdelkader Benali sprak moedig in het Frans over de toneelmonoloog Yasser, die hij onlangs voltooide. ,,Faire plaisir au lecteur,'' eindigde hij, ,,c'est .. het hele eieren eten'', met een hoopvolle blik op de tolk.

Voor Hella Haasse, van wie al vijftien boeken in het Frans vertaald zijn, stroomde de zaal vol. Ze vertelde over haar jeugd, over de batikmotieven in haar werk en over de schok die zij ervoer toen zij zich realiseerde dat zij een vreemdeling was in het land van haar geboorte: ,,Mijn gezicht was blank, maar mijn hart was Javaans''.

In 1928, het jaar dat Haasse vanuit Indonesië naar Nederland kwam, bouwde Dudok het Collège néerlandais, dat binnenkort op de Franse monumentenlijst wordt gezet en dat wordt gerestaureerd met Franse en Nederlandse fondsen. Maarten Kloos, directeur van ARCAM (Stichting Architectuur Centrum Amsterdam), richtte een expositie in over de bouw van het Collège met foto's uit de archieven van zijn vader Jan Piet Kloos, die het bouwproject leidde. ,,Als je een beeld wilt krijgen van die periode gaan literatuur en architectuur hand in hand'', aldus Kloos jr. De foto's zijn nog tot eind deze maand te zien in het Collège néerlandais.