Papoea is voortaan `autonoom'

Papoea's streven naar onafhankelijkheid wordt niet beloond. Maar het is na gisteren wel `autonoom'.

Het opzwepende geluid van de tifa, de trommels van Papoea, vulde de hallen van het Indonesische parlement. Zo'n duizend Papoea's – van functionarissen in maatkostuum tot traditionele dansers met verentooien en beschilderde lijven – volgden gisteren in Jakarta de beraadslagingen over het wetsontwerp op bijzondere autonomie voor hun provincie. Even voor middernacht, na hevig touwtrekken over verdeling van de provinciale revenuen, stemden parlement en regering in met het ontwerp.

De politieke elite van Indonesië – voor regionale uitbraken beduchte nationalisten, aan centralisme verslaafde bestuurders en jegens het christelijke Papoea wantrouwige moslimpolitici – besloot na twee jaar wikken en wegen dat autonomie het beste medicijn is tegen separatisme. De zogenoemde Papoea-Raad, die met vreedzame middelen ijvert voor een `vrij West-Papoea', heeft autonomie dit weekeinde verworpen. Toch vertrouwt zowel het parlement als de regering van president Megawati Soekarnoputri erop dat meer financiële armslag en grotere bevoegdheden voor het provinciebestuur de decennialang achtergestelde Papoea's kunnen winnen voor de republiek.

,,Dit resultaat is optimaal. Meer zat er niet in'', zegt Agus Rumansara, Papoea-activist voor milieu en mensenrechten en lid van het `bijstandsteam' uit Jayapura. Dit gezelschap lobbyde de afgelopen maanden in Jakarta voor het wetsontwerp, dat is opgesteld door deskundigen van de Paradijsvogel- Universiteit in Jayapura en werd overgenomen door provinciebestuur en streekparlement. Deze Papoea-lobbyisten hebben hun volksgenoten voor het eerst sinds Nederland westelijk Nieuw-Guinea in 1963 overdroeg aan Indonesië een politieke stem gegeven in Jakarta. En die is gehoord.

Bijna twee jaar nadat president Wahid de provincie Irian Jaya op eigen gezag had omgedoopt tot `Papoea', accepteerden parlement en regering niet alleen de nieuwe naam, maar ook een vorm van zelfbeschikking die `bijzondere autonomie' heet. Die komt neer op een verruiming van de bevoegdheden van het provinciebestuur, zij het niet zo royaal als omschreven in de oorspronkelijke tekst. In afwijking daarvan blijven niet alleen buitenlands beleid, defensie en monetaire zaken, maar ook fiscale en juridische aangelegenheden in handen van het centraal gezag.

Jakarta gunt het door de natuur rijk begiftigde, maar door Indonesië altijd stiefmoederlijk bedeelde Papoea voortaan 80 procent van de belastinginkomsten uit bosbouw en visserij en 70 procent van de mijnbouwrevenuen. De wet gaat volgend jaar in en betekent voor 2002 een verdubbeling van het provinciebudget. Alleen in de sectoren visserij en bosbouw mag Papoea zelf belastingen heffen. Voor inkomsten uit de koper- en goudmijn van het Amerikaanse Freeport en uit de gas- en oliewinning blijft de provincie aangewezen op afdracht door Jakarta van centraal geïnde belastingen en royalties. Rumansara: ,,Liever hadden wij de verhoudingen omgedraaid zodat niet wij afhankelijk zijn van Jakarta, maar Jakarta van ons. Dat is niet gelukt. Niettemin zijn parlement en regering een verplichting aangegaan waaraan ze zich niet meer kunnen onttrekken.''

Papoea heeft recht op eigen `culturele symbolen', zoals een vlag en een hymne, maar die drukken ,,de culturele identiteit en het gevoel van eigenwaarde van de Papoea's'' uit en zijn ,,geen zinnebeelden van soevereiniteit''. Die status blijft voorbehouden aan vlag en volkslied van Indonesië.

Het nieuwe Papoea krijgt een tweekamerstelsel. Naast het provinciale parlement komt er een Papoea Volksraad (MRP) van traditionele leiders, religieuze voorgangers en vrouwen, die ,,de rechten van de autochtone bevolking beschermt, op basis van respect voor haar cultuur en tradities''. De raad kan het provinciebestuur verzoeken besluiten te herzien als die strijdig zijn met de belangen van de oorspronkelijke bevolking. Etnische Papoea's zijn nog steeds in de meerderheid, maar door de stroom immigranten uit andere delen van Indonesië slinkt dat overwicht gestaag. Over inzet van troepen in Papoea, actueel door het recente harde optreden tegen de Organisatie Vrij Papoea (OPM) in het Centrale Bergland, dienen regering en legerleiding het provinciebestuur te consulteren.