Hersenschudding

`De kolenboer!' Mijn ome Jan reed met olie en kolen. Op een mooie dag in de herfstvakantie mocht ik mee. Zo draaide de vrachtwagen waarin wij kolenmannen zaten om half elf 's morgens met een imposante boog de Burgemeester de Witstraat in, waar ergens op twee hoog, achter een paar vergeelde gordijnen, met smart op een zakje cokes werd gewacht.

Kwiek als steeds sprong mijn oom van de treeplank, alleen deze keer met zijn kale hoofd knalhard tegen een lantarenpaal. Afwezig liep hij in de richting van de deur. ,,O Jezus'', mompelde hij, ,,als ik maar geen hersenschudding heb als ik maar geen hersenschudding heb.''

Gelukkig hoorde ik even later zijn stem met vertrouwde kracht in het trapgat galmen: ,,Hérsenschudding!''