Achttien jaar voor de ‘takketakketak’-commandant

De Congolese krijgsheer is de eerste grote vis die is veroordeeld door het Internationaal Strafhof. Vandaag kreeg hij 18 jaar.

Bemba neemt het in 2006 op tegen zittend president Kabila. Hij wordt verslagen. Foto Ch.Rigaud/Afrikarabia

Hij had het zich allemaal zo anders voorgesteld. Het rijkeluiszoontje Jean-Pierre Bemba (53) uit Congo, de playboy van het Brusselse nachtleven, streefde ernaar de Che Guevara van de Afrikaanse bush te worden om zijn land te bevrijden. Nu is hij geëindigd als een oorlogsmisdadiger achter tralies.

Afgelopen maart bevond het Internationaal Strafhof in Den Haag hem al schuldig aan verkrachtingen, moorden en andere oorlogsmisdaden en misdaden tegen de menselijkheid, tussen oktober 2002 en maart 2003 begaan in de Centraal-Afrikaanse Republiek (CAR). Dinsdag maakten de rechters van het Hof de hoogte van de straf bekend: achttien jaar cel, met aftrek van acht jaar voorarrest. De aanklager had 25 jaar geëist.

Bemba bediende zich van mooie woorden toen ik hem in 2000 in de rebellenstad Gbadolite ontmoette, in het uiterste noorden van Congo tegen de grens van de CAR aan. „Ik heb een visie voor mijn land”, verkondigde de lijvige leider van de Congolese bevrijdingsbeweging MLC. „Ik vecht voor democratie en mensenrechten.”

Congo werd in die tijd geplaagd door een ratjetoe van bezettingslegers uit buurlanden, door rivaliserende rebellengroepen en door plunderende milities. Van die talrijke gevechtsgroepen in de Congolese burgeroorlog was de MLC de enige die vage contouren vertoonde van een ware bevrijdingsbeweging. Het leiderschap kwam uit de diaspora in België, de voormalige kolonisator, en ontwikkelde een ideologie onder invloed van de Oegandese leider Yoweri Museveni, die bevel had gegeven tot de oprichting van de MLC.

naamloos
Hij was zoon van Jeannot Bemba Saolona, zakenman en vertrouweling van de kleptocratische Mobutu, president van Congo, dat toen Zaïre heette. Bemba groeide op in en rond de paleizen van Mobutu, studeerde in België en werd met zijn zaken multimiljonair. Hij kende Gbadolite, waar hij als rebellenleider zetelde dus goed, het ‘Versailles in de jungle’ van de 32 jaar lang regerende Mobutu. Gbadolite was een monument van decadentie, met talrijke met goud en marmer belegde paleizen, een grotesk eerbetoon van Mobutu aan zichzelf.

La Vache qui rit

De rebellenleiders in Gbadolite aten iedere ochtend uit België geïmporteerde ontbijtkoek van Peijnenburg met roomboter. Daarna volgde een wit broodje met smeerkaas van het merk La vache qui rit. Het deed onwezenlijk aan.

Soldaten van Laurent Kabila, de opvolger van Mobutu, plunderden Gbadolite, en toen Bemba zich presenteerde als verzetsstrijder tegen het nieuwe gezag in de hoofdstad Kinshasa, kon hij rekenen op steun van de nostalgische bevolking aldaar. Oegandese regeringssoldaten hadden het noordwesten van Congo al voor hem ingenomen. Ze gingen vervolgens op zoek naar Congolese rebellen om de strijd tegen het regime in Kinshasa voort te zetten. Drieduizend door hen getrainde strijders stelden ze ter beschikking van Bemba.

De tamelijke naïeve Bemba kende de intriges van het Congolese verzet onvoldoende en liet zich misbruiken door de Oegandezen, die samen met de Rwandezen achter de schermen de ware leiders van de Congolese oppositie waren. In zijn leunstoel in Gbadolite begon hij in 2000 plotseling een eenakter. Hij imiteerde de oorlog die zijn soldaten honderden kilometers verderop in de jungle werkelijk voerden.

Hij strekte zijn arm als een geweer en zijn wijsvinger kromde om de onzichtbare trekker. „Takketakketak”, zo liet hij de kogels vliegen. Toen kwamen de kleine bommen: „Bam, bam, bam.” Hij zwaaide zijn arm naar achter. Toen volgden de grote bommen: „Ketsjou, ketsjou, ketsjou.” Jean-Pierre ontgroeide nooit het stadium van het verwende jochie van de Congolese elite, hij leefde een kunstmatig bestaan, ver verwijderd van de harde werkelijkheid.

Schatplichtig

Bemba was schatplichtig aan zijn steunpilaren. Zoals aan de vlak bij Gbadolite gelegen CAR, van waar hij bevoorradingen voor zijn troepen ontving. Zijn strijders schoten in 2003 de daar zittende president Ange-Félix Patassé te hulp en begingen grove misdaden – waarvoor Bemba later bij het Internationaal Strafhof in Den Haag zou belanden. Ook al was hij niet ter plaatse toen zijn strijders deze misdaden begingen, het Strafhof oordeelde dat hij wist van de misdaden en niets deed ze te voorkomen.

Nu Jean-Pierre Bemba, die nog beroep kan aantekenen, voorlopig achter de tralies verdwijnt, blijft het beeld hangen van een wat onnozele verzetsstrijder, niet bedreven in de harde gewapende werkelijkheid van Midden-Afrika, misbruikt door staatshoofden in de regio en politici in Congo. Al zijn steunpilaren gaan vrijuit.

    • Koert Lindijer