Doorlopend ballet van boten en stoom

Wat maakt een grote haven toch altijd zo opwindend? Zijn het de schepen uit verre landen die je met hun geheimzinnigheid betoveren? Is een haven het begin van het onbekende, waaraan iedereen zich zo graag eens zou willen overgeven zonder dat ooit te doen? Of is het gewoon die mengeling van water, hoeren, drank en zeebonken die tot de verbeelding spreekt?

In Rotterdam kun je het antwoord op die prangende vragen niet meer vinden. De haven is sinds de jaren zestig te ver van de eigenlijke stad verwijderd en zeeschepen varen nog maar zelden onder de Willemsbrug door. Je zou bijna vergeten dat er voor 1940 ook een ander Rotterdam bestond.

Met de tentoonstelling Panorama Rotterdam. Meesters aan de Maas 1820-1940 heeft de Kunsthal een deel van dat verleden ontsloten. Want als je de 120 hier bijeengebrachte schilderijen en vijftig werken op papier hebt gezien, moet je wel constateren dat Rotterdam voor het bombardement van mei 1940 een mooie, zinderende stad is geweest. Dat vermoeden bekruipt je al meteen bij het in 1904 door de Duitse kunstenaar Ernst Hesmert getekende luchtpanorama van de stad. Overal liggen fregatten, barken en stoomschepen. Het gezicht op al die boten moet vanaf de kade precies zo zijn geweest als de Portugese reiziger Ramalho Origao het in 1883 heeft beschreven: `Een soort bladerloos bos, waar bovenin de vlaggen, vanen en wimpels bloeien, die trillend in de transparante lucht, de veelkleurige symfonie doen klinken van een geweldig, zwevend schilderspalet'. Zo'n zin omvat eigenlijk alles dat je op Panorama Rotterdam te zien krijgt. Want waar je ook kijkt, overal zie je masten, zeilen en stoompijpen opduiken en ruik je olie, pek en teer.

Hoe verder je in de tijd voortschrijdt, hoe mooier en sprankelender Panorama Rotterdam wordt. Alsof de schilders gelijke tred hielden met de toenemende dynamiek en energie van de stad. Het broeierige doek Rotterdam Ferry-Boat/1833 van William Turner is het enige moderne doek uit die eerste periode. De stad bestaat er slechts als een vage witte veeg op de achtergrond. Alle aandacht gaat uit naar het dreigende spel van licht en schaduw rondom de veerboot die in slecht weer is beland.

Aan het begin van de 19de eeuw was Rotterdam een oubollige stad. Je ziet dat heel goed op het mooie schilderij De Lange Torenstraat met de St. Laurenskerk van Cornelis Springer of op het romantische De haven van Rotterdam (Oudehoofdpoort) van J.B. Jongkind dat het leven aan het havenfront idyllisch verbeeldt. Holland lijkt te slapen in die tijd. Nog dromeriger is het werk van de Fransman Eugène Boudin, net als Jongkind een wegbereider van het impressionisme. Zijn schilderij Wijnhaven van Rotterdam (1876-'98) laat een rij huizen, een ophaalbrug en een paar zeilschepen op een warme zomerdag zien. Alles heeft zijn scherpte verloren. Het doek is daardoor van zo'n indringende schoonheid dat je niet aan het noordelijke Rotterdam denkt, maar aan zuidelijke steden als Napels of Venetië.

De hoogtepunten van Panorama Rotterdam dateren echter uit het begin van de 20ste eeuw. Zoals De haven van Rotterdam, in 1906 geschilderd door Paul Signac. Twee keer heeft deze Franse neo-impressionist en liefhebber van havengezichten een tijdje in het inmiddels verdwenen Victoriahotel gelogeerd. Vanuit zijn kamer had hij een prachtig uitzicht op de monding van de Leuvehaven. Signac was naar Rotterdam gekomen omdat hij eens iets anders wilde schilderen dan het felle licht van Saint-Tropez en Marseille. Het licht waarmee hij nu te maken kreeg was echter nog wel veel moeilijker te vangen: ,,Ik vecht tegen de Maas'', schreef hij aan een van zijn verzamelaars. ,,Het is een doorlopend ballet van boten en stoom. En de effecten veranderen elk moment. Dit is geen schilderen, dit is ten strijde gaan.'' Van zijn pointillistische doeken Sleepboot in de Rotterdamse haven (1906) en De haven van Rotterdam (1907) sprankelen de lucht en het water dan ook in een vuurwerk van blauwe, paarse en groene stipjes. De stoombootjes vechten tegen de woelige baren en blazen gele en roze dampen uit. Overal is het één groot feest.

De aangrijpendste doeken uit deze periode zijn van Kees van Dongen en Charley Toorop. Zo laat Van Dongens De Haven van Rotterdam (Het witte schip) uit 1907 een geheel witte viermaster zien met op de achtergrond een uit het duister opdoemend stoomschip. Het is een symbool van de oprukkende nieuwe tijd in de vorm van twee spookschepen die maar niet weten wat ze met elkaar aan moeten. Het schilderij is zo mooi in zijn benauwende en angstaanjagende leegte dat je er voortdurend iets nieuws in ontdekt.

Van Charley Toorop hangt op Panorama Rotterdam naast enkele energieke, kleurrijke havengezichten ook het zelden getoonde doek Negers Rotterdam (1926) – afkomstig uit het Curaçaosch Museum in Willemstad – waarop twee op zijn zondags geklede jazzmusici staan die zich duidelijk niet op hun gemak voelen. Ze komen uit een andere wereld, waar de moderne tijd nog lang niet zo ver is voortgeschreden als in Rotterdam. Ze kijken trots, maar ook een beetje onzeker. Als je zoiets op een schilderij kunt vastleggen, ben je een groot kunstenaar. Alleen al om dat te kunnen zien zou je naar de Kunsthal moeten gaan.

Tentoonstelling: Panorama Rotterdam. Meesters aan de Maas 1820-1940. T/m 6 januari 2002 in de Kunsthal, Westzeedijk 341, Rotterdam. Inl. 010-4400301 of www.kunsthal.nl