Apocalyps

Ik zit in de auto en luister naar Langs de lijn. Hilversum schakelt over naar Bergamo. Een ietwat hysterisch klinkende verslaggever meldt dat hij zich moet behelpen met een scanner want rijdende camera buitenspel want helikopter kan niet opstijgen want mist, regen en erbarmelijke koude. Goed zo, denk ik, de Ronde van Lombardije is op zijn mooist als de kou de ballen in de broek doet krimpen.

Ik zit in de auto en herinner me de Ronde van Lombardije van 1980. Gestart werd in Milaan en de finish lag in Como. Het hoosde de hele dag, het was bivakmutsenweer. Ik reed niet slecht, maar na 200 kilometer, tijdens de beklimming van de Intelvi, ging het licht uit. De ballen zaten in mijn onderbuik. Ik stak binnendoor naar Como, nam een douche, trok een warme jas aan, en even later stond ik als een toeschouwer tegen een dranghek. Ik zag ze binnenkomen, één voor één, de zeventien vermetelen die de volle 255 kilometer winter hadden overleefd.

Ik zit in de auto. Hilversum schakelt weer over naar Bergamo. De hysterische verslaggever heeft eindelijk beeld. Nog vijf kilometer voor de kopgroep. De woorden roepen het volgende apocalyptische beeld op: de kopgroep bestaat uit vier verschrompelde door de kou gelooide zakjes. Hilversum besluit er een opzwepend muziekje onder te zetten.

Toen ik tegen dat dranghek stond, was ik nauwelijks twee maanden professional. Ik had een contract getekend bij de ploeg IJsboerke. Ik viel met mijn neus midden in de oude Vlaamse wielertraditie. Prachtige rennersnamen als De Geest, Van de Wiele, Van Sweevelt omgaven mij. Een dag voor de Ronde van Lombardije gingen we nog een heel eind fietsen. Tijdens die tocht schoof een koufront over Noord-Italië. Het begon te regenen. Het begon te hozen. Ik weet niet meer wie er toen lek reed, maar ik weet nog wel dat het De Geest was die zijn fiets aan de kant smeet. Hij knielde neer op het modderige wegdek en begon andermans schade te herstellen. Zijn handen zagen er uit als de handen van een kolenboer.

De Geest was een gelouterde prof. Hij kende zijn plaats in het peloton. Hij was een zogenaamde knecht. Die middag leerde ik dat wielrennen in de eerste plaats een oefening is in nederigheid.

Ik zit in de auto. De Ronde van Lombardije is een feit. De hysterische verslaggever is doorgedrongen tot bij Dekker. ,,Het begon pas op het laatst te regenen'', zegt Dekker. ,,Maar koud was het gelukkig niet.''

Op apocalyptische praatjes had alleen Theo Koomen het patent.