Apocalyps

Zal ik de enige zijn, dacht ik toen ik gistermiddag om 12 uur de bioscoop binnenliep. Wie wil er op zo'n onchristelijk tijdstip naar de film, een ruim drie uur durende oorlogsfilm nog wel?

Gelukkig bleken er nog minstens 25 andere mensen op hetzelfde idee te zijn gekomen. Dat aantal zou vóór 11 september niet gehaald zijn, vermoed ik. De film die we wilden zien, heeft vanaf die datum een zekere urgentie gekregen. Het was Apocalypse Now Redux van Francis Ford Coppola, een met 49 minuten uitgebreide versie van zijn befaamde film uit 1979 over de Vietnam-oorlog.

Apocalypse Now viel mij destijds tegen, en zonder `Afghanistan' zou ik zeker niet opnieuw zijn gegaan. Nu er parallellen beginnen te ontstaan tussen `Vietnam' en `Afghanistan' werd ik benieuwd of Coppola zijn visie veranderd had. Was hij misschien milder geworden over de rol van Amerika?

Nee, bepaald niet. De aan zelfhaat grenzende woede van Coppola is nog even onmiskenbaar. De wrede kolonel Bill Killgore schitterende rol van Robert Duvall blijft de belachelijke belichaming van de Amerikaanse agressie, zoals wanneer hij na een aanval zijn onvergetelijke uitspraak doet: ,,I love the smell of napalm in the morning.''

Ik vond de film nu veel indrukwekkender dan destijds. Dankzij `Afghanistan'? Dat zal zeker een rol hebben gespeeld, hoewel het nog veel te vroeg is om de lijn naar `Vietnam' door te trekken.

Maar belangrijker was voor mij dat er nu meer rust en bezinning in de film zitten, vooral bij de hoofdfiguur, kapitein Willard (Martin Sheen), de militair die jacht moet maken op kolonel Kurtz, een half krankzinnig geworden Amerikaanse deserteur. Kurtz heeft zich met een legertje hem verafgodende bergbewoners ergens in de jungle van Cambodja verschanst. (Ja, met veel goede wil zou je zelfs een vergelijking kunnen maken tussen Bin Laden en Kurtz, die ook tot elke prijs moet worden uitgeschakeld.)

In de eerste versie van Apocalypse Now lag de nadruk op de spectaculaire oorlogsscènes. Coppola heeft in zijn nieuwe versie veel meer ruimte om te laten zien hoe Willard in de greep raakt van zijn eigen vervreemding van het oorlogsbedrijf – dezelfde vervreemding die Kurtz tot zijn isolement moet hebben gebracht.

Michael Herr, de scenarioschrijver van Coppola, heeft ongetwijfeld veel van zichzelf in Willard ondergebracht. Herr was oorlogscorrespondent in Vietnam en schreef er een beroemd boek over: Dispatches. Toen ik het uit mijn boekenkast haalde, dwarrelde er een interview uit dat VPRO-hoofdredacteur Roelof Kiers in 1978 met Herr voor de VPRO-Gids had gemaakt. Eén essentieel citaat daaruit.

Herr: ,,De Amerikaanse cultuur bevat zoveel energie, maar zoveel daarvan is gewelddadig en onmenselijk, onderdrukkend en bestraffend. Wij waren de Duitsers van de zestiger jaren, zoals zo vaak is gezegd. We hadden de bizarre ervaring om iedere avond in het journaal te kunnen zien, waar onze avonturen in Azië ons die dag weer hadden heengevoerd. En het verbijsterde me, dat in plaats van dat ons duidelijk werd wat we daar uitvoerden, we verdoofd werden. Waardoor de oorlog nog langer voortduurde.''