Ambachtslieden

Op doorreis naar Nederland verblijven wij een dag in een Antwerps hotel. In de bar ontmoet ik een Engelsman met een rode baard die dezelfde gewoonte heeft als ik: een whisky om vijf uur. We raken in gesprek en blijken nog meer gemeen te hebben. ,,Ik ben nu met pensioen'', zegt hij. ,,Na een leven van hard werken in de stad, kennen we nu de stilte van het platteland.'' Londen was te druk voor hem en zijn vrouw geworden. ,,Toch moet ik Londen nog één keer prijzen. Wanneer ik daar een loodgieter nodig had belde ik er gewoon een. De volgende ochtend om negen uur trok hij bij ons aan de bel. Waar ik nu woon, in Wales, kan ik bellen wat ik wil, maar er moet heel wat gebeuren om een loodgieter te krijgen.''

Wij wonen niet in Wales, maar in de Morvan, in het hart van Bourgondië. Ook wij kunnen nauwelijks een vakman krijgen. En wij mogen nog niet klagen. Wanneer we in ons dorp, Cussy, een loodgieter nodig hebben, bellen we Jean-Louis Lavesvre. Een opgewekte man, maar ook niet altijd op eerste afroep beschikbaar.

,,Wat is het probleem?'' Daar wil hij dan even over nadenken. Boze tongen in het dorp beweren dat hij soms eerst aan zijn camionnette gaat vragen of die starten wil vandaag. Dat lijkt me overdreven – het ligt meer aan de aard van het probleem. Voor een nieuwe kraan bijvoorbeeld komt hij meteen. Tijdens het monteren daarvan onthaalt hij je op een betoog over achterliggende problemen. Want een kraan zetten, zegt hij, dat is eenvoudig. Maar achter de kraan zit een leiding. En leidingen, legt hij uit, kunnen rare kuren vertonen, vooral in oude huizen. Ze raken nogal eens verstopt. Ook nog niet erg, maar weet u hoe zo'n leiding loopt? Nee, dat kunt u niet weten. Ze komen ergens vandaan en lopen ergens naar toe, maar onderweg, `oh la la', hij heeft wat meegemaakt op dat gebied! Hij heeft heel wat vloeren moeten openbreken op zoek naar een lek of verstopping... ,,En wat je dan tegenkomt, monsieur, dat zal ik maar niet vertellen...''

,,Nou, dat houden we dan nog te goed'', zeg ik. Maar Jean-Louis is alweer bezig al zijn tangen, branders en tubes in zijn `trousse' te verzamelen. Want de nieuwe kraan loopt als een waterval. Hij wenst ons nog een prettige dag en bestijgt de camionnette weer. De rekening? Dat komt nog wel een keer, bij gelegenheid.

Geen moeilijk mens dus, Lavesvre. En hij heeft nog een pluspunt: hij is ook thuis op het gebied van de elektriciteit. Je kunt hem gerust een elektrische leiding laten aanleggen of een contactdoos plaatsen. Hij doet het en verzekert ook dat de voorzieningen `en conformité' zijn, wat wil zeggen dat zij voldoen aan de Franse wettelijke voorschriften. ,,Pas op'', roept hij vrolijk, ,,anders betaalt de verzekering niet uit.''

Vorige week belden we hem opnieuw, voor een elektriciteitsprobleem. ,,Alstublieft, meneer Lavesvre, komt u toch even kijken...''

,,Wat is het probleem?'' luidde het weer. We legden het uit. De lichtbak boven de wastafel in de badkamer bleef donker. Hij dacht even na. Je hoorde zijn zware rokersadem door de telefoonlijn. ,,Dat is geen noodgeval'', stelde hij vast.

,,Nee, maar voor ons toch wel erg lastig'', zeiden wij. Hij dacht weer na. ,,Is het een tl-buis?' Ja, het was een tl-buis. ,,Welke lengte?'' vroeg hij. Wij dachten 83 cm. ,,Nu'', zei Lavesvre, ,,dan koopt u toch een nieuwe in de stad.'' Dat hadden we al geprobeerd maar 83 cm bleek niet in voorraad. ,,O, zeker een oud model'', riep hij, ,,daar begin ik niet aan. Een prettige dag verder!''

Exit Lavesvre. En wij zuchtten. Want nu hadden we écht een probleem. Nu waren we aangewezen op de enige echte elektricien van deze de omgeving: Philippe Hany. En voor deze sluwe vos waren we genoeg gewaarschuwd. Hij rekent buitenlanders een dubbele prijs, vooral Nederlanders, want die gelden hier als `schatrijk'.

Maar de tijd werkt in het voordeel van de slimmeriken. En dat weet Hany ook. Ik moest me elke dag scheren in het halve licht van een schemerige plafonnière. Totdat het bloed een keer van mijn wang liep en Simone moest betten met watten. We besloten toch maar tot het uiterste: Hany bellen.

Bij de derde keer kreeg ik een vrouw aan de telefoon. Ja, het was zijn huis, maar hij was er niet. Belt u om acht uur vanavond maar.

Ik kreeg weer dezelfde stem. Op afstand van de hoorn hoorde ik haar zeggen: ,,Philippe, het is die vent weer, die buitenlander. Nee, ik heb zijn naam niet verstaan...''

,,Hallo, oui!'' Dat was Hany zelf. Ik vroeg of hij langs wilde komen om een defecte tl-buis te vervangen. Ja, hij kende het huis wel, al was het van lang geleden. Ik noemde de maat van de buis. Stilte. ,,O, dat wordt moeilijk'', zei hij toen, ,,die moet besteld worden.''

,,Nou én?'' vroeg ik. Hij kuchtte. ,,Ik loop over van het werk, ik heb het vreselijk druk'', klaagde hij.

,,Dat is een goed teken'', zei ik. Hij lachte kort. En prompt daarop: ,,Ah, monsieur, weet u wat ik doe, ik kom morgen even bij u langs.''

,,Daar reken ik dan op'', zei ik, ,,à demain.''

En nu maar weer wachten.