Acties Bin Laden dragen bij tot succes van de euro

Hoe wrang ook, de aanslagen van 11 september verbeteren de overlevingskansen van de euro. Sinds 1989 heeft Europa het moeten doen zonder gemeenschappelijke vijand. Maar nu is die er ineens, in de gedaante van het terrorisme van Bin Laden.

Hoewel de aanslagen Amerika troffen, voelt iedereen in Europa zich doelwit van deze terreur. Saamhorigheid en opofferingsgezindheid voor het gemeenschappelijk belang zijn in één klap terug. Politici kunnen hun kiezers ineens weer beleidsbeslissingen verkopen die weliswaar pijn doen, maar waarvan het overheersende gemeenschappelijke belang voor iedereen instinctief te begrijpen én te accepteren is. Dat vergroot de kans dat het euro-experiment alsnog slaagt.

Het experiment met de internationale eenheidsmunt kan alleen dán slagen als eensgezindheid, maar vooral ook inschikkelijkheid terugkeren onder de circa 300 miljoen direct betrokkenen en hun leiders. Terug op een niveau zoals dat op de moeilijkste momenten van de Koude Oorlog ook bestond.

Gezamenlijk gevoelde bedreiging was veel meer de drijfveer voor Europese samenwerking en integratie, veel méér dan idealisme. Zo werd er eerst een militair bondgenootschap gesmeed, de NAVO in 1949. Vervolgens kwam economische samenwerking tot stand: de Europese Gemeenschap van Kolen en Staal, vervolgens de Europese Economische Gemeenschap. Daarna werd pas de aanzet gegeven tot politieke integratie, de Europese Unie.

Naarmate het gevoel van bedreiging afnam, verliep het eenwordingsproces in Europa moeizamer. Na het einde van de Sovjet-Unie in 1989 hebben de jaren negentig laten zien hoezeer nationale en zelfs regionale belangen weer de kop op staken zodra er geen gemeenschappelijke bedreiging meer werd gevoeld. Neem België, dat haast uiteengevallen is, Tsjechië, dat Slowakije dumpte en Schotland dat losser wil van Groot-Brittanië, om van de Balkan te zwijgen.

Die jaren negentig, hoe economisch geslaagd ook, hebben laten zien dat het een illusie is te denken dat er sinds 1950 voldoende `Europa-Eerst'-gevoel gegroeid zou zijn als voedingsbodem om de Unie `af' te kunnen maken. Uitgerekend in diezelfde jaren negentig kwam onder druk van oude politici, dan toch nog het meest ambitieuze en riskante Europese project, de euro, van de grond.

In historisch perspectief gezien is dat dus slechte timing. Geen wonder dan ook dat het Verdrag van Maastricht dat aan de euro ten grondslag ligt, eigenlijk een lappendeken van compromissen is. Veelbetekenend is dat, met de startdatum in zicht, er nog een onding als het Stabiliteitspact nodig bleek om de uitstapneiging in landen met de tot dan toe bovengemiddeld sterke valuta's zoals gulden en mark, te verkleinen.

Al vóór 11 september begon het erop te lijken dat landen als Italië en Frankrijk hun opkomende begrotingstegenvallers toch weer, net als vroeger, via het nemen van devaluatierisico op de munteenheid wilden gaan wegwerken. Waarbij nu wel dat Stabiliteitspact in de weg zat, vandaar dat er al stemmen opgingen dat dan maar te versoepelen of te schrappen.

En nu ziet de wereld er vanaf 11 september ineens anders uit. Onmiddellijk is in Europa het besef terug dat bestrijding van deze nieuwe gemeenschappelijke vijand voorrang boven alles moet hebben én houden. Een besef dat de inschikkelijkheid weer heeft teruggebracht, juist ook in de eurolanden. Zo is opeens de ruimte ontstaan impopulaire en blijvende begrotingsmaatregelen te nemen. Die zijn absoluut noodzakelijk, wil de gemeenschappelijke munt de kans krijgen ooit een solide vertrouwensbasis te verwerven.

Die onverwachte kans om nationale begrotingen blijvend gezond te maken mag niet gemist worden. Alleen dán krijgt de euro de kans niet afhankelijk te blijven van zoiets kunstmatigs en onhoudbaars als het Stabiliteitspact en alleen zo kan zij misschien ook nog eens vertrouwen verwerven in de rest van de wereld als reservevaluta.

Jhr. S.W.H. Sandberg is onafhankelijk consultant voor internationaal opererende bedrijven, banken en (her)verzekeraars.