VVD'ers kiezen voor job-security

Bewindslieden en Kamerleden van de VVD kunnen tevreden zijn: op twee na keren ze allemaal terug op de kieslijst.

Zoveel job-security zie je weinig meer in het bedrijfsleven. Op de ontwerp-lijst van de VVD voor de komende Kamerverkiezingen zijn alle bewindspersonen van de VVD in het zittende kabinet op ruimschoots verkiesbare plaatsen terechtgekomen, en, op zes na, alle zittende Kamerleden eveneens. ,,U moet niet vergeten dat de VVD-fractie vier en acht jaar geleden drastisch verjongd en vernieuwd is'', zegt VVD-voorzitter B. Eenhoorn ter verklaring. ,,Nu gaat het erom dat de jongere Kamerleden ervaring opdoen. Daaraan ontbrak het de afgelopen jaren wel eens.''

Verrassingen ontbreken dus een beetje in de gisteren met een gezellig etentje van de VVD-top in de Olofskapel in Amsterdam intern ten doop gehouden kandidatenlijst van de VVD voor de volgende verkiezingen. Er was weinig dat de gezelligheid kon bederven: slechts vier minder prominente Kamerleden moesten met een onverkiesbare plaats genoegen nemen, twee verdwijnen geheel van het appèl, waarvan één (Cherribi) kwaadschiks.

Verder lijken velen reden tot tevredenheid te hebben. Minister van Justitie Benk Korthals, eerder enigszins ontsticht toen hem duidelijk was geworden dat hij geen deel uitmaakte van het vijfkoppige dreamteam aan de top van de lijst, staat nu zes. Onder fractieleider Hans Dijkstal (1), vice-premier Annemarie Jorritsma (2), minister van Financiën Gerrit Zalm (3), Kamerlid Erica Terpstra (4) en minister van Onderwijs Loek Hermans (5). Maar nog boven de collega-ministers Frank de Grave van Defensie (7) en Jozias van Aartsen van Buitenlandse Zaken (8).

Daarbij komt nog dat de oorspronkelijke opzet van het partijbestuur vooral campagne te voeren met het dreamteam van de eerste vijf, waarin de kwaliteiten zijn verenigd die volgens sociologisch onderzoek het electoraat met de VVD verbindt (Zalm voor financiële degelijkheid, Terpstra voor gezelligheid etc.) inmiddels is verlaten. Ook voor anderen, zo is inmiddels afgesproken, zal in de campagne een prominent plaatsje worden ingeruimd. Hofstra, de held van de autobezitter, staat al klaar.

Ook de VVD-staatssecretarissen zijn alleszins goed terechtgekomen, met als koploper Johan Remkes (10) en als hekkensluiter Monique de Vries (18). De laatste is weliswaar geen doorslaggevend succes gebleken als bewindsvrouwe, maar in tegenstelling tot de PvdA loost de VVD kennelijk geen minder functionerende bewindspersonen van de kandidatenlijst.

Het eerste `gewone' Kamerlid op de VVD-lijst staat, afgezien van koploopster Terpstra, Hella Voûte-Droste op 9. Geen overdreven luxe op een lijst waarop naar hedendaagse maatstaven niet al te veel vrouwen staan; slechts elf onder de eerste vijftig. De daarop volgende vrouw is Anke van Blerck-Woerdam (15). Clemens Cornielje, thans tweede man van de fractie onder Dijkstal, staat eervol op elf.

Op de rest van de lijst volgen dan, in een zorgvuldig geregisseerd ballet, gestaalde kaders als Weisglas, Te Veldhuis, Blaauw, Van den Doel, afgewisseld met de wat jongere talenten: Henk Kamp (13), Willibrord van Beek (17), Pieter Hofstra (19), Jan Rijpstra (21), Atzo Nicolaï (24), Geert Wilders (30) en Frans Weekers (35).

Een slangenkuil is de selectie van de kandidaten zo te zien niet geweest: wie grotendeels binnenskamers in de organisatie van de fractie zijn verdiensten had (zoals Rijpstra) had minstens even goede kansen als wie naar de buitenwereld toe het beeld van de VVD bepaalde (zoals Nicolaï).

En wie in het verleden misschien een ongelukkige schaats heeft gereden krijgt een tweede kans. Hans van Baalen stond bij de verkiezingen in 1998 op een veelbelovende 29ste plaats. Hij was een van de veelbelovende ontdekkingen van partijleider Bolkestein destijds. Van Baalen raakte in opspraak wegens beweerde extreem-rechtse sympathieën in zijn studententijd, maar deed zich vier jaar lang als een ijverig Kamerlid op de achtergrond kennen. Op plaats 41 krijgt hij nu een tweede kans.

De verhoudingen binnen de VVD-top zijn, kortom, vergeleken bij die van andere partijen, betrekkelijk harmonieus zoals past bij een partij die zijn imago in de verkiezingscampagne vooral zoekt in degelijkheid en betrouwbaarheid, eerder dan in uitgesproken standpunten of zeer bevlogen idealen.