Succes voor Van der Aa op festival in Donaueschingen

In 1926 demonstreerde Jörg Mager (1880-1939), constructeur uit een geslacht van Schwarzwälder koekoeksklokkenbouwers, op een kamermuziekfestival in Donaueschingen zijn Kurbel-Sphärophon. Hindemith was laaiend enthousiast en ook Hába en Krenek waren overtuigd dat dit elektrische instrument de toekomst had. In 1950 ondersteunde de Südwestfunk het festival, dat daarmee symfonische proporties aannam, toen ter beschikking van de generatie van Stockhausen en Boulez. De afgelopen jaren klaagde de pers steevast over Donaueschingen: de werken zijn niet meer wat ze waren, ze zeggen nauwelijks nog `Ich bin neu'.

Maar het afgelopen weekeinde viel er op het legendarische festival veel te beleven en te zien in de serie Les Chants Mécaniques. Die herinnert aan dat mechanisch experimentele kamermuziekverleden: leve de pendelbeweging, de puls en de periodiciteit. Dat Alvin Lucier (1931) een van de 24 componisten was met een opdracht verbaasde niet: bij hem viel altijd veel te zien. De vroege chants mécaniques waren ritueel religieus van karakter: Mager versterkte elektrisch het visionaire karakter van Wagners Parsifal. Lucier hield in de jaren '60 een luchtiger betoog in The only talkingmachine of its kind in the world voor stotteraar, lispelaar, verkeerd stemgebruik, dialect, vreemd accent of de angstige spreker die gelooft in de heilzame werking van de klank.

Nu verbaasde Lucier: geen machine, wel een doodgewoon orkest uit louter nostalgie, zij het enigszins ongewoon verpakt in sinustonen traag verglijdend in buigzame vormen, vandaar de titel Ovals. Curieus is ook dat hij het relativerende masker heeft afgelegd en een stroperig soort quasi-religieuze meditatie nastreeft op het naïeve af, zo simpel in gelijk opgaande notenwaarden.

Ook Michel van der Aa (1970) houdt van tape-toevoegingen, die in In here (to be found) een metalen sluier genereren over sopraan en kamerorkest. Fraai is hoe de ijle vijfstemmige strijkersakkoorden het verstilde eigen gedicht vooruitgaand reflecteren. Van der Aa weet hoe hij een scène kan bevriezen, vacuüm leegzuigen. Ook de theatraliteit in woelige figuraties komt effectvol over, net als het slot waarin de synchroniteit van stem, orkest en tape geleidelijk desintegreert. Dat had veel succes bij dit selecte publiek met veel componisten, programmeurs en uitgevers het festival is óók een beurs.

Het Radio Kamerorkest was vooral goed op dreef in het prachtlievende Circle of Time van Takuya Imahore dat in de plaats kwam van een werk van Benedict Mason, die graag zijn musici in het donker laat werken, concertzalen aftastend. Ditmaal wilde hij het Radio Kamerorkest opzadelen met ocarino's en stemvorken teneinde de architectuur van de Baar-Sporthalle van een muzikale pendant te voorzien. Maar daarvoor ontbrak de repetitietijd.

Dat niet alle avant-gardisten van weleer het spoor bijster zijn, bewees de stijlvaste Dieter Schnebel (1930) die een trend zette met een fantasierijke, steeds weer verrassende vocale muziek. Zijn gestaag groeiende serie Maulwerke verleende zijn naam aan een bijzonder ensemble van componerende vocalisten die ook gymnastisch bleken onderlegd in NN für Mobile Körper-Stimme und stationäre instrumente. Het is een integratie van rituele en dada-elementen: hallucinerende koekoeksklokken voorzien van kneuterige heiligenkransen.

Donaueschinger Musiktage 2001. Gehoord: 20, 21/10 Donaueschingen.