Rockers eren New York

Zaterdagnacht feestte New York op The Concert For New York City, een door Paul McCartney geïnitieerd marathon-concert. Duizenden brandweerlieden mochten gratis naar binnen. ,,Dit is onze avond.''

Hoge poëzie is het niet, maar het blijft lang in je hoofd zitten, het liedje waarmee Paul McCartney zaterdagnacht The Concert For New York City afsloot. ,,You're talking 'bout freedom/ Freedom, We will fight for the right/ to live in freedom''. Sir Paul had het meteen na de terreuraanslagen op 11 september geschreven, zei hij. Na het refrein een keer te hebben gehoord zong de hele Madison Square Garden mee.

Er waren goede oude Engelse rockers voor nodig om New York weer eens lekker uit zijn dak te laten gaan, na de terreur die de stad verminkte. Het rijtje was niet mis: David Bowie, The Who, Mick Jagger & Keith Richards, Elton John en natuurlijk McCartney, de koning der Beatles, op wiens initiatief het benefietconcert was georganiseerd. De Amerikaanse acts tussendoor zoals Bon Jovi, Eric Clapton en Macy Gray - leken slechts voor opvulling te zorgen tijdens het bijna zes uur durende marathonconcert.

Bruce Springsteen schitterde door afwezigheid. Hij had al meegedaan aan de Tribute To Heroes, de in een studio in Hollywood opgenomen, veel minder uitbundige televisie-avond van 21 september. En Michael Jackson had zondagavond zijn eigen benefietconcert in Washington, met gasten als Mariah Carey, Aerosmith en Rod Stewart, omdat Jackson en McCartney naar verluidt niet door een deur kunnen.

De 58-jarige McCartney, die, heel aandoenlijk, met ietwat schorre stem Yesterday zong begeleid door strijkorkest, werd op handen gedragen door duizenden brandweermannen en hun aanhang, die dankzij hem voor niets het concert mochten bijwonen vanaf de eerste rijen. De `gewone' kaartjes van tussen de 250 en de 10.000 dollar waren namelijk meteen `uitverkocht' dat wil zeggen, vergeven aan de sponsors. McCartney, zelf zoon van een brandweerman, zorgde ervoor dat behalve VIPs en relaties ook reddingswerkers en nabestaanden van slachtoffers naar binnen konden.

De ingang van Madison Square Garden leek zaterdagavond op een bioscooptheater tijdens de tweede wereldoorlog. Honderden kortgeknipte, kauwgum kauwende mannen in bomberjacks en donkerblauwe pakken voorzien van rang en standplaats, paradeerden langs met hun liefje aan de arm. Andy Fitzgerald, een 30-jarige brandweerman uit Brooklyn, straalde van trots. ,,Dit is onze avond'', zei hij. Een huisvrouw uit New Jersey probeerde wanhopig een kaartje te bemachtigen ,,ik doe alles voor een glimp van Melissa Etheridge'' maar de prijzen op de zwarte markt (500 tot 800 dollar) waren haar wat aan de hoge kant.

Tijdens het concert werd aldoor gerefereerd aan de heldendaden van de Fire Department of New York. Door gastheer Billy Crystal, door filmsterren als Harrison Ford en Meg Ryan en door politici als burgemeester Rudy Giuliani en oud-president Bill Clinton. Maar ook door nabestaanden die met foto's van hun geliefden rondliepen, en door brandweerlieden die op het podium mochten vertellen over `de dag'.

Minder eentonig waren de intermezzi van ingezonden filmpjes van geheide New Yorkers als Martin Scorsese, Jerry Seinfeld en Woody Allen. Alledrie kwamen ze met hun eigen lofzang op New York, de mooiste stad van de wereld. Scorsese toonde een feelgood movie van vrijende paartjes op straat, Allen een reeks flarden van mobiele telefoongesprekken (,,Wat jij hebt is geen anthrax dat heet herpes'').

De roemruchte rocksterren, allen van middelbare leeftijd, leken elkaar te willen overtroeven met oude songs die door `9-11' diepere betekenis hebben gekregen. Eerst was er Heroes van David Bowie (54), daarna Mick Jagger (58) met een opzwepende versie van Miss You. Wat Roger Daltrey en Pete Townsend van The Who precies met Won't Get Fooled Again wilden overbrengen was niet duidelijk. Tegen het eind van de avond werden twee vleugels tegenover elkaar geplaatst. Achter de ene ging een ongeschoren Elton John zitten, achter de andere Billy Joel. Met een brandweerpet op voerden ze John's Your Song uit.