Rijk wil van subsidie op strippenkaarten af

De subsidie van het rijk op de verkoop van strippenkaarten staat ter discussie. In plaats van een bedrag per strippenkaart wil het rijk gemeenten en gemeentelijke vervoersbedrijven voortaan subsidiëren aan de hand van het aantal inwoners in een bepaalde regio.

Dat blijkt uit een nog vertrouwelijk interdepartementaal onderzoek van ambtenaren van Financiën en Verkeer. Het kabinet zal binnenkort over het onderzoek praten; de verwachting is dat de nieuwe manier van subsidiëring zal worden overgenomen.

Het rijk legt nu op elke gulden aan verkochte strippenkaart 1,40 gulden subsidie bij. Op die manier stimuleert het rijk de groei van het aantal reizigers. Nadeel van het systeem is dat de zogenoemde kasstroom van het rijk sterk kan wisselen, doordat de verkoop van het aantal strippenkaarten sterk varieert. Door uit te gaan van het aantal inwoners per regio, gekoppeld aan de `regiofunctie' (werk, toerisme), krijgt het rijk beter grip op de geldstroom.

Gemeentelijke vervoersbedrijven en vervoersregio's verwachten forse financiële problemen als het kabinet vasthoudt aan de plannen, omdat het nieuwe stelsel passagiersgroei niet meer honoreert met extra geld.

Met name vervoersbedrijven in de grootstedelijke gebieden, waar nieuwe lijnen zullen worden geopend, vrezen daardoor een aanzienlijke inkomstenderving. [Vervolg STRIPPENKAARTEN: pagina 3]

STRIPPENKAARTEN

'Premie op luiheid'

[Vervolg van pagina 1] In grote steden maken veel mensen van buiten de vervoersregio gebruik van het openbaar vervoer (toeristen en forenzen) en zal de geplande opening van nieuwe tram- en metrolijnen meer passagiers opleveren.

Een woordvoerder van het Beleidsorgaan Openbaar Vervoer (BOV), de overkoepelende organisatie van gemeenten met eigen vervoersbedrijven, noemt het voorgestelde subsidiesysteem ,,een premie op luiheid''. Volgens het BOV staat dat systeem ook haaks op het beleid om stadsvervoersbedrijven te privatiseren. ,,Privatisering was juist bedoeld om die bedrijven markt- en prestatiegerichter te laten werken. Daar moet dan wel iets tegenover staan.''

Vooral vervoersregio's die de komende jaren investeren in nieuwe tram-, bus-, of metrolijnen krijgen met de financiële gevolgen te maken. Voor hen is het onzeker of en zo ja op welke termijn de grootschalige investeringen kunnen worden terugverdiend.

Volgens P. Vonk, hoofd sector vervoer van de stadsregio Rotterdam, staan het grootstedelijke openbaar vervoer mogelijk nog meer financiële tegenslagen te wachten. Het totaalbedrag aan rijkssubsidie wordt de komende jaren niet verhoogd, maar minister Netelenbos (Verkeer) wil wel meer geld doorsluizen naar `dunbevolkte gebieden', omdat daar de sociale functie van het openbaar vervoer te veel onder druk staat. Vonk: ,,De dreiging van ernstige financiële consequenties ligt er. Dat speelt vooral in steden als Rotterdam en Amsterdam, waar de komende jaren fors geïnvesteerd wordt in nieuwe tram- en metrolijnen.''