Nu er geen driestromenland meer is en PVDA en VVD graag willen regeren zijn listen nodig

De situatie vraagt, nee, schreeuwt om een staatkundige vernieuwing. Nu PvdA en VVD in de peilingen zo groot worden in de Tweede Kamer, en alle andere partijen in omvang of aard veroordeeld lijken tot een folkloristische status, is er immers alle reden om het tweepartijenstelsel in Nederland te bevorderen, door verhoging van de kiesdrempel of een districtenstelsel.

Het huidige stelsel van evenredige vertegenwoordiging immers ontleende zijn kracht aan het politieke driestromenland dat zowel linkse (CDA plus PvdA) als rechtse (CDA plus VVD) coalities mogelijk maakte. Maar nu het CDA steeds maar verder lijkt weg te zakken, D66 electoraal krimpt, en GroenLinks door andere partijen maar met moeite serieus kan worden genomen als mogelijke coalitiepartner, is van een driestromenland geen sprake meer.

PvdA en VVD lijken tot elkaar veroordeeld bij de vorming van een volgende regering. Niet uit vrije keuze, zoals bij het eerste paarse kabinet in 1994, maar eenvoudig omdat er geen alternatieven zijn.

Die staatkundige vernieuwing komt er niet natuurlijk. In een land waar de afschaffing of zelfs hervorming van de Eerste Kamer al niet van de grond komt, is de invoering van het districtenstelsel een fata morgana.

En dus zit er voor de twee voornaamste kemphanen in de verkiezingen voor de Tweede Kamer in mei volgend jaar weinig anders op dan een kwadratuur van de cirkel na te streven: PvdA en VVD moeten en willen de kiezer duidelijk maken dat zij van elkaar verschillen. Tegelijkertijd moet de verkiezingsstrijd zó worden gevoerd dat er in het vuur van de strijd geen kloof gaat gapen die straks in de kabinetsformatie niet meer kan worden overbrugd. Want de PvdA en de VVD willen beide het liefst doorregeren – hun bewindslieden uit Paars II hebben zich niet voor niets zo prominent op de kandidatenlijst van hun partij laten zetten. Niet doorregeren zou voor beide partijen niets minder dan een ramp zijn.

De PvdA schermt – in een democratie hoort er tenslotte iets te kiezen te zijn – met het vooruitzicht dat men na de verkiezingen de VVD wel eens de VVD zou willen laten en een coalitie zou gaan vormen met CDA en GroenLinks.

Ook in PvdA-kring wordt echter beseft dat het hier een enigszins hachelijk perspectief betreft. Het is nog maar de vraag of het CDA onder de brave Balkenende het verval zal weten te stoppen. En dat de PvdA onder Melkert wat terugloopt in de Kamer door het wegvallen van Koks premierbonus - daarmee heeft men zich in de PvdA al enigszins verzoend. Dat maakt de optie van een coalitie PvdA-CDA-GroenLinks nogal afhankelijk van de in alle peilingen voorspelde electorale winst van GroenLinks, de laatste tijd een ietwat zwalkend groepje.

En dan het GroenLinks-verkiezingsprogramma, dat zich volgens de PvdA zover verwijdert van de degelijkheid en zuinigheid van de afgelopen paarse jaren dat de sociaal-democraten zich er onmiddellijk van hebben moeten distantieren. Want hoezeer de PvdA ook misschien de indruk wil vermijden dat de paarse coalitie met de VVD (en D66) de inzet van de verkiezingen is, de systematiek van de overheidsfinanciën in de afgelopen jaren lijkt dat voor de PvdA wel degelijk.

Het duidelijkst kwam die aap uit de mouw bij de reactie van de PvdA op het VVD-verkiezingsprogramma vorige week. Heel gematigd was die, ook al was lastenverlichting het parool van de liberalen – niet bepaald een hobby van Melkert en de zijnen. Maar steeg van PvdA-zijde een beschuldigend gegrom op over de VVD die het de rijken nog makkelijker wil maken? Welnee. Binnen de systematiek van de overheidsfinanciën van de afgelopen jaren – die dus ook de PvdA dierbaar is – maakt de VVD ,,de verkeerde keuzes'', heette het timide.

In navolging van de VVD maakt dus ook de PvdA het beleid van de paarse jaren tot inzet van de verkiezingen, zonder dat het om de coalitie met de VVD zelf heet te gaan. Jammer voor wie in de partij `een linkser gezicht' had verwacht na al die jaren van paarse compromissen. ,,Maar het is ook wel begrijpelijk dat Melkert de middengroepen die de partij groot maken niet wil laten gaan'', merkt een voormalige linkse coryfee van de PvdA met spijt in de stem op. En inderdaad: Melkert lijkt erop gebrand tussen de PvdA en de VVD zo min mogelijk ruimte te laten, met gloedvolle pleidooien voor recht en orde en verplichte integratie van buitenlanders, die als ze waren uitgesproken door VVD-leider Dijkstal als een tikkeltje te rechts zouden worden beoordeeld.

Profileren is moeilijk, als de concurrentie voortdurend je thema's pikt, beseft men bij de VVD. Daarbij komt nog dat er voor de liberalen nog minder een alternatief voor doorregeren met de PvdA voor de hand ligt. GroenLinks, heeft Dijkstal onomwonden verklaard, is niet serieus te nemen. Met Gerrit Zalm als nummer drie op de VVD-lijst identificeert de VVD zich ook sterk met het paarse kabinetsbeleid van de afgelopen jaren, zonder daarbij formeel voortzetting van de coalitie met de PvdA tot uitgangspunt te nemen.

De liberalen staan voor een merkwaardig dilemma: nu Kok vertrekt en Melkert volgens de peilingen moeite heeft het vertrouwen van de mensen in het land te verwerven, zou het de liberalen moeten lukken om – voor het eerst in de naoorlogse geschiedenis – de grootste partij van het land te worden. Maar willen ze dat wel? Een vernederde PvdA zou misschien wel een fataal gebrek aan enthousiasme aan de dag leggen voor regeringsdeelname onder een VVD-premier. Het gevaar lijkt niet denkbeeldig, dat de VVD de verkiezingen zou winnen, om vervolgens de formatie te verliezen.

Maar helaas: niemand kan zeggen hoe je een verkiezingscampagne zó kunt voeren, dat de winst binnen de perken blijft. Wat wél kan, is de politiek-inhoudelijke tegenstellingen niet al te zeer op de spits te drijven. En inmiddels suggereert Dijkstal dat ook een toekomstige nieuwe paarse coalitie een derde partij als buffer en smeermiddel zal kennen, zoals nu D66 dat is. Zodat de VVD in een nieuwe ministersploeg geen meerderheid zal vormen. Toch nog een beetje driestromenland.

De Tweede Kamer is op herfstreces