Meulendijks maakt poppenhuizen van Cuypers' maquettes

De expositie Ken de huizenbouwer in het Stedelijk Museum van Roermond zet je voortdurend op het verkeerde been. In de tentoonstellingszaal van het museum, dat is gevestigd in het voormalige woonhuis-annex-atelier dat architect P.J.H. Cuypers (1827-1921) voor zichzelf ontwierp, zijn enkele maquettes opgesteld die de ontwerper van onder meer het Rijksmuseum en het Centraal Station van Amsterdam heeft gemaakt ter voorbereiding van zijn bouwprojecten. Een ervan is een model voor het neogotische sprookjeskasteel De Haar in Haarzuilens, een verloren gewaand werkstuk dat enkele jaren geleden is teruggevonden op een stoffige zolder van de oude tekenacademie van Roermond. De manshoge maquette laat goed zien hoe verbluffend veel aandacht Cuypers heeft besteed aan het ontwerpen van de grote zalen van het kasteel, met al hun architectonische details en geschilderde decoraties.

Maar onder een van de spitsbogen in de maquette hangt een schommel, in de ontvangsthal staat een gedekte poppenhuistafel en een andere galerij is voorzien van een speelgoedbezem, emmertje en dweil alsof de schoonmakers ieder moment kunnen beginnen met het wegschrobben van de lijmresten die het model daar vertoont. Het zijn kleine toevoegingen waarmee de kunstenares Ingeborg Meulendijks (1968) de ernst en toewijding van de oude Cuypers relativeert. Meulendijks is zelf ook maquettebouwer en dat verklaart haar fascinatie voor Cuypers' modellen. Maar anders dan die van de 19de-eeuwse bouwmeester zijn haar maquettes afgeronde kunstwerken, en geen werkmodellen of presentatiestukken voor opdrachtgevers. De expositie in Roermond combineert de werken van de twee kunstenaars op verrassende wijze.

Meulendijks bouwt hoge poppenhuizen met veel kamers, maar ook kleinere, kijkdoos-achtige ruimtes, die nu eens een kamer van een huis tonen, dan weer het interieur van een museumzaal. Of, zoals in het MIMUHK miniatuurmuseum voor hedendaagse kunst, een vrij getrouwe nabootsing van een bestaand museum (de Stadsgalerij in Heerlen), inclusief gekrompen kunstwerken die speciaal door de makers van de echte, grote versies zijn gemaakt. Het is wonderlijk te zien welke transformatie Meulendijks' ruimtes doormaken op de foto's die zij ervan maakt. In groot opgeblazen opnames moet je twee keer kijken voordat je je realiseert dat het miniatuurzalen zijn, ingericht met zelfgeknutseld meubilair en speelgoed.

Net zo overtuigend zijn Meulendijks' foto's van twee andere Cuypers-maquettes: modellen voor de Lambertuskerk in Veghel en de Martinuskerk in Wyck-Maastricht, allebei neogotische basilieken met luchtbogen en een hoge toren met scherpe spits. Al heeft de architect nu weinig aandacht besteed aan kleur of decoratie, de bouwvormen zijn gedetailleerd weergegeven. Kijkend door de vensters kun je zien dat Cuypers ook het interieur van de gebouwen met grote precisie heeft voorbereid. Als er op de, prachtig belichte, foto's niet telkens een stukje onbewerkt hout te zien zou zijn, zouden ze zo voor opnames in een echt gebouw door kunnen gaan. Het vakmanschap van Pierre Cuypers en dat van Ingeborg Meulendijks gaan hier op gelukkige wijze samen.

Tentoonstelling: Ken de huizenbouwer. Op de drempel tussen idee en werkelijkheid. T/m 18-11 in: Stedelijk Museum Roermond, Andersonweg 4, Roermond. Inl.: 0475-333496.