`Medische zorg illegalen niet slechter door Koppelingswet'

Illegalen maken ondanks de invoering van de Koppelingswet vrijwel onbeperkt gebruik van de gezondheidszorg. Ze weten tijdig de huisarts te vinden al bezoeken zij deze minder vaak onnodig of te vroeg dan 'gewone' burgers dat doen. Turkse en Marokkaanse mannen van 20 tot 39 jaar vormen verreweg het grootste deel van de illegalen die naar de huisarts of naar de Eerste Hulp in een ziekenhuis gaan.

Dit blijkt uit onderzoek dat het Utrechtse instituut Nivel heeft gedaan naar de gezondheidsklachten van illegalen. Aanleiding voor het onderzoek was de invoering, in 1998, van de Koppelingswet die beoogt mensen zonder geldige verblijfsvergunning te weren uit sociale voorzieningen als gezondheidszorg. Alleen als, volgens een arts, hulp medisch noodzakelijk zou zijn, zou de illegaal die zorg geboden mogen worden.

De onderzoekers konden niet achterhalen of illegalen na de invoering van de wet minder gebruik zijn gaan maken van de diensten in de gezondheidszorg. Wel leert het onderzoek dat illegalen die sindsdien bij hulpverleners aankloppen dit bijtijds doen. Ze stellen een bezoek aan een huisarts niet vaker uit dan gewone burgers doen, ook al zijn de klachten door de bank genomen wat ernstiger. Maar volgens het Nivel komt dit doordat hun algemene gezondheid vaak onder het gemiddelde ligt. Ze weten uiteindelijk tijdig hulp te vinden bij een dokter. De huisartsen die aan het onderzoek meededen, constateren dat illegalen veel minder vaak dan hun `reguliere' klanten te vroeg of onnodig op spreekuur komen. Van de reguliere klanten had volgens de huisartsen 31 procent heel goed kunnen wachten met een bezoek, onder de illegalen zou het om 12 procent gaan. `Ze komen dus vaker op het juiste moment', aldus het Nivel. Wel bezoeken illegalen huisartsen relatief vaak met klachten die daar niet thuishoren, zoals kiespijn.

Volgens het Nivel hebben illegalen hun eigen `netwerk van illegaalvriendelijke artsen' waar ze voor zorg terecht kunnen. ,,Het idee dat zij door de Koppelingswet aan hun lot zouden worden overgelaten, wordt niet bevestigd'', zegt D. de Bakker van het Nivel.