Leiders van Centraal-Aziatische landen houden hun hart vast

Moslim-extremisten steken her en der in de wereld de kop op, hier uitgroeiend tot bedreiging, daar niet meer dan een irritatie. Een korte, onregelmatig verschijnende serie. Vandaag: Centraal-Azië.

In de ex-Sovjet-republieken in Centraal-Azië vrezen de heersende regimes voor alles een lang conflict in en om het buurland Afghanistan: hoe langer de bombardementen duren, hoe meer de stabiliteit in hun landen onder druk komt te staan.

Alle Centraal-Aziatische republieken – Kazachstan, Turkmenistan, Oezbekistan, Kirgizië en Tadzjikistan – worden met harde hand geregeerd. Een democratisch debat vindt niet plaats. Het is dan ook moeilijk te peilen welke uitwerkingen de oorlog in Afghanistan heeft. Hier geen protestdemonstraties van boze moslims. Hier geen politiek debat, hier zelfs geen uitleg van de crisis in de door de staat gecontroleerde media. Het thema wordt uiterst onderkoeld behandeld, bijna doodgezwegen zelfs. Niet helemáál. Dit weekeinde publiceerde een krant in Kazachstan op een dag 26 artikelen van oppositiepolitici over de oorlog – allemaal afkeurend.

Belangrijker als uitzondering is Oezbekistan, dat direct aan Afghanistan grenst. Daar moet het bewind van president Islam Karimov de bevolking uitleggen waarom het Amerikaanse militairen in huis heeft gehaald. Bovendien heeft het land zelf problemen met terrorisme: de Islamitische Beweging van Oezbekistan (IMU) pleegde in 1999 een reeks aanslagen in de Oezbeekse hoofdstad Tasjkent en is ook actief geweest in Kirgizië en Tadzjikistan. De IMU opereert vanuit het door de Talibaan geregeerde Afghanistan. IMU-leider Namangani is een vertrouweling van Osama bin Laden.

Zo schreef onlangs in een typerend commentaar een Oezbeekse krant dat de IMU-terroristen niet slechts hun ziel aan de duivel hebben verkocht. ,,Ze verkochten nog meer'', aldus het commentaar. ,,Ze verkochten alles wat een redelijk denkend mens heeft: het moederland, het volk, de slaapliedjes van hun moeders, bossen en velden, het ruisen van de bergbeek en het gezang van de vogels bij zonsopgang. Ze verkochten dat alles voor wat munten en de restjes van andermans tafel. Het ergste: wat ze doen, gaat in tegen de wens van het eigen volk. Deze moordenaars en verraders proberen ons te bijten met hun tandeloze mond. Ze begrijpen niet dat het Oezbeekse volk verenigd is.''

De krijgshaftige taal in Oezbekistan en de betrekkelijke stilte in de rest van Centraal-Azië verhullen bezorgdheid over de uitwerking van het conflict in de regio. De vijf republieken – etnisch en cultureel het meest gediversificeerde gebied ter wereld – zijn kwetsbaar. Het zijn jonge landen: 80 jaar geleden bestonden ze nog niet, en toen ze er kwamen, kwamen ze als Sovjet-creaties. Landen zonder nationaal verleden (ook al doen de regimes hun best er een te fabriceren), gehinderd door complexe clanstructuren. Belangen van clans dienen er zorgvuldig tegen elkaar te worden afgewogen: zij bepalen de gang van zaken, zij verdelen de invloed, de baantjes, de hulpbronnen en het geld. Het belangrijkste resultaat: corruptie, nepotisme en cliëntelisme. De loyaliteit van de burger geldt niet de staat en al helemaal niet de regering, maar het dorp, de regio, de familie en de clan. De stabiliteit is er fragiel, en heersers hebben weinig legitimiteit en lopen altijd op eieren.

Hun antwoord: de knoet. Democratie westerse stijl – vinden de heersende elites – zet de deur wijd open voor conflicten die alleen maar leiden tot onrust, rellen en soms oorlog. De kwetsbaarheid van de staat en de stabiliteit dient in alle vijf republieken als alibi voor het regeren met de harde hand. ,,We hebben geen formele democratie nodig; sterke discipline en sociaal saamhorigheidsgevoel zijn belangrijker'', aldus de Turkmeense leider Niyazov. ,,Het is goed de hersens van honderd mensen recht te zetten als daarmee het leven van duizenden kan worden gespaard'', vindt de Oezbeekse president Karimov. Het resultaat: vijf- tot tienduizend gewetensgevangenen.

De islam is in Centraal-Azië geen factor die als elders in de islamitische wereld alles domineert. In de laatste decennia van het Sovjet-bewind, na de stalinistische repressie, kwam in Centraal-Azië een tweedeling tot stand: aan de ene kant was er de officiële islam, die dociel stond tegenover het Sovjet-gezag om formeel te kunnen bestaan. Aan de andere kant was er de onofficiële, geheime islam: die van de moskeeën in privéhuizen en de geheime islam-scholen.

Na 1991, toen de vijf republieken onafhankelijk werden, moesten de machthebbers (meestal partijchefs die in één dag diepgelovige democraten werden) vrezen voor een islamitische radicalisering, voortkomend uit de plotselinge godsdienstvrijheid (ergo: de legitimering van de `onofficiële islam') en de plotselinge politieke vrijheid (dus de stichting van politieke partijen die zich op de islam beroepen). De islam zou het ideologische vacuüm kunnen vullen dat ontstond toen het communisme als bindend opgelegde ideologie verdween.

Tot nu toe is het gevaar van de radicalisering betrekkelijk beheersbaar gebleven. Veel van de volkeren van Centraal-Azië zijn nomaden of afstammelingen van nomaden, met een mentaliteit waarin fanatisme ontbreekt. Veel moslims drinken er alcohol en eten varkensvlees, en nergens wordt, zoals in het Midden-Oosten, vanaf de minaret van de moskee tot gebed opgeroepen. Met uitzondering van Oezbekistan, waar de oude islamitische cultuurcentra Boechara, Samarkand en de Fergana-vallei liggen, ontbreekt een stedelijke traditie (steden zijn traditioneel de plaatsen waar fundamentalisme zich kan ontwikkelen). Geen wonder dat Oezbekistan het enige land met fundamentalistische bewegingen is, de terroristische IMU en de pan-islamitische, niet-gewelddadige, maar wel naar een wereldwijde islamitische staat strevende Hizb ul-Tahrir. Geen wonder ook dat in Oezbekistan islamitische partijen verboden zijn die elders zijn toegestaan, en in Tadzjikistan zelfs deel uitmaken van de macht, ondanks een burgeroorlog die ze tegen het regime hebben uitgevochten.

Als het conflict langer gaat duren, kan deze betrekkelijke beheersbaarheid van het probleem van het fundamentalisme echter verdwijnen: waar nu geen voedingsbodem voor fundamentalisme is, kan die wel ontstaan. De recente ontwikkelingen hebben de regimes ertoe gebracht, de teugels verder aan te halen. ,,De situatie is ideaal: er zijn geen interne bedreigingen van de orde meer'', stelde onlangs tevreden de chef van de Tadzjiekse Veiligheidsraad vast. Maar onder de relatief rustige oppervlakte wordt permanent een zware wissel getrokken op de stabiliteit van de vijf republieken door het uitblijven van economische vooruitgang en door de politieke onderdrukking. Als repressie groeit en als de Amerikanen (en misschien ook de Russen) zich al te nadrukkelijk met de regio bemoeien kan het tot een verstoring van het breekbare evenwicht en tot een radicalisering van de Centraal-Aziaten komen.

De vorige afleveringen van deze serie verschenen op 15 en 19 oktober.