Lachen om doodsangst bij `Leonce en Lena'

Prins Leonce van het koninkrijk Popo is jong en nu al levensmoe. Een ferme zelfmoord gaat zijn krachten te boven, zoals het hem ook te veel werk is om het nietsdoen tot kunst te verheffen, maar anderen met zijn lamlendigheid kwellen, dàt kan hij nog wel.

In Alize Zandwijks enscenering van Leonce en Lena gaat het er ongemeen gemeen aan toe. Georg Büchner, de auteur, noemde zijn in 1836 voltooide stuk een komedie, dus laat Zandwijk ons vaak lachen: om verkeerde dingen. Om de doodsangst van de dienaar bijvoorbeeld. Die moet opdrachten uitvoeren waarmee hij zichzelf in de onmogelijkste psychische en fysieke posities brengt, en nauwelijks heeft de arme stakker, gespeeld door Eelco Smits, zo'n halsbrekende taak bloedend en bevend volbracht, of de prins beloont hem alweer met nieuwe wreedheden.

Lol en leedvermaak liggen zowel voor Leonce als voor het volk in de zaal dicht bij elkaar, en dat de zieke humor toch verfrist klinkt als een contradictie. Maar het is waar, en het komt door de sprankelende regie- en vormgevingsvondsten. Thomas Rupert ontwierp een decor met geweren, geweien en koekoeksklokken: heel Duits allemaal, want Büchner was een Duitser die over Duitsland schreef, en bovendien functioneel. Met geweren kun je schieten, geweien kun je voor acrobatische geintjes gebruiken en koekoeksklokken imiteren de vrije natuur. Die er voor de personages niet is. Zij zitten in een bespottelijke kunstmatige wereld, een kleine wereld met maar twee uitgangen, en dat zijn deurtjes zo laag dat men er alleen met mal gewring en gewurm doorheen komt. En ze leiden niet naar de vrijheid, die deurtjes, maar naar nòg kleinere wereldjes. Het koekoeksklokkengewerengeweien-decor blijkt aan het Droste-effect onderworpen: het creëert kopieën die zich tot in het oneindige herhalen, en de laatste kopie waarin de acteurs belanden is zo krap dat ze er amper in kunnen staan.

,,We gaan naar Italië!'' roept Leonce, die door z'n maat Valerio uit zijn stoel is gelokt. Italië, het paradijs, het ideale vluchtland. Daar wil Leonce zijn lot ontlopen en zijn lot is prinses Lena, met wie hij van zijn vader moet trouwen. Maar Lena, die ook van haar vader moet trouwen, is eveneens op de vlucht en zo ontmoeten de twee elkaar onderweg terwijl ze elkaars identiteit nog niet kennen. Ze worden verliefd en keren als bruidspaar naar het rijk Popo terug, dat tot postzegelformaat is gekrompen. Fania Sorel en Steven van Watermeulen bewegen, àls ze al bewegen, op een identieke manier: somnambuul en traag friemelend aan oor, hals of kledij. Het spel bestaat voor een groot deel uit pantomime en de onnatuurlijke gebaartjes onderstrepen de dwang waaraan iedereen in dit stuk is onderworpen.

Niet eens Valerio kan aan die dwang ontsnappen. Hoeveel hij ook zuipt, hoe hard hij ook bralt, hij zal nooit meer dan een nar zijn, een stevig in het systeem geïntegreerde grapjas. Herman Gilis speelt hem als een ploert waarvan je d'r zoveel op straat ziet: zo'n stuk ellende dat net zo lang ziekt tot er slachtoffers vallen, zo'n gevoelsarm type dat alleen gevoel heeft voor zinloos geweld.

Alize Zandwijk laadt haar voorstellingen altijd op met een hoge dosis actualiteit. Nachtasiel werd bevolkt door grootsteedse daklozen en Keefman ging over de gestoorde wereld van de psychiatrie. In Leonce en Lena kiest Zandwijk geen partij voor, maar tegen de hoofdpersonen, die hier kil zijn en aangepast, en haar versie van het vileine Büchner-sprookje is een fonkelend-furieuze satire.

Voorstelling: Leonce en Lena door het Ro Theater. Tekst: Georg Büchner. Regie: Alize Zandwijk. Gezien: 20/10 Rotterdamse Schouwburg. Daar t/m 3/11; tournee t/m 20/3. Inl 010-4118110 of www.rotheater.nl.