`Klinghoffer' is altijd actueel en daarmee tijdloos

,,Zo bijzonder actueel'' werd tevoren gezegd over de concertante Nederlandse première van de opera The Death of Klinghoffer, afgelopen zaterdag in de Matinee op de Vrije Zaterdag. De opera van componist John Adams en librettiste Alice Goodman ging in 1991 in geënsceneerde wereldpremière in Brussel en behandelt de dood van de Amerikaan Leon Klinghoffer, de Amerikaanse invalide jood die bij de kaping van het cruiseschip Achille Lauro in 1985 door Palestijnen in zijn rolstoel overboord werd gezet.

De aanslagen in Amerika lijken de actualiteit van The Death of Klinghoffer te bevestigen in Boston werd vorige week een uitvoering van de koren eruit geschrapt, wegens gevreesde publieke repercussies. Maar de kaping in 1985 van de Achille Lauro (de voormalige Willem Ruys) is voortdurend actueel. Vlak voor de Brusselse première werd de Palestijnse terrorist Abdulrahim Khaled gearresteerd. En de Belgische minister Tobback had tijdens de Golfoorlog overwogen de opera af te gelasten uit vrees voor aanslagen op de Muntschouwburg.

Over de gebeurtenissen na de kaping, destijds dagenlang wereldnieuws, is nóg een opera te schrijven. Het Italiaanse schip zonk in 1994 na een brand voor de Somalische kust, wat twee mensen het leven kostte. ,,Een deel van mezelf is ten onder gegaan'', zei de kapitein – het zou de beginregel van een slotaria kunnen zijn. De Palestijnse kaper Molqi, een van de personages in The Death of Klinghoffer, werd in 1996 in Spanje opgepakt, een half jaar nadat hij in Italië niet was teruggekeerd van een kort verlof, hoewel hij tot dertig jaar was veroordeeld. In 1997 kwam de PLO met de dochters van Klinghoffer een schikking overeen. Mohammed Abdul Abbas, het brein achter de kaping, had eerder al gezegd dat de moord op Klinghoffer ,,een vergissing'' was.

Leon Klinghoffer is een van de zeer vele toevallige onschuldigen die het slachtoffer werden van de grote bewegingen in de wereldpolitiek, voor, tijdens en na de kaping van de Achille Lauro. De slachtoffers in het WTC en het Pentagon zullen niet de laatsten zijn, evenmin als nu de Afghanen, Israeliërs en Palestijnen. Wat dat betreft is The Death of Klinghoffer een even klassieke opera als al die andere opera's die `gewone' tragische menselijke problemen behandelen. Oorlogen, terreur, kapingen, ontvoeringen, vergeldingen en executies waren al `gewoon' ver vóór 11 september 2001.

Wat zaterdag in Amsterdam klonk was een door Adams bekorte versie van The Death of Klinghoffer. De `huiselijke' scène in de proloog is geschrapt, zodat die nog slechts bestaat uit het koor van verdreven Palestijnen en het koor van verdreven joden. Ook het nauwelijks te duiden slotkoor verdween, zodat de opera nu eindigt met de door Nancy Maultsby aangrijpend gezongen monoloog van mevrouw Klinghoffer, een `song of love and death', een eigentijdse versie van Isoldes `Liebestod': ,,Ze hadden mij moeten doden. Ik wilde sterven.''

Het dramatische probleem van The Death of Klinghoffer de `kilte' vóór de monologen van de Klinghoffers is gebleven. Anders dan bij Nixon in China van Goodman en Adams is er geen handeling, geen dialoog, vrijwel geen emotie. De opera, eigenlijk een oratorium, bestaat vrijwel geheel uit verhalende en introspectieve monologen. Zij ontlenen hun belang aan de tekst, die men echter nauwelijks kan volgen. Ze krijgen ook nauwelijks specifieke betekenis door Adams' muziek – `minimal music' met een vaak symfonische en welluidende uitstraling die maximaal aansprekend is. Morgenavond via de radio luisterend zal men de elf personages lastig van elkaar kunnen onderscheiden.

Een puur luisterdrama was ook niet het oorspronkelijke doel, de Brusselse première was in de enscenering van Peter Sellars een esoterisch Gesamtkunstwerk met muziek, zang, dans en video. Bijzonder was de monoloog van de dode Klinghoffer, die sleepte met zijn eigen lijk. In deze concertante versie ontbraken zulke theatrale extra's, maar anderzijds kreeg de proloog een nieuwe betekenis. De koren van Palestijnen en joden werden vertolkt door hetzelfde, voortreffelijk zingende Groot Omroepkoor. Dat resulteerde in de notie dat alle mensen gelijkelijk slachtoffers zijn.

De uitvoering stond orkestraal en vocaal op zeer hoog niveau – het is muziek waarin dirigent Edo de Waart hoorbaar enthousiast gelooft. James Maddalena, ooit Nixon in Nixon in China, viel in voor de zieke David Pittman-Jennings, en zong net als in Brussel de rol van de kapitein. En ook de ontroerende Sanford Sylvan (Klinghoffer) kwam uit die premièrecast.

Concert: The Death of Kinghoffer van John Adams door Radio Filharmonisch Orkest, Groot Omroepkoor en solisten o.l.v. Edo de Waart. Gehoord: 20/10 Concertgebouw Amsterdam. Radio 4: 23/10 20.30 uur.